*

 
dossier

Archief

Spanje neemt afscheid van zijn 'Boris Becker'

Paul Gutter − 30/04/02, 00:00

AMSTERDAM - Afgelopen weekeinde hakte hij eindelijk de knoop door. Sergi Bruguera, de grondlegger van het moderne Spaanse mannentennis, was door blessures al jaren veroordeeld tot een bijrol in het circus van de ATP-tour. Waar anders dan in Barcelona, zijn thuishaven, lag het afscheid meer voor de hand, na wéér een roemloze aftocht in een tweede ronde. ,,Ik heb een aantal malen geprobeerd om terug te komen, maar ik denk dat het nu tijd is om te gaan rusten.''

Die rust is hem gegund, want de 31-jarige Bruguera verrichte baanbrekend werk voor het tennis in zijn land. Met als gevolg dat Spanje op het moment misschien wel het sterkste tennisland ter wereld is. Bruguera sluit zijn carrière af met een 145ste plaats op de wereldranglijst, boven hem staan maar liefst achttien landgenoten. Het voorlopige hoogtepunt van de huidige 'gouden generatie' is het winnen van de Davis Cup in 2000.

Opvallender nog is echter de Spaanse invasie die vrijwel jaarlijks op Roland Garros plaatsheeft. Ook die werd ingeluid door Bruguera, die het toernooi in 1993 en 1994 op zijn naam schreef. Sindsdien zijn de Spanjaarden altijd sterk vertegenwoordigd geweest in het grootste internationale graveltoernooi. Zowel in 1995 en 2001 drongen er maar liefst zeven door tot de derde ronde in Parijs, terwijl het evenement in 1998 zelfs een Spaanse finale kreeg tussen Carlos Moya en Alex Corretja.

Het was dan ook niet verwonderlijk dat Moya in Barcelona, na afloop van zijn verloren finale tegen de Argentijn Gaston Gaudio, de loftrompet stak over Bruguera: ,,Hij is een groot kampioen. Voor ons Spanjaarden betekent dit hetzelfde als het afscheid van Boris Becker voor de Duitsers.''

Zoals hij Spaans tennistalent weer reden gaf tot hopen, zo gaf hij Spaanse tennisfans weer reden tot juichen. Vanaf het begin in 1988 gecoacht door zijn vader Luis boekte de gravelspecialist pur sang niet minder dan veertien toernooizeges.

Met name zijn twee zeges in Parijs waren heel bijzonder. In 1975 won Manuel Orantes immers als laatste Spanjaard een van de vier grote tennistoernooien ter wereld, de US Open. Dat was zo lang geleden dat niemand Spanje nog echt serieus nam. Totdat in 1993 opeens ene Sergi Bruguera de verrassende kampioen werd van Roland Garros. Dat hij geen eendagsvlieg was bewees hij door een jaar later zijn titel te prolongeren. En in 1995 haalde hij bijna opnieuw de finale, maar verslikte hij zich in de halve eindstrijd in een andere oud-winnaar, Michael Chang.

Kort daarna raakte hij voor het eerst geblesseerd, aan zijn enkelbanden. Het was het begin van een lange reeks herstelperiodes, slechts afgewisseld met spaarzame hoogtepuntjes zoals het zilver tijdens de Olympische Spelen van 1996 en een laatste finaleplaats in Parijs een jaar later, waarin hij overigens in drie sets genadeloos werd afgeserveerd door Gustavo Kuerten.

Toen hij in 1998 aan zijn schouder geblesseerd raakte en geopereerd moest worden, was de vrije val definitief. De man die tijdens zijn hoogtijdagen tot de topdrie van de wereld had behoord, duikelde naar plaats 372. Alleen op pure wilskracht vocht hij zich in 2000 nog even terug in de mondiale honderd. Het bleek niet genoeg voor een plaatsje in het Spaanse Davis Cup-team, dat nota bene in 'zijn' Barcelona de kroon zette op een succesreeks die hij ooit begonnen was.

Op dat moment zal hij zich waarschijnlijk al gerealiseerd hebben dat zijn tijd er bijna op zat. Dat hij het nog anderhalf jaar volhield kwam doordat tennis zijn leven was, zoals hij de Spaanse media zondag ook vertelde. ,,Maar blessures hebben me te lang aan de kant gehouden. Mentaal gezien heb ik niet langer de kracht voor dagelijkse trainingen, reizen en de spanning die een wedstrijd met zich meebrengt. Ik ga nu van een privéleven genieten.''

mailIcon print |