*

 
dossier

Archief

Paars? Dat was pas een fantastische tijd!

Meindert van der Kaaij − 27/06/02, 00:00

Voor velen was het een verrassing dat Laurens-Jan Brinkhorst in 1999 minister van landbouw werd. Voor hemzelf ook. Als bewindsman ging hij de confrontatie met boeren en belangenorganisaties niet uit de weg. Hij maakte duidelijk dat de macht niet in het veld, maar in Den Haag ligt. Het nieuwe kabinet met het CDA als sterkste partij zou de klok wel weer eens terug kunnen zetten.

Het was niet leuk om te worden uitgemaakt voor een 'killer van 10 000 boerengezinnen' in de tijd dat hij zijn plannen doorzette om het mestoverschot terug te dringen. Maar de moeilijkste periode voor minister Brinkhorst van landbouw was zonder twijfel de crisis die ontstond toen het mond- en klauwzeervirus ook in Nederland terechtkwam.

Het dinsdag gepubiceerde rapport waaruit blijkt dat de mkz-crisis bij veel boeren tot ernstige psychische problemen heeft geleid, kwam voor Brinkhorst niet als een verrassing. ,,Ik wist dat veel boeren het moeilijk hadden. Maar ik vind het ook droevig dat uit hetzelfde rapport blijkt dat boeren hulp hebben geweigerd. Het is een zeer gesloten cultuur, waarbij de ellende heel collectief is beleefd. Het vormt een gezamenlijk bolwerk waar het leed werd versterkt. Dat zit dus vooral tussen de oren.''

Wat daarbij volgens Brinkhorst ook speelt, is het idee dat het door die 'ellendige man' komt die niet wil besluiten om te vaccineren. ,,Dat is natuurlijk een vergissing. Zij hebben in 1992 zelf die beslissing genomen in 'vredestijd' toen men nog dacht dat het beter was om één crisis te hebben dan tien jaar extra te betalen voor vaccinatie.''

,,De vreselijke ellende die ik bij boeren heb gezien, heeft mij erg aangegrepen. Het nemen van de besluiten was natuurlijk ook moeilijk, maar ik vond dat ik geen andere kant op kon. Als de meerderheid van de Kamer mij had gedwongen om de regels van Europa aan de laars te lappen, dan had ik die motie niet uitgevoerd, dan hadden we een ministerscrisis gehad. Want het niet uitvoeren van dat beleid had het faillissement van duizenden boeren betekend. Dat had ik niet voor mijn rekening kunnen nemen.''

In die tijd voelde Brinkhorst zich onveilig door de dreigende uitlatingen van enkele boeren. ,,Ik had constant bewaking omdat ik weinig zin had om in elkaar geslagen te worden. Bij een bezoek aan een vakbeurs voor intensieve veehouderij voelde ik mij net Bill Clinton. Ik ging in een cordon veiligheidsmensen door de hal. Dat was geen prettig gevoel.''

Brinkhorst betreurt de ongeregeldheden die vorige week in Epe uitbraken toen twee boeren uit dat dorp werden gearresteerd vanwege hun betrokkenheid bij de rellen vorig jaar. ,,Dat is vreselijk. Dat is een zaak van gelovigen tegen ongelovigen. Er was toen, kennelijk is dat nog steeds zo, geen dialoog mogelijk. Ik heb met burgemeesters daarover gesproken en het aanbod gedaan om met die harde kern in de mkz-driehoek te praten. Maar een kleine minderheid bedreigde de goedwillenden en maakte dat gesprek onmogelijk. Dat is eigenlijk in een democratische rechtstaat intolerabel. Dat betreur ik heel erg.''

Veel stof opwaaien op het Binnenhof deed ook de krimp van de intensieve veeteelt, die nodig was om zware boetes van 'Brussel' te vermijden. De man met wie hij het vooral aan de stok had, was Wien van den Brink, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders. Deze maakte het zo bont dat Brinkhorst hem de toegang tot het ministerie ontzegde. Tegenwoordig ontmoet de demissionaire Brinkhorst hem in de Tweede Kamer waar Van den Brink woordvoerder namens de LPF is.

,,Ik ben democraat, dus ik accepteer hem als kamerlid. Maar ik verwacht wel enige consistentie en die ontbreekt bij Van den Brink. Hoewel dat niet mijn probleem maar die van zijn partij is, kan ik het niet laten hem dat telkens in te peperen. Natuurlijk heb ik de geschriften van Fortuyn bekeken op wat hij over landbouw zei. Zo wilde hij de subsidies voor boeren langzaam afbouwen. Nu hadden we laatst in de Kamer een overleg over de tarieven voor het afvoeren van kadavers. Ik vind dat die tarieven omhoog moeten, in de richting van marktprijzen en dat de overheid de subsidie daarop moet verminderen. Van den Brink pleitte zonder blikken of blozen voor het weer opschroeven van de subsidies. Fortuyn draait zich in zijn graf om als hij dat zou horen.''

