In Letter & Geest van 14 april zet Carl Friedman uiteen hoe het antisemitisme zijn voedingsbodem vindt in het gegeven dat christenen de joden als de moordenaar van Jezus zijn gaan beschouwen. 'Het beklag Gods', op Goede Vrijdag gezongen, zet aan tot jodenhaat.
Het beklag Gods is een diepe tekst die Gods goedheid tegenover de misdaden van de mensheid stelt (zie Dienstboek pagina 718-723). God klaagt Zijn Volk aan. Maar wie behoren tot 'Zijn Volk'? Als kind leerde ik al van één van onze pensiongasten de regels: 'T en zijn de Joden niet, Heer Jesu die U kruisten, maar ík ben het'. Dit citaat komt uit een gedicht van Revius.
Een tweede herinnering is een uitvoering die ik dirigeerde van de Matthüus Passion van Johann Georg Kühnhausen, ergens in de Hoeksche Waard met mijn Cantorij uit Rhoon. De plaatselijke predikant las tussen de twee delen van de Passie de 'Improperia'. Ik ervoer dit als een heel goede keuze. Het zijn toch niet de Joden die hier gelden als 'Mijn Volk' maar wij zijn dat zelf. Laat Carl Friedman vooral ook de 'uitgangspunten' in het Dienstboek lezen, pag. 5-7. Een citaat uit het tweede uitgangspunt: 'De gemeente van Jezus Christus weet zich in haar eredienst verbonden met Israël. God heeft immers in zijn omgang met dit volk zijn dienst aan ons en onze dienst aan Hem gestalte gegeven. Ik wil niet beweren dat er in naam van Christus geen vreselijke dingen gebeurd zijn met de joden. Dat het gebruik maken van de tekst van het Beklag Gods daartoe zou bijdragen waag ik te betwijfelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.