De term moslimwijk is om diverse redenen misleidend, alleen al vanwege de suggestie dat de moslims er één groep vormen, stelt Fenne Pinkster.
Er is een nieuw type probleemwijk ontdekt in de media: de moslimwijk. Om allerlei redenen een onzinnige term, maar tot nog toe lijkt niemand zich af te vragen of dat label wel enige lading dekt.
De term was de afgelopen dagen overal. Trouw schreef over een 'moslimenclave' in Den Haag, de NOS meldde dat de Kamer 'bezorgd is over moslimwijken' (meervoud), hoewel minister Asscher 'geen shariawijk' had gezien toen hij op onderzoek uit ging in Den Haag.
De term 'moslimwijk' wekt de suggestie dat er in Nederland homogene wijken zijn waar uitsluitend of vooral moslims wonen. Dat klopt niet. Nu beschikken we überhaupt niet over statistieken over het aandeel moslims in buurten, want dat wordt nergens geregistreerd, maar je kan als (matig) alternatief kijken naar concentraties van etnische minderheden.
Dan zie je dat er nauwelijks buurten in Nederland zijn waar één etnische groep - afgezien van autochtone Nederlanders - meer dan de helft van de bevolking vormt. Integendeel: onderzoek laat zien dat wijken waar veel allochtonen wonen in etnisch en sociaal-economische zin juist de meest heterogene buurten zijn. Ook de Schilderswijk, de 'moslimenclave' waar deze krant over schreef en die aanleiding vormde voor bezorgde Kamervragen.
De term is ook misleidend omdat het de suggestie wekt dat moslims in buurten als de Schilderswijk één groep vormen. Onderzoek in de aangrenzende wijk Transvaal toont bijvoorbeeld aan dat er verschillende Turkse gemeenschappen zijn, waarvan de leden verschillende moskeeën bezoeken en bijvoorbeeld ook verschillende voetbalclubs aanhangen, die in het dagelijks leven onderling weinig sociale contacten hebben en grotendeels langs elkaar heen leven. De term 'moslimwijk' doet op geen enkele manier recht aan de etnisch-culturele en religieuze diversiteit onder (islamitische) bewoners.
Trouw beschreef vooral de sociale controle in de wijk als probleem. Een groep streng-religieuze bewoners - een minderheid van de bewoners - oefent sociale druk uit op anderen door hun voor te schrijven hoe zij zich moeten gedragen. Dat fenomeen, waarbij een groep bewoners de buurt ziet als hun territorium en de buurt naar hun hand probeert te zetten, is niet uniek voor de Schilderswijk.
In dat opzicht klopt de vergelijking van in de Trouw aangehaalde salafistische bewoonster met 'Staphorst'. Daar word je ook aangesproken als je op zondag iets anders wilt doen dan in de kerk zitten. Een ander voorbeeld is hoe in sommige oude arbeiderswijken en tuindorpen allochtone nieuwkomers en nieuwe kopers door de oude autochtone bewoners op allerlei manieren onwelkom worden geheten.
Sterker nog, de neiging van bewoners om hun buurt af te schermen en hun groepsspecifieke normen op te dringen aan anderen komt in de beste wijken voor (denk 'Flodder') en het wordt bovendien vaak gezien als een essentieel ingrediënt voor goed functionerende buurten.
Overheden proberen al sinds jaar en dag sociale controle op straat te verbeteren in buurten zoals de Schilderswijk. In zoverre is het ironisch dat politici zich nu druk maken om te veel sociale controle in die buurt.
Het toont de paradox van sociale cohesie: hechte banden en sociale controle tussen buurtbewoners kunnen gepaard gaan met het corrigeren of uitsluiten van anderen. Een zeer relevante, maar lastige vraag is waar de grens ligt tussen een 'gezonde' en 'problematische' sociale controle onder bewoners. Maar de problemen in de Schilderswijk mogen geen aanleiding zijn om 'de moslimwijk' als algemeen maatschappelijk probleem op de politieke agenda te zetten.
© 2015 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.