De pastorie heeft haar sporen nagelaten. In de aanloop naar de Dag van het domineeskind, 26 oktober in de Nieuwe Kerk, portretten van meer en minder bekende pastoriekinderen. Vandaag: Wim van Krimpen
,,'s Zondags gingen mijn twee broers en ik altijd voetballen in een park, een flink eind uit de buurt. Het lekte altijd uit, door brieven van mensen die het een schande vonden. Mijn vader zat er niet mee. Hij was erg liberaal en moest niets hebben van het benepene dat toen sterk leefde onder gereformeerden.
Ik heb een heel leuke jeugd gehad. Ik ben geboren in de pastorie van Kruisweg, een Gronings gehucht tussen Hornhuizen en Kloosterburen. Als jong predikant wist mijn vader de boel daar knap bij elkaar te houden. Niemand ging er mee met de afscheiding van ds. Schilder - een hele prestatie. In de gemeente maakten rijke hereboeren de dienst uit. Maar daar trok mijn vader zich niks van aan, hij kwam op voor de arme landarbeiders.
In 1944 werd hij beroepen in Rotterdam om na de oorlog het jeugdwerk op poten te zetten in de oude stadswijken. Hij richtte jeugdhuizen op voor wat toen 'asfaltjeugd' heette. En hij begon De Havenloods, de eerste huis-aan-huiskrant van Nederland, die hij goeddeels zelf volschreef. Met de winst daarvan financierde hij de jeugdhuizen. Mijn vader was niet alleen sociaal bewogen, maar ook zakelijk goed onderlegd. Daarnaast preekte hij elke zondag drie keer, onder meer in een dienst voor daklozen. Wij kinderen gingen 's morgens altijd met hem mee. Mijn moeder runde het huishouden, zij heeft de vier kinderen grotendeels opgevoed.
Aan dat heerlijke gezinsleven kwam een eind in 1961, toen ik tweedejaars rechten was. In dat jaar verliet mijn vader na een huwelijk van 25 jaar mijn moeder, om met zijn secretaresse te trouwen. Hij moest van de synode ontslag nemen als predikant, zo ging dat in die tijd. In Trouw is daarover toen een tamelijk onsmakelijk bericht gepubliceerd. Mijn vader heeft vervolgens, zakelijk als hij was, een watercamping opgezet in Raamsdonkveer, dat vond ik behoorlijk onder zijn niveau. Daarover heb ik het nooit met hem gehad, omdat ik toen alle contacten heb verbroken. Ik koos voor mijn moeder. Mijn vader heeft het nog wel geprobeerd, maar ik hield dat af. Spijt? Ja, wel een beetje, maar je maakt nu eenmaal keuzes in het leven. En mijn moeder had mijn steun meer nodig dan mijn vader, die een nieuw leven kon opbouwen.
Hij is allang dood. Uiteindelijk is hij twee keer 25 jaar getrouwd geweest en dat is toch ook behoorlijk monogaam, houd ik mezelf maar voor. Maar mijn hart lag bij mijn moeder. Zij heeft de scheiding nooit kunnen verwerken. Bij haar begrafenis heb ik gememoreerd dat haar leven bestond uit twee delen: de periode voor de scheiding en die erna.
Ondanks deze treurige gebeurtenis kijk ik met plezier op mijn jeugd terug. Mijn ouders lieten ons erg vrij. Ik mocht in de tweede van het gymnasium als eerste van de school naar dansles. Ook wat betreft het geloof deden ze niet moeilijk. We hoefden geen geloofsbelijdenis te doen of twee keer mee naar de kerk. Zo is het geloof langzaam weggevloeid uit mijn leven. Dat neemt niet weg dat ik me nog steeds in hart en nieren gereformeerd voel. Eens gereformeerd, altijd gereformeerd. Ik ben er trots op dat ik de zoon ben van een gereformeerde predikant. Een gereformeerde opvoeding heeft voor mij een heel positieve klank. Ik associeer dat met plichtsbetrachting, directheid, gaan voor de zaak. Als ik mijn huiswerk niet af had, had ik buikpijn. Mijn oudste dochter van twaalf heeft dat ook. Ik erger me dood aan mensen die er de kantjes van aflopen. Ik heb ook niks met mensen die alles herleiden tot hun moeilijke jeugd. Op een gegeven moment ben je zelf verantwoordelijk.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.