Saskia Noorman-den Uyl (Amsterdam, 1946) werkte als binnenhuisarchitecte bij de Rabobank voordat zij, in 1978, voor Progressief Heemstede lid werd van de Heemsteedse gemeenteraad. Zij werd respectievelijk wethouder en fractievoor zitter, een baan die zij combineerde met haar functie als directeur van de sociale dienst van Leiden. In 1994 werd zij lid van de Tweede Kamer (PvdA). Saskia Noorman is de dochter van oud-premier Joop den Uyl.
1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
,,Ik geloof niet in goden, ik geloof in mensen. Het gekke is: ik voel wel een gedrevenheid die voortkomt uit een ja, uit een soort opdracht, maar die is niet gerelateerd aan religie of aan een of ander humanistisch principe. De sociaal-democratische beweging is een manier van kijken. Naar mensen, naar de samenleving. Gelijke kansen, gelijke rechten, solidariteit. Ik besta niet alleen voor mijn eigen genoegen: mijn wezen is vervlochten met andere mensen. Hoe ik daar bij kom? Tja. Het hoort bij me. Het heeft geen aan-uitknopje. Ik kan niet anders. Als een christen zonder Christus? Ga nou toch weg met je vakjes! Ik vind ook niet dat het christendom zich zo'n drive mag toe-eigenen. Wat ik mooi vind aan het geloof is de verbondenheid - het stoot mij niet af en ik voel me er ook niet door buitengesloten - maar de keerzij is het intolerante en normatieve wereldbeeld dat sommige gelovigen erop na houden. Je kunt, in onze samenleving, vrouwen niet verplichten een hoofddoekje te dragen of hun, als het gaat om een zeer streng christelijk geloof, het stemrecht onthouden. We hebben nog altijd een politieke partij in Nederland die vindt dat vrouwen geen volksvertegenwoordiger mogen zijn. Het zijn respectabele mensen - en ik werk ook met hen samen - maar hun opvattingen daarover verfoei ik. Ik wil religieuze overtuigingen respecteren, maar ik heb er niets mee. Mijn ouders stuurden ons wel naar zondagsschool - omdat ze een brede, maatschappelijke ontwikkeling belangrijk vonden - maar wat ik daar hoorde, sprak mij niet aan. Mijn vader heeft een gereformeerde achtergrond en hoewel hij daar al lang afscheid van had genomen, is dat verleden altijd een deel van hem gebleven. Toch heeft hij geen verzet aan ons door willen geven; godsdienstbeleving, vonden mijn ouders, is een persoonlijke zaak. Je kiest ervoor of het overkomt je, maar het is in ieder geval geen zaak van voor of tegen.'
2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
,,Ik heb geen helden, of idolen. Ik ben huiverig voor verafgoding en ik ben kritisch naar mensen toe, zeker naar mensen met macht. Politieke leiders? Ja, maar dat is wat anders. Mensen zoeken een kristallisatiepunt, iemand in wie ze hun vertrouwen kunnen stellen. De sociaal-democratische beweging heeft wat dat betreft grote leiders voortgebracht: Troelstra, Drees, mijn vader. Kok? Ja, of je het nu wilt of niet: Wim heeft voor veel mensen die betekenis ook en ik geloof niet dat hij daar misbruik van maakt. Nee, moet je horen: ik ga niet met je praten over het al dan niet aanblijven van Wim Kok als minister-president. Natuurlijk: er komt een moment waarop hij de hamer overdraagt, maar in beginsel bepaalt hij zélf wanneer het zo ver is. Ik vond het ook niet zo verstandig van Jeltje van Nieuwenhoven om over dit onderwerp publiekelijk uitspraken te doen. Het is van groot belang dat een minister-president brede steun krijgt, zodat hij, zolang hij in functie is, optimaal kan functioneren en daar draagt dit soort debatten niet aan bij. Ik vind dat Wim het goed doet. Punt.'
