Robin de Wever −
11/01/12, 16:05
Spotprent 'Een onmatige monnik en een non, door de paus bespied', auteur onbekend
Leg de rode pen maar klaar. Onze geschiedenisboeken slaan de plank mis als ze vertellen dat Nederlanders tijdens de zeventiende eeuw uitblonken in religieuze tolerantie, meent literatuurwetenschapper Els Stronks.
Stronks, sinds dinsdag hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse Letterkunde in Utrecht, baseert zich op geloofsboeken uit die periode.
Beladen'De combinatie van woord, beeld en religie was sinds de Beeldenstorm zo beladen in de Republiek dat men geloofsliteratuur liever helemaal niet illustreerde.' Die strategie moest volgens Stronks helpen om conflicten te voorkomen. In omringende landen vloeiden katholieke en protestantse tradities op dat gebied juist samen.
Veel historici beschouwen de Nederlanden van de Gouden Eeuw als een veilige haven voor religieuze kunst. Stronks is sceptisch. We publiceerden volgens haar niet op grote schaal werk van auteurs die vanwege hun geloofsovertuiging elders geweerd werden.
BijstellingOok het beeld dat de tolerante Republiek een doorgeefluik was van ideeën en ideologieën verdient bijstelling. Wel groeide onze verdraagzaamheid na verloop van tijd.
De Gouden Eeuw volgde op de ingrijpende kerkscheuring van de Reformatie. Die strijd werd tijdens de zestiende eeuw onder meer uitgevochten door middel van religieuze
spotprenten. Protestanten bespotten daarbij de paus en onmatige kerkvaders, terwijl katholieken Luther op de hak namen.