*

 
dossier

Archief

Haast vergeten [2]

Hugo Brandt Corstius − 03/01/02, 00:00

Er werd hard op de deur van de wc gebonkt. Zo hard dat het leek of het een man was. Maar in een ritme dat meer op een vrouw wees. Har draaide zich om. De deur zat op slot, maar een mens kijkt naar de plek waar geluid vandaan komt. Oog volgt oor.

Een hoge stem riep: ,,Controle! Plaatsbewijzen alstublieft!'

,,Ik zit op de wee-cee!'

Dat was geen leugen, ook al stond hij met zijn rug naar de wc.

,,Schuift u het kaartje maar onder de deur door. Ik heb geen tijd om te wachten.'

Har schoof zijn kaartje onder de deur door. Even tijd winnen om te bepalen wat hij met dat gezicht onder de trein moest doen. De trein begon weer te rijden.

,,En uw kortingskaart? Mag ik uw kortingskaart even zien?'

Har schoof de kortingskaart, waar zijn foto op stond, onder de wc-deur door. Hij was benieuwd hoe ze op die foto en op zijn naam zou reageren. Hij ritste zijn broek dicht en stapte naar buiten.

Niemand in het portaaltje. Welke kant was ze opgelopen? Hoe kon hij in zo'n oude truc trappen? Maar wat had een ander aan die kaart? Zijn foto stond er toch op? Wat moest hij doen aan de man die tussen de bielzen had gelegen en in de wc-pot omhoog had gekeken? Te veel vragen tegelijk. En hij moest zich voorbereiden op zijn zakengesprek.

De trein kwam in Arnhem aan. Har liep naar voren om de machinist te vertellen wat hij had gezien. Bij de locomotief stond de machinist al te praten met een agent. ,,Ik remde zo hard ik kon', hoorde Har de treinman zeggen. Pas nu begreep hij dat de trein geremd was omdat de machinist iemand op de rails had zien liggen. Maar waarom dan weer zo gauw doorgereden? Hadden de machinisten genoeg van zelfmoordenaars? Moest hij vertellen dat de man onder de trein nog leefde?

De agent wendde zich naar hem toe. Har draaide zich om en liep weg. Hij liep altijd met grote passen en hij kon dat ook nu niet laten, al snapte hij dat het verdacht stond.

Buiten het station bekeek hij zich in een etalageraam. Wat echt niet kon, dat waren zijn schoenen. Hij zocht de weg naar de moskee, waar hij al eens was geweest. Bij de ingang zette hij zijn afgetrapte sportschoenen op het plankje en liep de ruimte in alsof hij iemand zocht.

mailIcon print |