3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
,,Ik schiet nog wel eens uit, maar daar zal ik mij dan ook onmiddellijk voor verontschuldigen. Je kunt je boosheid op veel manieren uiten en als je daarmee iemand grieft - terwijl dat niet de bedoeling is - heb je je taal niet goed gekozen. Als ik boos ben, is er niemand die dat niet ziet; ik kan weinig in mijn gezicht verbergen. Ik denk dat mensen met meer middelen communiceren dan met platte woorden alleen. Nee, ik vind het helemaal niet nant als mensen huilen in de Kamer. Ik heb zelf ook wel eens gehuild, maar dat was uit boosheid. Om met Guus Kuijer te spreken: de tranen knalden uit m'n kop. Ik praatte gewoon door en dat was voor de ander wel lastig. Die denkt: huilen? Troosten. Nee: huilen, boos! Soms gaat emotie met je op de loop, daar schaam ik mij niet voor. Ik vind ook dat een ander dat moet accepteren. Of de traan machtiger is dan de vuist? Hoor je hoe je dat formuleert? Foei. Alsof vrouwen altijd huilen en mannen voortdurend met hun vuist op tafel slaan. Nee. Ik geloof wel dat, onder de invloed van de komst van meer vrouwen in de politiek, mannen meer emotionaliteit laten zien. Zo herinner ik mij nog goed wat er gebeurde tijdens het debat met Winnie Sorgdrager. (In oktober 1995 moest de voormalige minister van justitie zich verantwoorden voor de 'goudgerande oprotpremie' van 2,5 miljoen voor de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck - AV) Paul Rosenmoller fileerde haar, het was uitermate pijnlijk. Toen liep Adri Duivesteijn naar de microfoon en zei: 'Is dit de manier waarop we hier met mensen omgaan?' Je kon een naald horen vallen. Paul kreeg een rooie kop, want hij besefte op dat moment heel goed dat hij z'n hand had overspeeld. Adri gaf - zonder zich in het debat te mengen - de emotie een naam. Ik vond dat ijzersterk.'
4. Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God, dan zult gij geen werk doen
,,Ik probeer het weekend te gebruiken om samen, met de mensen die mij na staan, dingen te gaan doen, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik op zondag toch vaak werk. Het is inherent aan het soort werk, maar zo zit ik ook in elkaar: ik kan niks doen of heel hard hollen. Ik kan niet zo goed heel langzaam iets doen. Ik had laatst een vriendin op bezoek die op haar dooie gemak een komkommer stond te snijden - daar werd ik helemaal ibbelig van. Dat kan ik niet. Eigenlijk moet ik zeggen: ik wil niet zoveel tijd besteden aan die komkommer. Ik heb toch al zo weinig tijd. Ik kies af en toe voor niets doen, maar daar moet ik echt een situatie voor creëren; zorgen dat ik geen kant meer op kan. We hebben een familiehuisje in Frankrijk, daar lukt het mij nog wel eens. Dan ga ik op de helling liggen, voel de zon op mijn huid stralen en zie aan de overkant van het dal alles op Lego-grootte voorbijkruipen. Dat zijn de momenten waarop ik mij overgeef. Ik kan het wel. Ik kan ook heel rustig en ontspannen alleen maar aanwezig zijn. Ik ben goed in het troosten van zieken. Een huilende baby heb ik binnen vijf minuten gekalmeerd. Maar daarnaast heb ik dus die versnelling: dingen moeten tot stand worden gebracht. Soms ga ik zo snel dat mensen afhaken. Die zeggen: als je dit zo graag wilt, dan ga je je gang maar. Terwijl ik het juist samen wil doen. In dat geval moet ik dus een tandje lager.'
