*

 
dossier

Archief

Otto Duintjer

door Koert van der Velde − 27/08/01, 00:00

Een 'prettige mix' van jong en oud, mannen en vrouwen, blank en ook wat zwart, zingt opgewekt met de piano mee: "Zo maar een dak boven wat hoofden", en: "Dat hij ons in de dood nog kent, de dagen van ons leven, ten dode opgeschreven". Als Otto Duintjer niet toevallig onlangs twee keer bij een kerkdienst was geweest, had hij maar liefst dertig jaar geen dienst meer bezocht. En het valt hem alles mee. Binnensmonds neuriet hij de meeste melodietjes mee, ook het heel verantwoorde: "ZHij moet de weg van alle zaad, zhij leeft het lot met hart en ziel".

Zonder zijn ervaringen in India zou Duintjer nooit hebben meegezongen, vertelt hij. "Daar ging het niet om de inhoud en de schoonheid, maar om de herhaling. Zo werd een bepaalde bewustzijnstoestand opgeroepen. Sommigen mantra's zong men wel 24 uur lang door."

"Al geloof ik helemaal niet in de noodzaak van kerkdiensten, toch vind ik het hier best prettig. Er hangt een zomerse sfeer, zonder vervelend of oppervlakkig te worden."

"Dat kon je vroeger niet van een kerkdienst zeggen," zegt Duintjer die nog gewoon streng (synodaal) gereformeerd is opgevoed, maar begin jaren vijftig met het geloof brak, en zich atheïst ging noemen. "Op een avond verloor ik plotseling mijn geloof. Het was alsof er een knop werd omgezet. Plotseling ontmaskerde ik het geloof als een projectie. Tegenwoordig wordt zo'n statement door elke gereformeerde dominee accepteert."

"Het heeft iets wonderlijks", geeft hij toe, "om te zien hoe ook de blijvers inmiddels alle theologische stellingen waar ik me tegen verzette, overboord hebben gegooid." Dominee Rootmensen houdt volgens Duintjer "een theologisch correcte preek, die alleen af en toe een beetje geforceerd aandoet".

Het verhaal van Jozef heeft 'wereldliteratuurklasse', preekt Rootmensen. Jozef was door zijn broers in een put gegooid, maar koesterde geen wraakgevoelens – net als Nelson Mandela. "Jozef huilde tranen met tuiten toen zijn broers hem om vergeving kwamen vragen. Hier past het grote woord Verzoening, dat we niet meer zo goed kunnen aanhoren omdat het verbonden is met de magie van de verzoeningsleer. Het verhaal van Jozef laat zien dat we niet eeuwig in de ban van wraak en tegenwraak hoeven leven. Verzoening kan dus kennelijk toch."

"Welk Godsbeeld hanteert de schrijver van de Jozefnovellen," gaat Rootmensen verder. "Dat is het Godsbeeld van de zogenaamde wijsheidsliteratuur: dat het goede beloond wordt, het kwade afgestraft, niets toevallig gebeurt, alles zijn bestemming, zijn zin heeft."

"Daar kan ik maar zeer ten dele mee uit de voeten," zegt Rootmensen. "Omdat je om je heen zoveel mensen ziet bij wie het goede niet beloond wordt, het kwade niet bestraft."

"En toch, God is een paradoxale God. Hij is niet alleen een God van het goede. Soms blijkt een omweg de meest directe weg naar de waarheid, is er meer te leren van het negatieve dan van het positieve." Maar dat mag je anderen nooit voorhouden. "Zulke woorden moeten je in de mond besterven."

"Op onvoorspelbare manieren zal God God zijn. God zegt: 'Ik zal u naar Egypte voeren én u weer terugbrengen. God is niet iemand die van bovenaf de zaak bedisseld, maar die meegaat."

"Er kwamen serieuze thema's aan de orde", zegt Duintjer. De depressieve put van Jozef, plus de moed om te vergeven. Maar dat over dat Godsbeeld en de wijsheidsliteratuur had van mij niet gehoeven. Voor zover ik het nog paraat heb – ik heb een gedeeltelijke theologiestudie gedaan – worden Job en Prediker tot de wijsheidsliteratuur gerekend. Maar die benadrukken juist de willekeur. De goede lijkt soms bestraft te worden."

Duintjer vindt dat de dominee wat al te gemakkelijk de mogelijkheid dat God onze levens wel voorbestemd van de tafel veegt. "Volgens mij kan Rootmensen helemaal niet weten of alles al dan niet een bestemming heeft. Vaak herkennen wij het niet, maar zien we achteraf de zin van gebeurtenissen in. Het is allemaal veel wonderlijker dan we denken."

Duintjer gelooft dat het in religie gaat om de ervaring van het relatieve en illusiore karakter van de werkelijkheid. "De ervaring dat alles binnen tijd en ruimte plaatsvindt. Dit kan zo intens zijn dat je letterlijk nergens bent, de ervaring van wat religieuze tradities wel de Goddelijke Geest noemen, die ons overal omringt en het hele universum doortrekt. Maar het is de vraag of zo'n prettige kerkdienst mensen in contact brengt met deze levenskern." Duintjer vertrouwt daarvoor zelf meer op meditatie.

Het avondmaal gaf Duintjer 'geen bijzondere beleving'. "Het was wel prettig, niet storend, best een mooie vorm. Vooral het door Rootmensen uitgesproken: Wij breken het brood dat bij de bakker vandaan komt'. Dit ritueel zou ook in een humanistische club of bij de sociaal-democraten kunnen worden opgevoerd. Daar zou het wel verdiepend zijn."

mailIcon print |