*

 
dossier

Archief

Hoe langer de celstraf hoe minder berouw

Klaas de Graaff − 29/11/02, 00:00

Criminelen strenger straffen leidt niet per se tot een veiliger samenleving. Je kunt je eerder afvragen of langdurige gevangenisstraffen hun doel niet voorbijschieten. Een dader moet nog perspectief hebben op een gewoon leven, wil hij van zijn straf leren.

Het gevoel van onbehagen bij veel mensen ontlaadt zich in blinde uitspraken die meer weg hebben van pure vergelding dan van zinvol nadenken hoe we van de 'overkill' aan misdaad af kunnen komen. Herinvoering van de doodstraf. Zero tolerance om het uit de hand gelopen gedoogbeleid te corrigeren. Minimumstraffen die het wantrouwen in de rechterlijke macht blootleggen. Met deze voorstellen mikken politieke partijen ongetwijfeld op een electorale winst, want de burger is het immers beu en wil een veilige omgeving.

Straf moet weer pijn gaan doen, is de opvatting van de filosoof Alexander von Schmid (Podium, 21 november). Alsof gevangenisstraf vergelijkbaar is met een berisping. Hij windt zich op over degenen die voorstanders van oude sancties uit het verleden als barbaars afschilderen. Dwangarbeid, schandpaal en lijfstraffen uit voorgaande eeuwen verdienen het opnieuw te worden bekeken en mogen van Von Schmidt niet worden afgedaan als primitief.

Rechters leggen alleen gevangenisstraf op als uiterste middel, een vergeldende straf voor wat de dader de gemeenschap heeft aangedaan. Boete, taakstraf, leerstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf of een combinatie daarvan kunnen soms een betere bijdrage leveren dan een periode van totale afsluiting van de samenleving. Nog steeds willen weinig mensen aanvaarden dat ook gevangenisstraf pijnlijk is. Het kan niet genoeg benadrukt worden dat verdrijving uit het gezin, uit de groep, uit de buurt voor de meeste veroordeelden een dramatische ingreep in hun leven betekent. Voor de meesten althans, want voor de zogeheten veelplegers of draaideurcriminelen is gevangenisstraf al een deel van hun leven geworden.

De vraag is of een gevangenisstraf van meer dan drie jaar nog kan bijdragen aan de inkeer van iemand die een ernstig vergrijp heeft gepleegd. Volgens veel juristen heeft een gevangenisstraf mede tot doel om de dader ervan te weerhouden nogmaals in dezelfde fout te vervallen. Speciale preventie heet die werking, naast de generale preventie die het zou hebben op andere (potentiƫle) daders. Wat is het nut van straf wanneer de lengte ervan de veroordeelde geen enkel perspectief meer biedt?

Of de misdadiger geleerd heeft dat hij fout is geweest, kan alleen hij of zij beantwoorden. De mens is in wezen zijn eigen hoogste rechter. Maar na drie jaar zal naar inschatting de kijk op het verdere leven verdwijnen en zal ook het berouw verdampt zijn. Iemand die na die tijd nog een gevaar voor de samenleving betekent, kan beter helemaal niet meer daarin terugkeren.

In feite zou gevangenisstraf in twee soorten uiteen kunnen vallen. Een straf van maximaal drie jaar of levenslang. In principe zou levenslang dan als uitzonderlijke straf moeten gelden, zonder een automatische omzetting tot twintig jaar. Deze veroordeelden zouden de rest van hun leven kunnen doorbrengen in kleine gemeenschappen, die functioneren als aparte kleine samenlevingen, als dorp; goed bewaakt, maar met veel vrijheden. In economisch opzicht zouden zij zichzelf kunnen bedruipen door arbeid te leveren voor hun dorp en voor onze maatschappij. Bij deze straf ligt niet de vergelding ten grondslag, maar de bescherming van de maatschappij.

Terecht merkt Von Schmid op dat de overheid te weinig oog heeft voor de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Hoewel de positie van het slachtoffer de laatste tien jaar verbeterd is, kunnen we nog niet spreken van een ideale situatie. De zogeheten wet Terwee, die erin voorziet dat slachtoffers schadeloos worden gesteld, werkt marginaal. Terwijl de kosten van opsporing, vervolging en berechting ongekend hoog zijn en gevangenisstraf de staat op 150 tot 300 euro per dag per ingeslotene komt te staan, komt het slachtoffer er meestal bekaaid vanaf.

Als de rechter de dader al een schadevergoeding oplegt, blijkt in werkelijkheid vaak dat de dader niet in staat is zelfs maar een fractie van de kosten te vergoeden. De overheid zou daarbij zelf ruim in de beurs moeten tasten, misschien wel in orde van grootte van hetgeen zij aan de dader kwijt is. Ook het verhalen van kosten op de dader zal in de toekomst meer aandacht moeten krijgen.

mailIcon print |