Openluchtmuseum krijgt 8 miljoen en gaat samenwerken met Rijksmuseum
De canon der Nederlandse geschiedenis krijgt vanaf volgend jaar dan toch zijn museale incarnatie. Gisteren maakte het Nederlandse Openluchtmuseum bekend dat het samen met het Rijksmuseum vanaf 1 januari begint met het ontwikkelen en inrichten van de bloemlezing van onze geschiedenis. De komende vier jaar kan het Arnhemse museum op 8 miljoen euro van het ministerie van OCW rekenen om met het canonproject te beginnen, zo werd gisteren bekend.
Eerder was al bekend dat het Openluchtmuseum een deel van de taken zou overnemen van het Nationaal Historisch Museum (NHM), dat na lang getouwtrek eind vorig jaar definitief ter ziele ging: dat de canon nieuw leven wordt ingeblazen is nieuw. Naast hun eigen opvattingen over het canonproject laten beide musea zich ook inspireren door de ideeën die het NHM daarover heeft ontwikkeld.
Openluchtmuseum-directeur Pieter-Matthijs Gijsbers benadrukt dat het geen statische presentatie wordt van alle ijkpunten in onze geschiedenis. Wel wil hij de chronologische lijn aanhouden, die zal verwijzen naar bestaande dingen binnen het Openluchtmuseum, of naar historische objecten waarvoor hij kan putten uit de kelders van het Rijksmuseum. "Maar ook zal hier-bij naar buiten het Openluchtmuseum worden verwezen - zo moet je voor de hunebedden gewoon naar Drenthe", zegt de museumdirecteur.
De canon werd op verzoek van het ministerie van OCW door de commissie-Van Oostrom in 2007 vastgesteld in vijftig 'vensters' - van de hunebedden, via de Beeldenstorm en Srebrenica tot de euro.
Al vanaf het begin was er discussie over hoe de canon museaal te vertalen is, zegt historicus Paul Knevel, docent publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. "De twee NHM-directeuren lieten zich destijds terecht niet leiden door deze vijftig vensters." Dat zou te rigide zijn geweest, aangezien de vijftig canonvensters ook een blik moesten werpen op wat er buiten dat vensteronderwerp in de geschiedenis is gebeurd. Maar juist die vensters werden in de discussie te snel gesloten, meent de historicus.
"De canon is niet het laatste woord over wat onze geschiedenis moet zijn. Hij fungeert als aanzet, om mensen na te laten denken over de geschiedenis en om het publiek te engageren. In die zin moet je de canon als instrument beschouwen, niet als vijftig punten die samen hét verhaal van Nederland vormen."
De historicus is benieuwd hoe de samenstellers de onderdelen van de canon van context zullen voorzien. Museumdirecteur Gijsbers laat weten dat bij de presentatie, die een permanent karakter moet krijgen, de canon nadrukkelijk als hulpmiddel zal worden gebruikt om inzicht te geven in de Nederlandse geschiedenis. Daarbij moet ook duidelijk worden wat de verschillende canonvensters - bijvoorbeeld Max Havelaar, Indonesië en de haven van Rotterdam - met elkaar te maken hebben.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.