Govert Valkenburg, techniekfilosoof −
21/10/11, 13:35
opinie
Directeur Jan Staman van het Rathenau Instituut (Podium, 14 oktober) schetst een alarmerend beeld van technologieën die zullen bijdragen aan onze onderwerping in een technotoop, in plaats van ons te helpen burgers te zijn in een vrije samenleving.
Gelukkig ondergraaft hij dit hele beeld: mensen die een kind met het syndroom van Down ter wereld laten komen, ontmoeten begrip en steun, niet de verwijtende blik die gevreesd werd met de vordering in prenatale diagnostische technieken.
Dat het gevaar van standaardisering van de mens meevalt, blijkt al uit het feit dat we vandaag de dag al legio simpele mogelijkheden laten liggen om kennis te vergaren over mensen. Mij is nog nooit gevraagd naar mijn dieet, mijn sportgedrag, of mijn slaapgewoontes. Nog nooit heeft een werkgever gevraagd naar mijn schulden (die geven immers de zekerheid dat ik mijn contract niet snel zal opzeggen als de baan tegenvalt).
Assessments maken in slechts een beperkt segment deel uit van selectieprocedures, en dan nog dienen ze daar slechts voor een grove schifting en de weinig discriminerende activiteit van 'teamsamenstelling'.
Waarom gaan we hier niet rigoureuzer te werk? Waarschijnlijk omdat we de betrekkelijke zinloosheid inzien. Een verzekeraar die alleen supermensen toelaat, zal snel failliet zijn wegens gebrek aan clientèle. Een werkgever die alleen Einsteins in dienst wil, zal probleemoplossend vermogen inleveren omdat eenzijdige intelligentie verliest van diversiteit. Een erkenning van de noodzaak tot diversiteit zit ingebakken in onze cultuur en organisatievormen, van bedrijf tot maatschappij.
De omvang van het jeugdgezondheidszorgdossier geeft best enige reden tot zorg. Het is echter onduidelijk hoe die omvang het gevolg is van revolutionaire technische of wetenschappelijke inzichten. Eerder is het een symptoom van de bureaucratie zelf, die meer en meer wil vastleggen zonder kritisch te kijken naar meerwaarde voor welzijn en portemonnee.
En inderdaad worden we genormaliseerd door ons onderwijs- systeem en andere instituties. Maar dat is - zeker bij onderwijs - niet alleen maar slecht, en niet rechtstreeks het gevolg van technische en wetenschappelijke noviteiten.
In principe zou een totalitaire maatschappij die technologie kunnen inzetten om ons te classificeren, normaliseren en onderdrukken. En natuurlijk mogen we ons best achter de oren krabben of het kunstmatig intelligente megabrein van Google misschien te veel van ons weet. Daarachter gaan commerciële belangen schuil die we misschien moeten reguleren. Maar het zou veel te ver voeren om eruit te concluderen dat data mining immoreel is of een bedreiging voor de democratie.
Tegen dat licht is de oproep om diversiteit te omarmen betrekkelijk nodeloos, althans voor zover het over technologie gaat. Ten overstaan van de maatschappij als geheel is het een ander verhaal. Als er ergens een bedreiging van de democratie te zien is, is het binnen die democratie zelf.
De diepgang die nodig is om verschillen te overbruggen, lijkt schaarser. Gelukkig wordt juist die noodzaak tot diepgang en diversiteit van harte bevochten binnen diezelfde democratie - onafhankelijk van de vraag of technologie ons nou zoveel minder divers maakt.
Waar we dus onze pijlen op moeten richten, is de democratisering van de maatschappij zelf. In dat licht is het verstandig om goed na te denken hoe een maatschappij haar technologieën kan beheersen en inzetten om de eigen vrijheid te vergroten. Een welhaast categorisch alarmerende blik op nieuwe technologieën is daarbij echter geen vruchtbare ingang. Voor een echt vrije samenleving bieden nieuwe technologieën vooral mogelijkheden.