5. Eer uw vader en uw moeder
,,Ze hielden van mij. En ik hield van hen. Er waren soms grote verschillen van inzicht, ruzies ook - zeker toen ik nog jong was en thuis woonde - maar er was sprake van onbaatzuchtige ouderliefde. In sommige aspecten zijn ze een voorbeeld voor mij geweest. Ik heb mijn vaders gedrevenheid gekopieerd - of in de genen meegekregen, dat weet ik niet. Mijn moeder was origineel, dat vond ik heel bijzonder. Ze was ook eigenzinnig, een eigenschap die ik beurtelings verfoeide en waardeerde. Dat zij publiek bezit waren vond ik niet altijd even leuk, maar wat kun je eraan doen? Het is zo. Daar te veel aandacht aan besteden is zonde-energie. Toen ik trouwde, heb ik wel bewust de naam van mijn echtgenoot aangenomen. Dan kom ik neutraal ergens binnen, dacht ik nog. Maar dat effect was wel héél snel uitgewerkt. Ik heb leren leven met het feit dat mensen mij nog steeds Den Uyl noemen. Het is een prachtige naam en dat er mensen zijn die mij alleen maar zien als 'de dochter van' - ook al ben ik inmiddels 54 - tja, dat is dan maar zo. Toen ik kamerlid werd, heb ik mij wel nog wel een keer goed over mijn 'handicap' gebogen: je zult nooit je vader worden. En dat moet je ook niet willen worden. Inmiddels ben ik zeven jaar verder en ik heb dingen tot stand kunnen brengen die horen bij wie ik ben. Natuurlijk, ik ben beïnvloed en gevormd door bijzondere ouders, maar tegelijkertijd door mijn ervaringen, mijn kennis, mijn kunde, mijn onvermogen, mijn tekortkomingen: dit is wie ik ben. Ik ben mijn eigen synthese en dat ben ik eigenlijk ook altijd al geweest. Dat heb ik met name aan mijn moeder te danken die altijd duidelijk heeft willen maken hoe uniek haar zeven kinderen waren. Ze liet niet na te benadrukken wat bij welk kind hoorde. We hadden ook allemaal een eigen schrift, met ieder een eigen thema, waarin we van alles tekenden, schreven en plakten. Mijn thema? Paarden. Ik heb het nog: mijn paardenschrift. Ja, dat is een mooie herinnering. Misschien was ik het mij toen niet zo bewust, maar ik zag later wel hoe zij het hadden bedoeld: de waardering van mijn ouders zat in onze eigenheid. Wat je later nog binnenhaalde, was niet meer van belang. Het was er al. Ze hielden van mij. En daar heb ik niets voor hoeven doen.'
6. Gij zult niet doodslaan
,,Mijn beide ouders kregen kanker en zijn daar ook aan doodgegaan. Mijn broers en zussen en ik hebben hen verpleegd. Ze hebben allebei de beker tot de laatste druppel uitgedronken en zijn een natuurlijke dood gestorven. Het was hard, het was zwaar, maar het was ook een bijzondere tijd waarin wij, als familie, heel dicht bij elkaar kwamen. Het heeft ons sterk gemaakt. De verbondenheid die er al was, is door wat wij hebben meegemaakt nog groter geworden. Lijden is - god, hoe leg ik je dit uit? - niet alleen maar lijden. Er zit meer aan vast; het dicht bij elkaar zijn is ook een erkenning van verbondenheid. Er was en is een ondeelbare band, we konden elkaar woordeloos dingen vertellen. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat het binnen mijn gezin, als mij zoiets zou overkomen, net zo zou gaan, maar het is wel de reden waarom ik niet met een euthenasieverklaring op zak loop. Ik wil het leven helemaal leven.'
7. Gij zult niet echtbreken
,,Het huwelijk gaat om liefde, maar het is ook een keuze. Ik ben een familiemens. Een beetje een moederkloek ook. Mijn zusje schreef eens een mooi sinterklaasgedicht voor me: 'Beetje vader, beetje moeder'. Dat beeld klopt wel. Typisch iets voor de oudste dochter. Ik wil iedereen bij elkaar houden. Een familie biedt bescherming, veiligheid, troost. En trouw hoort daarbij. Ik ben geen makkelijke tante - zal ik het zo zeggen? - maar ik zal de boel voor een beetje ontrouw niet zomaar opdoeken. Het komt zelfs niet bij mij op. Wij blijven nog heel lang samen.'
8. Gij zult niet stelen
,,Dat bisschop Muskens, vijf of zes jaar geleden, aandacht vroeg voor armoede in Nederland vond ik terecht, maar de methode was niet zo handig gekozen. Bovendien was het niet helemaal waar dat de armoedebestrijding geen onderwerp van discussie was in politiek Den Haag. Toen ik in 1994, als oud-directeur van een sociale dienst, in de Tweede Kamer kwam, had ik voor ogen dat er iets moest gebeuren voor de mensen die aan de onderkant zaten. Begin 1995 werd er een debat gevoerd waarin ik vroeg om een eenmalige uitkering binnen de bijzondere bijstand. Ik kreeg iedereen over mij heen - ik wist niet wat me overkwam. Sommigen vonden dat we met het armoededebat ons verlies agendeerden, dat we daarmee toegaven geen goed beleid te hebben gevoerd. Natuurlijk, het is een dilemma, dat snap ik wel, maar het was voor mij geen reden om er niet mee bezig te zijn. Uiteindelijk is die eenmalige uitkering er ook gekomen: met zo'n vier- a vijfhonderd miljoen konden de gemeenten maatregelen nemen voor mensen met een laag inkomen. De échte aanpak van de armoede kwam van Ad Melkert met de eerste nota armoedebestrijding aan de hand waarvan de afgelopen vijf jaar een fatsoenlijk beleid is gevoerd, maar we zijn er nog lang niet. Nederland is - hoewel we moeilijke periodes gehad hebben in het begin van de jaren negentig - steeds welvarender geworden, maar zolang je aan de onderkant geen plus zet, blijf je het probleem van het verschil tussen arm en rijk voor je uit schuiven. Als het percentage van inkomensgroei van mensen met een modaal inkomen gelijk is aan dat van mensen met een minimuminkomen, gaat die laatste groep er in geld toch minder op vooruit.'
