Rob Buiter −
24/12/11, 00:01
Een paradijskraanvogel in Zuid-Afrika is in botsing gekomen met een hoogspanningsmast. FOTO EWT-WEP
Stroomdraden kosten miljoenen vogels het leven. Draden onder de grond stoppen of een omweg maken langs natuurgebieden helpt. Nog eenvoudiger is het om de draden met flappen beter zichtbaar te maken.
-
-
Kabels kosten niet alleen vogellevens, maar ook geld als vogels kortsluiting veroorzaken
Ieder jaar vliegen miljoenen vogels wereldwijd zich te pletter tegen stroomdraden. Tijdens een VN-top over trekvogels onlangs in Bergen, Noorwegen hebben de ongeveer honderd deelnemende landen in een convenant afgesproken dat ze hun best zullen doen om het aantal aanvaringen en elektrocuties door stroomdraden te verminderen."Draden beter zichtbaar maken kan al flink helpen", weet Hein Prinsen, onderzoeker bij ecologisch adviesbureau Waardenburg in Culemborg.
In Nederland valt het nog relatief mee. Bij ons hangen alleen de hoogspanningsdraden - 100.000 volt en meer - boven de grond. Naar schatting vliegen daar jaarlijks ongeveer één miljoen vogels zó hard tegenaan dat ze het niet overleven.
Kortsluiting"In het buitenland komt daar nog een groot probleem bij", weet Prinsen. "Omdat in de meeste landen ook de laag- en middenspanningsdraden bovengronds lopen, worden daar ook veel vogels geëlektrocuteerd. Die kabels hangen een stuk dichter bij elkaar dan de hoogspanningsdraden. Vooral grotere vogels kunnen met gespreide vleugels kortsluiting veroorzaken tussen twee draden, of tussen een draad en de geaarde paal. Dan heb je het dus over ooievaars, uilen en verschillende soorten roofvogels. Al met al zijn stroomdraden een van de belangrijkste oorzaken van een niet-natuurlijke dood voor vogels", aldus Prinsen.
Zeker in landen waar elektrocutie tegen laag- en middenspanningsdraden een probleem is, kosten de kabels niet alleen vogellevens, maar ook geld. Wanneer vogels kortsluiting veroorzaken is er stroomuitval met alle bijbehorende kosten. "In erg droge streken, bijvoorbeeld in de VS, komt het zelfs af en toe voor dat een neerstortende, geëlektrocuteerde en brandende vogel branden kan veroorzaken", weet Prinsen.
Het verminderen van het aantal elektrocuties kan aardig wat geld kosten, zegt Prinsen. "De beste manier is om stroomdraden onder de grond te stoppen, maar afhankelijk van het type ondergrond kan dat tientallen keren duurder worden dan bovengronds. Dat gaat dus over vele miljoenen euro's per land."
Wanneer onder de grond stoppen van de draden geen optie is, kunnen overheden en elektriciteitsbedrijven wel rekening houden met de gekozen routes. "Zeker wanneer elektriciteitsdraden door, of langs Europees beschermde Natura 2000-gebieden lopen, kunnen de aanvaringen een serieuze bedreiging zijn voor verschillende vogelsoorten. Landen kunnen dan volgens de Europese richtlijnen zelfs verplicht zijn om beschermende maatregelen te nemen."
Zwart-wit geblokte flappenNaast het ondergronds verstoppen van de draden, of het nemen van een forse omweg om belangrijke vogelgebieden of trekroutes heen, heeft Prinsen nog eenvoudiger alternatieven. In Bergen presenteerde hij de resultaten van een experiment in het Groene Hart van Zuid-Holland. "Bij Hazerswoude hebben we over een lengte van enkele kilometers zwart-wit geblokte plastic flappen van een halve meter lengte in de bovenste draden gehangen. Vergelijk je vervolgens het aantal dode vogels dat je onder die draden vindt met vergelijkbare stukken zónder flappen, of met de periode vóór het ophangen van die flappen in hetzelfde gebied, dan meten we een aanzienlijke afname van het aantal slachtoffers. Tijdens vijf maanden veldonderzoek vonden we onder de kabels met flappen eraan 96 draadslachtoffers, en onder een vergelijkbaar stuk zonder flappen 150 vogels."
Vooral overdag bleek het effect groot. Met name verschillende soorten eenden bleken veel minder tegen de gemarkeerde draden aan te vliegen. Onder de flappen vonden de onderzoekers zelfs 80 procent minder smienten dan onder de gewone kabels. 's Nachts was de afname - uiteraard - een stuk minder.
"Voor bijvoorbeeld kieviten en meerkoeten, die vaak 's nachts trekken, vonden we geen serieuze reductie. Al met al was de afname in het aantal dode vogels, zowel dag- als nachttrekkers, na correcties ongeveer 50 procent", aldus Prinsen. En ook voor de zichtbaarheid in de nacht kent Prinsen nog alternatieven. "Er bestaan ook reflectoren die een deel van het zonlicht overdag opslaan en 's nachts nog een hele tijd blijven nagloeien. Die zijn in het donker dus ook goed zichtbaar voor vogels."
Over drie jaar komen de partijen die in Bergen het convenant hebben ondertekend opnieuw bijeen om te kijken wat er is bereikt. Prinsen maakt zich daarover niet veel illusies, "zeker niet als het gaat om landen in Afrika en Azië waar deze kostbare problematiek moeilijk op de agenda is te krijgen. Maar het zou voor veel westerse landen al winst zijn als overheden, bedrijven en natuurbescherminsgorganisaties vaker om de tafel gingen zitten om naar de voor vogels gevaarlijke trajecten van hoogspanningskabels te kijken. Tot nu toe worden bijvoorbeeld in Nederland de hoogspanningskabels alleen in de buurt van woonwijken nog wel eens ondergronds gestopt, omdat ze het uitzicht bederven. Hopelijk gaan we dat in de buurt van natuurgebieden ook wat vaker doen."