*

 
dossier

Archief

'Vrouwen komen heus de boel niet even overnemen'

door Anke Oude Brunink − 02/08/02, 00:00

In Suriname werken eigenlijk alle vrouwen, zegt Sieglien Spier, programma-coördinator van de Niet-Traditionele Vrouwenberoepen Vrouwenvakscholing. Vaak zitten ze in de zogeheten 'hustle-business': ze verkopen bijvoorbeeld eigengemaakte producten of ze maken kleding. De Vrouwenvakscholing helpt vrouwen aan een beter betaalde baan te komen. Dat blijkt vooral een kwestie van mentaliteitsverandering te zijn.

Sieglien Spier had in Nederland 25 jaar voor de klas gestaan, toen ze in 1996 naar Suriname terugging om daar met vrouwen te werken. ,,Mijn zoon was toen veertien en ik wilde hem de Surinaamse cultuur en achtergronden laten zien. Voor de klas staan en werken met kleine kinderen was heel leuk, maar ik wilde iets anders. Ik kwam bij de Nationale Vrouwenbeweging terecht. We zijn nu bezig vrouwen op te leiden in beroepen die buiten het traditionele spectrum liggen. Het project is dit jaar van start gegaan.''

Vrouwen worden opgeleid als installateur van elektrische apparatuur en als loodgieter, terwijl er ook een opleiding in de computerhardware is. Echte mannenberoepen, toch?

,,Nee hoor, dat is helemaal niet zo. Vrouwen kunnen prima functioneren in die sector, we moeten de Surinaamse samenleving er alleen bewust van maken dat ook vrouwen daar thuishoren. Aan de vrouwen moet dat ook duidelijk gemaakt worden. Surinaamse vrouwen hebben over het algemeen traditionele, verzorgende beroepen. Werken in niet-traditionele sectoren levert veel meer geld op en meer aanzien dan een baan als winkeljuffrouw.''

,,Het rollenpatroon zit er nog behoorlijk in, maar er is wel een ontwikkeling zichtbaar. We proberen de mensen genderbewuster te maken. Vrouwen willen echt niet 'het zaakje even komen overnemen', zoals mannen weleens denken. Er is al een omslag zichtbaar. We hebben een straatinterview gehouden, waarbij we aan mannen hebben gevraagd wat ze ervan zouden vinden als hun dochter een technisch beroep zou kiezen. Tachtig procent zou hun dochter steunen. Dat was eerder wel anders: we hebben vrouwen tussen de 25 en 50 bij wie een technisch beroep leren eerder helemaal niet gestimuleerd of zelfs verboden werd. 'Dat past niet, dat is iets voor jongens' werd dan gezegd.''

,,Het idee bij mannen is vaak: vrouwen moeten geen mannenwerk doen, want dat is te zwaar voor ze. Ze zijn er niet sterk genoeg voor. Je ziet dus dat mannen naar de vrouwen in hun beroep overdreven behulpzaam zijn. Vrouwen moeten dat niet accepteren. We leren hen op de oriëntatietraining die aan de opleiding voorafgaat ook hoe ze met die hoffelijkheden om moeten gaan en wat voor houding ze op de werkvloer kunnen aannemen. Confidencebuilding noemen we dat. 'Nee' zeggen in deze situatie hebben Surinaamse vrouwen eigenlijk nooit geleerd. Maar dat is natuurlijk ook iets cultureels; mannen zijn hoffelijk en vrouwen zijn daar blij mee, dat is de norm. En hun houding verandert zeker: ze komen verlegen binnen en stappen er met een sterkere, weerbaardere houding weer uit.''

Surinaamse meiden kunnen al kiezen voor een technische richting als ze van de basisschool afkomen. Toch gaan veel meisjes automatisch richting het traditioneel voortgezet onderwijs. ,,De keuze voor een technisch beroep wordt van huis uit en vanuit school niet echt gestimuleerd'', zegt Spier. ,,Tegenwoordig is de trend wel dat vrouwen die al een hbo-opleiding doen, naar de technische faculteit gaan. Dat is een goede ontwikkeling. Jammer is dat vrouwen, ook als ze de techniek in gaan, vaak kiezen voor de traditionele kant ervan: dan worden ze bijvoorbeeld laborante. De vrouw is nog niet echt zichtbaar binnen technische beroepen. Ze zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in topposities en in bijvoorbeeld de politiek. We hopen dat dat gaat veranderen. Waar het om gaat is dat de economische positie van vrouwen in Suriname beter wordt. Er moet een gelijke verdeling van inkomsten en taken binnenshuis zijn. Nu hebben vrouwen daar nog alle taken. De rolverdeling binnen het gezin en de samenleving moet veranderen.''

Surinaamse mannen kijken volgens haar niet al bij voorbaat neer op vrouwen die onorthodoxe of hogere functies hebben. ,,Je krijgt geen lelijke blikken. Ik heb het in ieder geval nog niet meegemaakt. Ik kan me wel voorstellen dat in bepaalde situaties wordt gedacht: 'wie denkt ze wel dat ze is?'. Doorstromen naar de top is nog wel lastig. Mijn drive is om het voor alle Surinaamse vrouwen mogelijk te maken een betere positie te krijgen. Daarvoor zet ik me voor meer dan honderd procent in. Het is uitdagend om dit project te coördineren, zelfs als je maar heel kleine succesjes behaalt.''

Voor en door de vrouwen die de norm willen doorbreken, is er nog genoeg werk te verzetten, zegt Spier. ,,We hebben net een wervingscampagne in Paramaribo en omgeving gehad, waarna tweehonderd vrouwen zich hebben aangemeld. Vijfendertig daarvan beginnen nu aan de dagopleidingen, een avondopleiding komt nog op gang. Daar was heel veel vraag naar. Voor de vrouwen is het niet altijd gemakkelijk om te gaan studeren; ze lopen dan de inkomsten mis die er normaal wel waren. Nog een probleem zijn de werktijden waar ze straks aan vastzitten, van halfacht tot halfvijf. Wat doe je dan met de kinderen? Bovendien is er in de technische sector geen ziektekostenregeling, waar er in de traditionele beroepen wel een regeling is.''

Spier heeft er vertrouwen in dat meer Surinaamse vrouwen kiezen voor de technische richting en daarmee voor een betere toekomst. ,,Ik zag veel potentieel bij de Surinaamse vrouwen. Ik had het gevoel dat er iets extra's nodig was om dat tot bloei te laten komen. Vrouwen willen wel, en zoeken een uitdaging, maar dat moet begeleid worden. We zullen trainingen geven zolang er behoefte aan is. Waarschijnlijk zijn we nog lang bezig. Het hangt ook van de financiering af, in Suriname krijgen we geen geld voor dit soort programma's. We moeten het dus hebben van buitenlandse donoren. Hopelijk kunnen we blijven voortgaan.''

mailIcon print |