Dat er nog veel te verbeteren valt aan de woonsituatie van allochtonen, staat vast. Reden dus om te blijven nadenken over nieuwe woonconcepten die passen bij hun wensen en hun koopkracht. Het denken hierover staat niet stil, blijkens de plannen van de woningbouwcorporatie Wonen voor Allen uit Almere om te experimenteren met het bij elkaar huisvesten van etnische groepen. Het plan is inmiddels door de gemeente en door minister Van Boxtel van integratie als integratiebelemmerend afgewezen. De tegenstanders zijn zo bevangen door angst voor segregatie dat ze mogelijke voordelen van het plan niet willen zien. In de praktijk ligt het beeld natuurlijk genuanceerd. Aan het bij elkaar wonen van mensen met dezelfde etniciteit, kleven zowel voor- als nadelen. Voor een basisbehoefte als wonen geldt dat mensen een huis wensen waar ze zich geborgen en veilig voelen. Daartoe kan de aanwezigheid van familie, mensen met een zelfde culturele achtergrond en leefstijl in de buurt bijdragen. Te denken valt ook aan ouders op leeftijd die het prettig vinden dat hun kinderen in de buurt wonen, zoals recentelijk door Marokkaanse ouderen in de Rotterdamse wijk Delfshaven is gezegd. Voor de eerste generatie allochtonen en voor mensen die nog maar kort in Nederland zijn (vluchtelingen, asielzoekers) zal dat sterker gelden dan voor de tweede of derde generatie. Maar aan het 'bij elkaar wonen' kleven zeker ook nadelen: sociale controle, behoudzucht en drempels in het proces van integratie.
Ik roep graag in herinnering dat de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling de regering geadviseerd heeft niet moeilijk te doen over specifieke voorzieningen voor groepen etnische minderheden. Soms zijn deze voorzieningen in de ogen van de raad nuttig en noodzakelijk en hoeven zij integratie niet altijd in de weg te staan. Het kabinet heeft het advies van de raad niet afgewezen. Toch brandt Van Boxtel zelfs een experiment met een specifieke voorziening op het terrein van wonen bij voorbaat af. Dat is jammer. Waarom mag een woningbouwvereniging op het niveau van een straat of buurt niet experimenteren met nieuwe woonvormen? Als de resultaten tegenvallen, kunnen we er nog altijd mee ophouden.
Overigens, de corporatie zegt goede maatschappelijke doelen na te streven, maar hanteert een bedenkelijke ondertoon. Bij het toelichten van het plan spreekt men over het tegengaan van geurtjesoverlast waarover autochtonen zouden klagen. Daarmee is de suggestie gewekt dat niet de mogelijke woonwensen van burgers centraal staan, maar dat verborgen doelen de aanleiding zijn. En omdat het niet correct is daar openlijk over te spreken, is men met het 'nieuwe woonconcept' gekomen. Als dit de werkelijke reden is voor het voorstel, dan wordt een bot en verwerpelijk instrument gebruikt. Deze verdenking is hardnekkig en is inmiddels moeilijk weg te poetsen.
Reƫle en legitieme woonwensen van burgers die bij elkaar willen wonen, dienen echter zwaar te wegen. Uitzoeken of dit met een etnische benadering mogelijk is, mag niet op voorhand worden afgewezen. De vraag is of Wonen voor Allen zich werkelijk op de wensen van de allochtonen baseert. Dat is in de discussie onderbelicht gebleven. Heeft de corporatie de effecten voor de omliggende buurten ingeschat en speelt ze daarop in? De corporatie maakt door de gebrekkige presentatie en omdat bij de gemeenteraad niet voor draagvlak is gezorgd, de indruk een onvoldragen idee naar buiten te hebben gebracht. Er is onvoldoende benadrukt dat de behoefte aan een veilige plek ook bij autochtonen aanwezig is en dat het voorstel feitelijk niets nieuws is. Ouderenhuisvesting, jongerenhuisvesting, bouwen voor meerdere generaties en voor bijzondere woongroepen (werkloze jongeren in Dordrecht) komen regelmatig voor.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.