Weinigen hielden in 1999 rekening met de terugkomst van Brinkhorst in de Nederlandse politiek en al helemaal niet op het ministerie van landbouw. Toen D66-leider Thom de Graaf hem op een verjaardagsfeestje plotseling vroeg om de afgetreden bewindsman Apotheker op te volgen, ontsnapte een vloek aan zijn mond. ,,Een jaar daarvoor had ik nog negatief geadviseerd over Landbouw toen we bij de formatie ook konden kiezen uit Defensie en Vrom. Over die twee laatste departementen heeft D66 veel meer duidelijke standpunten. Maar ja, er werd een klemmend beroep op mij gedaan. De premier was not amused over het opstappen van Apotheker en stelde ook prijs op mijn komst.''

Op het moment van zijn aantreden leek zijn taak, het terugdringen van de mestproductie, een bijna onmogelijke. Veel ministers voor hem hadden hierop hun tanden kapotgebeten. VVD-minister Van Aartsen kwam met de wet herstructurering varkenssector die in de ogen van verschillende rechters aanvankelijk geen genade vond. Daarna groeide Apotheker het probleem boven het hoofd; hij gooide de handdoek in de ring. Bij het eerste optreden van Brinkhorst in de Kamer herinnerde het CDA hem er fijntjes aan dat wegens de rechterlijke uitspraken het drie-nul voor de boeren stond.

,,Als er een terrein is waar Paars acht jaar niet eindeloos heeft gedoogd, gepolderd en heeft overlegd is het wel de landbouw'', zegt Brinkhorst achteraf. ,,Ik hoop dat het CDA van de collectieve onmacht van de jaren daarvoor geleerd heeft. Ik hoop dat deze partij dat feit onder ogen ziet. Het is voor de landbouw op lange termijn van belang dat er een structureel gezond beleid komt, streng maar rechtvaardig.'' Met verbijstering hoorde Brinkhorst, als hij weer over de mestnormen met de sector in de clinch lag, het advies van VVD en CDA aan dat hij eerst maar een akkoord moest sluiten met de landbouworganisaties.

,,Fortuyn heeft over het stroperige polderoverleg in Nederland een aantal rake dingen gezegd. Het is goed dat er overleg is over lonen en sociaal beleid. Dit is geen land waar een dictator anderen zijn wil oplegt. Maar tussen overleg en knopen doorhakken die democratisch gelegitimeerd zijn, zit een groot verschil. Greenpeace, Stichting Natuur en Milieu, Consumentenbond, vakbonden, werkgevers, vakbond van varkenshouders; die zien zich als overheid. Tegen die invloed heeft Paars zich te weinig verzet, daar had Fortuyn gelijk in. Juist daarom snap ik niet waarom de LPF uitgerekend een platte belangenbehartiger als Wien van den Brink in de Tweede Kamer neerzet.''

Brinkhorst herinnert zich een overleg dat hij samen met minister Hermans had met de vijf onderwijskoepels naar aanleiding van de fraude in het hoger beroepsonderwijs. ,,Er zaten dus vijf ministers van onderwijs tegenover ons! Bepaalde vragen van collega Hermans bevielen hen niet, die vonden zij te scherp. Die houding zag ik ook terug bij sommige van mijn overlegorganen. Dat vind ik een minachting van de democratie. Ik vrees dat de mensen die straks aan de macht gaan komen weer de mensen zijn die destijds leiding gaven aan de koepels. Het is net als in Animal farm, het boek van George Orwell, waar de varkens de macht overnemen van mensen. Later blijkt dat verschil tussen mensen en varkens ver-dwenen en gedragen de varkens zich net zo als degenen tegen wie zij zich afzetten. Dat is mijn beeld van de Nederlandse politiek. Het CDA dat acht jaar oppositie heeft gevoerd, gaat niets veranderen. Het veranderingsvermogen van de Nederlandse politiek is buitengewoon gering.''

Ondanks dit cynisme kan Brinkhorst het publieke leven niet verlaten. ,,Brinkhorst nog niet met pensioen. Zet dat maar boven dit stuk.'' De demissionaire landbouwminister gniffelt. Toen Laurens-Jan Brinkhorst drie jaar geleden zijn rentree maakte was de verwachting dat dit voor de destijds 62-jarige D66'er het laatste kunstje zou zijn.