9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste
,,Waar het hier eigenlijk over gaat is: hoe integer ben je? Ik streef ernaar heel integer te zijn. Ik zeg, onder vier ogen, dingen tegen mensen die beslist niet leuk of aardig zijn. Ik verlang ook van mensen dat ze net zo eerlijk zijn tegen mij. En dat doen ze hoor - ik ben tamelijk goed te corrigeren. Niet dat ik het leuk vind om te horen dat ik ergens tekortschiet, maar ik wil het wel weten. Er zijn ook wel situaties waarin ik de waarheid omzeil. Als iemand iets vreselijks draagt en vraagt: 'Hoe zie ik eruit?', dan zeg ik waarschijnlijk: 'Prachtige oorbellen!' In de politiek werkt dat soms ook zo. Er zijn momenten waarop je gewoon iets niet kunt zeggen en 'geen commentaar' ook niet het juiste antwoord is. Dan verval je dus in het typisch politieke taalgebruik. Ik ben het niet met je eens als je zegt dat er in de politiek wordt gesjoemeld met waarheid. Je kunt open en eerlijk zijn over het doel waarnaar je streeft, maar als het gaat over de uitvoering wordt het een stuk lastiger. Misschien weet je goed hoe het moet, maar als je niet krijgt wat je zegt te willen, heb je verloren. En als je verliest ben je, bij wijze van spreken, zwak. Dus ga je genuanceerd opereren, puur om je eigen positie overeind te houden. Dat is onderhandelen, strategie - omdat het doel verder ligt dan die ene, specifieke vraag. Uiteindelijk gaat politiek niet alleen over gelijk hebben, maar over gelijk krijgen.'
10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
,,Mijn jongste dochter vroeg mij onlangs: 'als je twaalf miljoen kreeg, wat zou je er dan mee doen?' Ik wist het niet en ik vond het ook niet nodig om daar lang bij stil te staan. Toen vroeg ik het haar: 'wat zou jj ermee doen?' Ze antwoordde: 'ik zou de ene helft aan de arme kinderen geven en de andere helft op de bank zetten.' 'Zou je niets voor jezelf kopen?' Na lang dubben bedacht ze: 'misschien neem ik wel een abonnement voor mijn mobiele telefoon in plaats van een beltegoed.' Meer kon ze niet bedenken. Mooi hè? In die zin is er ook voor mij nog veel te wensen: geluk, gezondheid, welzijn van de mensen om mij heen. Ik krijg zo vaak brieven en e-mailtjes van machteloze mensen die verpletterd raken onder regelgeving. Er is nog zoveel onrecht. Soms frustreert het mij dat ik niet alles kan veranderen. Maar gelukkig: ik sta niet stil, ik groei. Niet alleen doordat zich steeds weer nieuwe onderwerpen aandienen, maar ook doordat ik steeds weer met andere mensen werk. Nieuwe verhoudingen, nieuwe vormen van machtsevenwicht. Bijna alles wat wij doen, draait om macht. Macht om invloed uit te kunnen oefenen, om zaken te verbeteren. Ik ben niet vies van macht, maar ik probeer er wel zorgvuldig mee om te gaan. Of ik nooit glibber? Je bedoelt: of ik mijn macht misbruik? Nee, maar als het gaat over kennis - en kennis is ook macht - merk ik wel eens dat ik, in mijn snelheid, vergeet te delen. Het is goed als er af en toe iemand opstaat en roept: 'Ho!' Dan sta ik stil en luister.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.