*

 
dossier

Archief

Vrije keuze van wachtlijst

Annelies Huygen − 03/01/02, 00:00

Soms vraag ik me af of ik een mondige consument ben. Als ik thuis rondkijk, zie ik tekenen van het tegendeel. Zo heeft de aannemer die ik bij het betrekken van dit huis in de arm nam, mijn parket geruïneerd en ook op andere plaatsen een ravage aangericht. Uiteindelijk heb ik hem niet gedwongen om alles naar behoren te repareren. Hij had zo'n grote mond dat ik hem het huis uit heb gezet. Na verloop van tijd heb ik de rekening nog betaald ook.

Ergens ligt een envelop met treinkaartjes van vertraagde reizen. Als ik de formulieren invul, krijg ik een deel van het reisgeld terug. Helaas, ik kom er niet aan toe. Mijn nieuwste miskoop, een radio-walkman, staat in een hoekje van de kast. Volgens de verkoper was het apparaat geschikt om in de trein naar de radio te luisteren. Maar het radiodeel produceert alleen geruis. Te laat kwam ik te weten dat er prachtige radio's bestaan met een antenne bij de oordoppen. In een taxi heb ik nog nooit onderhandeld over de prijs. Gewoon niet aan gedacht, terwijl het me kennelijk tientallen guldens kan besparen.

Neen, als mondige consument geef ik mezelf geen voldoende. Ik houd niet van de bijbehorende besognes. Zo bekeken is het mijn eigen keuze. Wat meer uitgaven, maar mijn schaarse vrije tijd besteed ik aan leukere dingen.

Mijn gebrek aan mondigheid kan me in de toekomst nog wel eens opbreken, vrees ik. Dat maakte ik enige tijd geleden op uit een debat bij de Consumentenbond met de drie lijsttrekkers Balkenende (CDA), De Graaf (D66) en Melkert (PvdA). Eensgezind spraken zij hun vertrouwen uit in de toegenomen mondigheid van de consumenten. Volgens de politici zijn ze daarom rijp voor een volgende stap in het keuzeproces: naast hun stereoset mogen ze in de toekomst ook zelf hun basisvoorzieningen uitzoeken, zoals ziekenhuizen en scholen. De overheid hoeft de kwaliteit van instellingen niet meer zo intensief te controleren, als de prestaties openbaar zijn. De klanten doen het dan zelf. Niemand gaat toch naar een slechte school of een slecht ziekenhuis, zo luidt de redenering. Dat ziekenhuizen hun prestaties voortaan moeten publiceren is een stap in die richting. Iedereen die zich op de hoogte stelt, weet dan hoeveel behandelingen mislukken.

Nu is het welhaast lachwekkend om bij de ziekenhuizen te beginnen. Alsof klanten daar kunnen kiezen. Ze moeten dolblij zijn als er een dokter is die hen tijdig behandelt. Er is niet eens vrije keuze van wachtlijst. Op de televisie zie je regelmatig hoe wanhopige artsen het land afbellen in de hoop een overtollige patiënt elders te plaatsen. Mag die patiënt dan, als het bed eindelijk is gevonden, zeggen dat hij daar niet naar toe wil vanwege te veel sterfgevallen? Moet een patiënt in de ambulance meteen een prestatie-index opvragen, of onderhandelen over de bestemming?

In veel regio's is er trouwens nog maar één ziekenhuis of één school als gevolg van de door de overheid gestimuleerde fusies. Keuzevrijheid kost dan veel reistijd. En wat gebeurt er als de beste instellingen 'vol' zijn? Een systeem van 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'? Ik zie de aanmeldingstaferelen al voor me. De mondigen staan ongetwijfeld vooraan. Laatkomers hebben pech: zij moeten maar terugvallen op de inferieure voorzieningen, waar niemand anders heen wil.

Natuurlijk werkt dit niet. Zelfs bij een reële keuzemogelijkheid van basisvoorzieningen, zoals ziekenhuizen en scholen, blijft de overheid verplicht om een goed niveau te garanderen. De mondigheid van de consument is geen excuus voor terugtrekken. Een geruïneerd parket is nu eenmaal niet te vergelijken met een slecht ziekenhuis of een slechte school. Op slecht parket kun je goed leven, zo weet ik uit ervaring. Belabberde scholing of een verkeerde doktersbehandeling kunnen een leven verwoesten.

mailIcon print |