Vanzelfsprekend heb ik als kiezer (ook) respect voor het besluit van premier Kok.
Maar als lezer zoek ik na een hele avond televisiezendtijd even geen nieuwe herhalingsronde van steeds dezelfde politieke woorden meer. Ik zoek een taal die past bij dit moment. Dus gaat de televisie uit en stap ik op. Ik heb behoefte aan m'n boekenkast. Ik zoek een klaaglied, al zou het ook een psalm van David kunnen zijn. Ik neem mijn toevlucht tot Pascal die ergens spreekt over een 'rampzalig man -maar hij kende zijn ellende'. Het plankje oorlog is bescheiden. Iets over de Eerste en de Tweede, hier wat wortels over Israël, daar wat gemijmer over de Balkan. Karel Glastra van Loon en Jan Marijnissen zitten in hun analyse in 'De laatste oorlog' verdomd dichtbij een triest gelijk. Zij citeren ruim de generaal, op wie de camera's zich nu weer kunnen richten. Couzy was overigens tegen uitzending en sprak over een onmogelijke opgave: ,,te weinig militairen wiens handen ook nog eens op de rug werden gebonden''. Zou hij daarom...?
Maar de woorden die ik zoek, vind ik bij György Konrád. In 'De oorlog in Joegoslavië en wat erna komt' (1999) schrijft hij dit: ,,Het is een gemeenplaats dat geweld geweld uitlokt en dat de verwoesting van een huis de emoties voldoende voedsel geeft om bij wijze van antwoord een heel dorp in de as te leggen. En als het spel van wie-het-hardst-kan-slaan eenmaal begint, komen de krachten der waanzin los en vlucht de morele reflectie met de handen voor de ogen, beschaamd de wereld uit. Als ze terugkeert en om zich heen kijkt, zal ze puinhopen, doden, individuele en massagraven, verwoeste publieke rijkdom, verbittering en rouw zien en zal ze vragen gaan stellen.'' In die volgorde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.