,,Is het hevige verliefdheid of een duurzame relatie? Dat laatste schijnt nogal saai te zijn dus laten we het maar houden op een hevige verliefdheid', sprak drie jaar geleden NOS-bestuurder Hans van Beers bij de lancering van de eerste reeks Telefilms.
Toch, de vrijage riekt inmiddels aardig naar verkering. Telefilm is een begrip geworden in het filmwereldje. Telefilm is het bewijs dat Hilversum en Hollandwood, ondanks de booming business van de film-cv's -waarbij de fiscus meebetaalt aan filmproducties- veel voor elkaar kunnen betekenen. Een verbintenis ook die het ongelijk bewijst van de producent die destijds riep dat samenwerken nooit iets kón worden, 'omdat de één uit het circus komt en de ander uit het variété'.
Want 18 april start op de televisie de nieuwe, derde reeks Telefilms. Zes stuks dit keer. De primeur is aan 'Familie', een film van regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen en scenariste Maria Goos, die vorig jaar werd bekroond met de prijs van de Nederlandse Filmkritiek en een Gouden Kalf voor tv-drama. En zo zijn er meer Telefilms die in de prijzen zijn gevallen, zoals 'Tussenland', het filmdebuut van Eugenie Jansen, op het laatste Filmfestival van Rotterdam goed voor een Tiger Award. 'Tussenland', een aandoenlijke film over de vriendschap tussen een jonge, verlegen koeienherder uit Soedan (John Kon Kelei) en een knorrige tachtigjarige oud-Indiëganger (Jan Munter) wordt op 27 april door de RVU uitgezonden.
Aanvankelijk werd er in het filmwereldje nogal gezucht en gesteund over de voorwaarden van Telefilm. Natuurlijk, het is best leuk, een film maken met een gegarandeerd budget van liefst 0,7 miljoen euro, geheel gefourneerd door de omroepen, staatssecretaris Van der Ploeg (media), het COBO-fonds en het Stimuleringsfonds. Maar waarom moet het productietempo zo hoog zijn? Regisseur Martijn Koolhoven (maker van Telefilm 'Suzy Q', goed voor een Gouden Kalf in 1999) uitte destijds de vrees voor kwaliteitsverlies vanwege dat tempo.
Toch heeft dat grote belangstelling voor het project nimmer in de weg gestaan. ,,Ook dit keer was de belangstelling voor Telefilms overweldigend', zegt Jeanine Hage, directeur van productiefonds COBO, tevens 'moeder' van de Telefilms (,,Ik trek het gehele project, regel de financiering bijvoorbeeld'). Liefst 120 aanmeldingen kwamen bij COBO binnen, daarvan leidden er uiteindelijk slechts zes tot een film. Toegegeven, 120 is aanzienlijk minder dan 204, het aantal voorstellen dat in 1999 werd ingestuurd. Maar in 1999 stond de zo populair geworden film-cv nog slechts in de kinderschoenen. ,,Het aardige van Telefilms is natuurlijk toch dat beginnende regisseurs als Eugenie Jansen -die van huis uit documentairemaakster is- een kans krijgen. Terwijl dat haar waarschijnlijk nimmer was gelukt als ze een film-cv had opgericht.'
Grote winnaars zijn natuurlijk de omroepen. Zij slagen er maar mooi in om tegen relatief geringe kosten (Van der Ploeg betaalt de helft van iedere Telefilm, red.) cultureel verantwoord te programmeren. Dat wordt ook steeds meer een probleem voor het ministerie, verklapt Hage. ,,Uiteindelijk gaat er ieder jaar ruim een half miljard euro naar de publieke omroep.' Dus, vraagt 'Den Haag' zich niet geheel ten onrechte af, waarom draaien de omroepen niet zelf op voor de productiekosten van Telefilms? Toch, laat Hage doorschemeren: ,,Het is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat Telefilm ook volgend jaar kan doorgaan'.
Maar volgend jaar is er toch een nieuwe staatssecretaris van media? Die kan wel eens geheel anders denken over de financiering van Telefilms. Maar Hage blaakt van het zelfvertrouwen en antwoordt laconiek: ,,Ach, we konden het tot nu toe vinden met twee verschillende staatssecretarissen: Nuis (de 'vader' van de Telefilms, hij stelde zich in 1999 garant voor 5 miljoen gulden, genoeg om producenten en omroepen over de streep te trekken, red.) en Van der Ploeg. Met de derde zal dat ook wel lukken.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.