*

 
dossier

Archief

Een moment van doodsangst dat almaar niet ophoudt

MICHIEL LOUTER − 30/03/02, 00:00

,,Er is een moment als je struikelt of uitglijdt, vlak voordat je hand uitschiet om je val te breken, dat je voelt hoe de aarde op je afkomt en je niets kunt ondernemen. Een moment van doodsangst, een fractie van een seconde. Zo voelde ik me. Uur na uur na uur.''

Drie keer in de afgelopen tien jaar geraakte de Amerikaanse publicist Andrew Solomon in de greep van een psychotische depressie. Drie keer krabbelde hij ook weer op, geholpen door een dozijn therapeuten en kilo's medicijnen. Solomon verwerkte zijn ervaringen in 'Demonen van de middag', een monumentale studie over de aard, geschiedenis en behandeling van zware depressies. Vorig jaar als een bom ingeslagen in Amerika, verscheen het vorige week in een Nederlandse vertaling.

Volgens Solomon worden depressies vaak niet herkend, omdat het onmogelijk is om helder en objectief uit te leggen wat er dan gebeurt. Het kan alleen in metaforen en allegorieën. ,,Het is alsof je voelt dat de kleren aan je lichaam langzaam in hout veranderen. Een stijfheid in de ellebogen en de knieën, die toeneemt tot een vreselijk gewicht en een isolerende roerloosheid, die je zal uitdrogen en je te zijner tijd zal vernietigen.'' In een nog extremere variant valt er ook niets meer te voelen. Men is zich nog slechts gewaar als 'een levende dode', ver voorbij de tranen of de wanhoopsschreeuw.

In deze toestand doen mensen gekke dingen. Andrew Solomon is hierop geen uitzondering. Zo besloot hij om zelfmoord te plegen door aids op te lopen in onveilige seksuele contacten. In een parkje vindt hij, lang na middernacht, een dikke bejaarde man met een armoedig brilmontuur. ,,Hij trok zijn broek uit en bukte zich. Ik toog aan het werk. Het voelde alsof dat alles een ander overkwam; ik hoorde hoe zijn bril afviel en dacht alleen maar: binnenkort ben ik dood, en dus zal ik nooit zo oud en zielig worden als deze man.''

Na vier maanden van nachtelijke parkbezoeken dringt het tot hem door dat hij nu waarschijnlijk anderen aan het besmetten is. Maar het doden van anderen ligt niet in zijn aard. Solomon stopt ermee en laat zich testen. Aids heeft hij niet. Wel klaart zijn hoofd wat op door een antipsychoticum, dat hij naast twee tranquillizers en drie verschillende antidepressiva krijgt voorgeschreven. ,,Na dat alles, doe ik wat ik moet doen om verdere verstoringen te voorkomen. Elke ochtend en elke avond kijk ik naar de pillen in mijn hand: wit, roze, rood, turquoise. Soms lijken ze op een handschrift in mijn hand, hiëroglyfen die zeggen dat de toekomst oké zal zijn, en dat ik het aan mezelf verplicht ben verder te leven en te zien.''

De gedachte dat hij zijn talent als schrijver kan gebruiken voor een boek helpt. Hij begint de verhalen op te tekenen van de depressieven die hij vindt tijdens een jarenlange reis door Amerika, Engeland, Groenland, Cambodja en Senegal. Ook verdiept hij zich in de omvangrijke, maar sterk verbrokkelde wetenschappelijke literatuur over depressie, die hij tot een synthese wil brengen. Het doel van deze 'missie', zoals hij nogal hoogdravend verklaart, is ,,de heling van zelfrespect brengen aan degenen die dat niet hebben''. Het klinkt aanvankelijk te megalomaan om serieus te nemen, maar het uiteindelijke resultaat is verbluffend goed. In tien minutieus onderbouwde en krachtig geschreven hoofdstukken, voert Solomon de lezer langs de nauwe relaties die depressie heeft met onder meer verslaving, armoede, evolutietheorie, vrouw-zijn, gezondheidspolitiek en zelfmoord.

Het boek heeft een stevige basis in de geschiedenis van depressie en is handig doorschoten met bloedstollende ervaringsverhalen en depressieve citaten uit de wereldliteratuur. Snel geschreven als het is, leest 'Demonen van de middag' als een caleidoscopische en soms ademloze dodenrit door de diepe depressie en haar betekenis voor individuen, gezinnen en samenlevingen.

Volgens Solomon weet niemand echt waardoor depressies worden veroorzaakt. In het modernste verklaringsmodel ligt de oorzaak in de hersenchemie, maar die verklaring wijst hij resoluut van de hand. Als zoon van een farmacologisch wetenschapper weet hij als geen ander dat de neurotransmitter-hypothese gebaseerd is op vage veronderstellingen, en dat de chemische werkelijkheid van de hersenen oneindig veel complexer is dan stijgende of dalende serotoninespiegels. Bovendien: 'Alles is chemie'. Succesvolle praatkuren leveren in de hersenen soortgelijke chemische veranderingen op als de toediening van moderne antidepressiva als Prozac.

Dat brengt Solomon tot de belangrijke stelling dat het onderscheid tussen gesprekstherapie en farmacotherapie, tussen praten en pillen, om onzinnige redenen voor belangrijk en principieel wordt gehouden. Bij alles wat een mens doet of niet doet, zegt of niet zegt, verandert ook zijn/haar hersenchemie. Wel is het zo dat antidepressiva sterk geremde mensen kunnen helpen over hun onopgeloste problemen te praten.