Brinkhorst gaat straks echter, na wat mooie verre reizen, terug naar Brussel, de stad die hij als europarlementariër en topambtenaar bij de Europese Commissie zo goed leerde kennen. Welke functie hij op het oog heeft, wil hij nog niet zeggen. ,,Ik blijf me natuurlijk hartstochtelijk met Nederland bezighouden. Ik zie het als mijn taak iets te doen aan de gapende kloof tussen Europa en Nederland. We maken hier de denkfout dat we vanuit Nederland Europa kunnen veranderen. Maar de echte besluiten vallen natuurlijk in Brussel en niet in Den Haag. We hebben nog steeds moeite om verder te kijken dan onze eigen landsgrenzen.''

Brinkhorst ziet zichzelf niet als een super-Europeaan die alles wat uit Brussel komt goed vindt. ,,Absoluut niet. Maar ik constateer wel dat de huidige politieke onmacht voortkomt uit de onwil om oplossingen in internationale context te zoeken. We komen steeds dichter bij het einde van de soevereine natie-staat en de vertegenwoordigende lichamen daarvan, maar we willen het nog niet zien.''

Zonder iets af te willen doen aan het fenomeen-Fortuyn, wijst Brinkhorst erop dat Nederland niet het enige land in Europa is dat worstelt met integratie- en migratieproblemen. ,,Ook in Italië, Frankrijk en België zijn er xenofobische uitingen zoals het pleidooi om de grenzen op slot te doen. Het is daarom hoog tijd dat de oplossing in Europees verband gezocht wordt.''

Brinkhorst erkent dat de machthebbers in de villa's en mooie woningen te weinig wisten wat er zich aan de basis afspeelde. Hij verwijt de LPF-stemmers niets. ,,Mensen die niet kunnen ontsnappen aan de armoede en die worden geconfronteerd met een totaal andere cultuur, ik begrijp dat zij daar soms benauwd van worden. Hoewel ik me hun vrees kan voorstellen, pleit ik niet voor het sluiten van de grenzen. Integendeel. Maar ik hoor niet tot de mensen die in een arme wijk wonen en heb daarom geen recht van spreken om hen daarover met een grote mond toe te spreken.''

Brinkhorst vindt dat hij zolang in buitenland heeft gewoond dat hij a-typisch is als Nederlands bewindsman. ,,Ik vind Nederland een fantastisch land, maar ik kan niet ontkennen dat ik soms met dezelfde verbazing als buitenlanders naar dit land kijk. Er heerst hier zo'n ongelofelijke calvinistische inslag van: 'O lieve Heer, dank je wel dat ik beter ben dan mijn buurman'. Wij weten het altijd beter en het is zo jammer dat de rest van de wereld dat niet wil inzien.''

,,Dat staat een objectieve beschouwing van onze plussen en minnen in de weg. Dat is, om het even in een paar woorden samen te vatten, het grootste probleem van Nederland met integratie. We hebben fantastische individuen, geweldige instellingen en een groot sociaal rechtvaardigheidsgevoel. Wat ontbreekt is het gevoel van compassie voor anderen en begrip dat die anderen inderdaad anders zijn. We vinden dat we op de centen zijn, maar aan de andere kant ook heel royaal. Maar zo royaal zijn we niet en ook niet gastvrij. Je moet dat eens aan buitenlanders vragen. Die zijn er verbaasd over dat zij na twee jaar nog steeds bij niemand te eten zijn gevraagd. Wij beroemen ons er nog steeds op dat wij ooit hugenoten en Portugese joden opvingen. Zij werden wel toegelaten maar zij moesten in hun eigen kerkje blijven zitten.''

Brinkhorst begrijpt dat een groot deel van de kiezers het paarse kabinet zat was, maar vindt tevens dat bepaalde mensen onterecht zijn aangepakt. ,,Dat geldt voor met name de heer Kok. Acht jaar lang heeft hij subliem leiding gegeven aan de oplossing van heel wat economische en maatschappelijke problemen. Maar ook zaken als euthanasie, homohuwelijk, openstelling winkeltijden en het vrijmaken van kartelvormen, dat zijn onderwerpen die in een kabinet met het CDA nooit van de grond zouden zijn gekomen. Er komt een tijd dat mensen zeggen: dat Paars, d t was pas een fantastische tijd. Kiezers zijn onbarmhartig en kort van memorie. Maar ik zal de kiezers daar zeker aan herinneren.''

mailIcon print |