*

 
dossier

Archief

Discipline werkt niet langer

Herman van Gunsteren − 23/02/02, 00:00

'Gedogen' is al tijden onderwerp van discussie. Maar nu moet het echt afgelopen zijn, roepen politici, burgemeesters en sociale diensten. Is het vooral verbaal geweld of staat Nederland echt voor een omslag? En over welk gedogen gaat het? Deel 1 in een serie: is het uitbannen van gedogen niet een van bovenaf opgelegde stiptheidsactie?

'Het moet afgelopen zijn'. 'Ze hebben schijt aan alles'. 'De samenleving moet veel dichter op de huid van onverbeterlijke criminelen gaan zitten'.

De nieuwjaarstoespraken van burgemeesters en hoofdcommissarissen klonken als een sonoor koor. Geen zoetgevooisde melodie meer, maar een oorlogsverklaring aan recidiverende jonge misdadigers die het openbare leven onveilig maken. Deze strenge toon is niet nieuw. De omslag is eerder ingezet, na Enschede en Volendam, en verhevigd sinds 11 september. Geen gedogen meer, maar strikte handhaving van wetten en normen van elementair fatsoen, luidt thans het devies.

Is dit ferme taal met het oog op de komende verkiezingen? Concurrentie met nieuwe politieke partijen die opbloeien met de roep dat het genoeg is geweest? Ik denk dat er meer aan de hand is. Er is een probleem dat niet vanzelf weggaat. Wat er op het spel staat is de bewoonbaarheid van de openbare ruimte, waarin wij ons als vrije individuen willen kunnen bewegen. De veiligheid van deze ruimte wordt bedreigd door onhoffelijkheid in het verkeer (ik eerst), door onverschilligheid ten aanzien van de publieke zaak (frauderende profiteurs) en door geweld jegens personen en goederen. Verdrietig is dat ook contacten tussen welwillende burgers die elkaar niet kennen door de dreiging van geweld vergiftigd worden. Onveiligheid, wantrouwen en stereotyperingen gaan dan het openbare leven beheersen.

Geen gering probleem dus, dat de gezagsdragers aandragen. Maar ook niet nieuw. Midden zeventiende eeuw, bij het begin van de ontwikkeling naar een individualistisch-kapitalistische maatschappij, signaleerde Thomas Hobbes de fundamentele onveiligheid daarvan: de oorlog van allen tegen allen die het leven kort en rot maakt. Een samenleving van egoïstische individuen kon alleen blijven functioneren als die door een almachtig soeverein werd gereguleerd, dacht hij. De geschiedenis toonde het ongelijk aan van Hobbes' onverbiddelijke logica. Moderne samenlevingen hebben zich zonder centrale heerser veerkrachtig en vreedzaam (met afschuwelijke onderbrekingen door oorlogen) betoond. Verschillen tussen mensen zijn georganiseerd in maatschappelijke verbanden en politieke partijen, ongelijkheden in inkomen en kansen bijgesteld door sociale zekerheid en onderwijs. Verrassend veel nieuwe deelnemers aan de moderne samenleving hebben geleerd zich 'te gedragen', op acceptabele partijen te stemmen, geen revolutie te maken, naar school te gaan, zich op tijd aan afspraken te houden en op te staan voor ouderen in de tram. Hoe is het gelukt deze elementaire normen van burgerlijk fatsoen ingang te doen vinden? Volgens de Franse filosoof Michel Foucault door een disciplinering in opvoeding, school, fabriek, gevangenis, ziekenhuis. Alleen als we ons gedragen kunnen deze instellingen hun weldaden aan ons verrichten. In de fatsoenlijke moderne samenleving had alles zijn tijd en plaats. Zelfs de criminaliteit, die herkenbaar tot zijn eigen milieu beperkt werd. Een inbreker was nooit gewelddadig en de onderwereld bleef onder. Thans werkt die disciplinering niet meer zoals vroeger. Mensen hebben meer vrije tijd, consumeren naar hartenlust en stellen zich zelfstandiger op tegenover de tucht van school en werk. En dan zijn er ook nog nieuwkomers, die een disciplinering in een andere cultuur hebben ondergaan. Hun kinderen zitten klem tussen conflicterende disciplineringen.

Tot aan de eeuwwisseling beleed de Nederlandse publieke elite een zachte aanpak van het gebrek aan discipline en fatsoen. Een roep om herstel van normen en waarden door opvoeding en onderwijs, aanvaarden van multiculturaliteit, geleidelijk naar elkaar toegroeien, overtuigen, in gesprek blijven, gedogen van wat eigenlijk niet mag, helpen wie buiten de boot valt.

Thans wordt er anders gesproken. Paul Scheffer verklaart de multiculturele samenleving failliet en CDA-leider-tegen-wil-en-dank Balkenende kondigt het einde ervan aan. Martin Oosting, voorzitter van de commissie die de Enschede-ramp onderzocht, eist een cultuuromslag bij de overheid: gedogen kan niet meer gedoogd worden. De wet moet gehandhaafd en de harde kern van criminelen geïsoleerd worden.

Zal het zo wél lukken een fatsoenlijke samenleving te organiseren? Is het opleggen van Westers-christelijke waarden niet een stap terug ten opzichte van een samenleving die vrijheid van godsdienst en moraal beleed en burgers enkel bond aan de wet? Is het uitbannen van gedogen niet een van bovenaf opgelegde stiptheidsactie, waardoor veel arrangementen onwerkbaar worden? Getuigt het hameren op handhaving van regels niet van een adembenemend vertrouwen in de wijsheid van degenen die deze regels achter hun bureau hebben bedacht? Heeft het uitgedunde overheidsapparaat voldoende personeel voor strikte handhaving? En tenslotte, zal de 'harde kern' van Antilliaanse en Marokkaanse jongeren, zich apart laten zetten zoals vroeger de onderwereld? Laten de bewegingen van medeburgers in de horizontale maatschappij zich nog wel zo kanaliseren? Het worden spannende tijden. Het Huwelijk heeft laten zien dat het kan, de kampen gescheiden houden zodat alles 'goed' verloopt. Maar dat was een eenmalig gebeuren dat erg veel geld en inspanning kostte. In het leven van alledag kunnen we ons een dergelijke extravagantie niet permitteren.

mailIcon print |