Het probleem met antidepressiva zijn de bijwerkingen -gejaagdheid, zweten, impotentie- waardoor slechts een kwart van de mensen ze langer dan een halfjaar slikt. Vooral het verlies van libido kan mensen nog depressiever maken dan ze al waren. ,,Toen ik Prozac slikte'', citeert Solomon een vriend, ,,had Jennifer Lopez in sarong aan mijn bed kunnen verschijnen, en dan had ik haar gevraagd of ze me kon helpen met mijn kantoorwerk.'' Deze mensen zijn beter af met een praatkuur. Welk soort praat-therapie men kiest is vaak nogal willekeurig. Uit een curieus onderzoek blijkt dat patiënten vaak net zo goed geholpen kunnen worden door Engelse professoren als door willekeurige vaktherapeuten. De belangrijkste factor is het vermogen van de behandelaar zich in te leven.

Het probleem met praten is dat het alleen helpt als er aanwijsbare redenen zijn voor een depressie. Deze kun je vervolgens gaan uitdiepen, veranderen of relativeren, waarna veel mensen zich beter voelen. Voor zijn eigen depressie geeft Solomon een aantal oorzaken (zijn moeder was een nare zelfmoordenares en zijn liefdesleven een zootje), maar noemt ook talloze redenen om zich juist níet depressief te voelen (hij is getalenteerd, welgesteld, bezit massa's vrienden en heeft zijn verleden oeverloos besproken). Toch zou hij zonder zijn onderhoudsdosis van twaalf pillen per dag binnen enkele weken terugglijden tot totale lethargie. Bij hem zit de depressie kennelijk diep verankerd in de genen.

Er bestaan mensen waarop zowel medicijnen als praten geen vat hebben, maar die wel gebaat zijn bij elektroconvulsieshocktherapie (ECT). Het is een laatste redmiddel, omdat het leidt tot geheugenstoornissen die soms de hele persoonlijke geschiedenis van iemand wegvagen. Maar het werkt bij tachtig procent van de therapie-resistente depressieven. Solomon vertelt het verhaal van een vrouw die geen andere uitweg meer zag dan het kopen van een revolver: ,,Ik wilde niet sterven omdat ik mezelf haatte; ik wilde sterven omdat ik genoeg van mezelf hield om te wensen dat er een einde kwam aan de pijn. Ik had elke dag tegen de badkamerdeur van mijn dochter geleund en geluisterd wanneer ze zong - ze was elf, en zong altijd onder de douche - en dat was het verzoek om het nog één dag vol te houden. Het kon me echt niet meer zoveel schelen, maar ik wist opeens: als ik inderdaad een revolver kocht en gebruikte, dan zou ik een eind maken aan het liedje van dat kind. Ik zou haar tot zwijgen brengen. Dat was de dag waarop ik me liet opnemen voor ECT.''

Omdat slechts een zeer klein deel van de lijders aan een depressie een adequate behandeling krijgt, noemt Solomon de ziekte door haar relatie met alcohol- en drugsverslaving, hartkwalen en ongelukken 'de grootste killer ter wereld'. Met name de toename onder jongvolwassenen baart hem zorgen, en zijn hoofdstuk over de kinderen van depressieve ouders behoort tot de aangrijpendste van zijn boek. ,,Dergelijke zuigelingen lachen niet en zijn geneigd hun hoofdje af te wenden van alle mensen, inclusief hun ouders; ze voelen zich waarschijnlijk beter wanneer ze naar niemand kijken dan dan wanneer ze naar hun depressieve moeder kijken.'' Hoewel de meeste kinderen nog niet handig genoeg zijn om zichzelf om het leven te brengen, neemt het aantal zelfmoorden onder kleuters en scholieren (met name verhangingen) in Amerika drastisch toe.

Als oorzaak van die beangstigende toename van het aantal zeer depressieve mensen -het fenomeen is immers zo oud als de mensheid- noemt Solomon een moedeloosmakende, lange rij Grote Oorzaken: ,,...het tempo van leven, de technologische vervreemding van mensen onder elkaar, de ondergang van traditionele gezinsstructuren, de eenzaamheid die endemisch is, de instorting van geloofssystemen (van religieuze, morele, politieke, sociale aard: alle dingen die ooit zin en richting aan het leven leken te geven) - het is allemaal catastrofaal.'' Solomon wijst op de dringende noodzaak depressie tot onderwerp te maken van een breed maatschappelijk gesprek, met voorlichting, preventie en de verlichting van het westerse taboe op falen als doelen.

Helaas maakt Solomon zich in zijn laatste hoofdstuk opeens schuldig aan een rare stijlbreuk, als hij zich op felle toon uitspreekt tegen het streven depressies geheel uit te bannen. Een zekere hoeveelheid psychische ellende geeft volgens hem inzicht en hoort erbij in het leven, als de ballast die een schip in staat stelt een rechte koers te varen. Instemmend citeert hij een Russisch spreekwoord: ,,Als je wakker wordt zonder pijn te voelen, dan weet je dat je dood bent.'' Solomon gelooft dat mensen na een depressie psychisch sterker zijn dan anderen, en meer ontvankelijk voor de kleine vreugden van het leven. Dit moge zo zijn, maar als dit aan het einde uitmondt in een larmoyante liefdesverklaring aan zijn eigen depressie, klinkt daar opeens een goedkoop Amerikaans selfhelp-idealisme in door. Solomon is door zijn pillen voldoende van zijn depressies genezen om er een prachtig boek over te schrijven. Maar het vermoeden rijst dat hij er bij een enkele passage iets minder had moeten slikken.

mailIcon print |