DEN HAAG - De Tweede Kamer voelt er niet voor overheden voor de strafrechter te slepen als ze bij het uitoefenen van een exclusieve overheidstaak in de fout gaan. Van een wetswijziging daartoe zal het dan ook niet komen.
De volksvertegenwoordiging is het eens met het besluit van het openbaar ministerie in Almelo de gemeente Enschede niet te vervolgen. Hoofdofficier Manschot beriep zich daarbij op het Pikmeerarrest van de Hoge Raad.
De hoogste rechter sprak in 1998 uit dat (lagere) overheden alleen strafrechtelijk kunnen worden vervolgd als zij dingen doen die iedere private instelling kan en daarbij een overtreding begaan. Vervolging kan niet als er dingen fout gaan bij het uitvoeren van een taak die exclusief is voorbehouden aan de overheid.
,,De overheid heeft nu eenmaal een bijzondere positie bij het uitvoeren van zulke taken'', stelt PvdA-kamerlid Rehwinkel. ,,Dat criterium uit het Pikmeerarrest vinden wij nog steeds werkbaar.'' Ook Van Wijmen (CDA) heeft er nu geen behoefte aan om de wet aan te passen. ,,Wij willen aan dat Pikmeercriterium vasthouden'', aldus Van Baalen (VVD). ,,Wij willen het hoogstens uitbreiden naar eenzelfde mogelijkheid tot strafrechtelijke vervolging van de staat.''
Dat is nu niet mogelijk. Vrijwel de hele Kamer wil het al lang, maar het kabinet heeft de druk om de strafrechtelijke immuniteit van de centrale overheid op te heffen weerstaan. Minister Korthals (justitie, VVD) heeft gisteren wel een openingetje gemaakt. Hij is bereid een onafhankelijke commissie van vier juristen tot het najaar de gelegenheid geven nog eens goed te studeren op alle argumenten tegen van de regering en voor van de Kamer. Deze juristen mogen zich nog niet publiekelijk over de kwestie hebben uitgelaten.
,,Het zal niet meevallen die te vinden'', zegt Rehwinkel. ,,Bijna iedereen heeft zich hierover al eens uitgesproken. En over het algemeen beluister ik toch dat de meerderheid van de rechtswetenschappers ervoor is om ook de staat strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Korthals treuzelt.''
,,Ik heb er wel vertrouwen in'', aldus Van Wijmen. En dat geldt eveneens voor Van Baalen. ,,In principe vinden ook wij dat alle overheden gelijk moeten worden behandeld. Maar dit is een te belangrijk onderwerp voor een vluggertje. Als er onoverkomelijke bezwaren zijn, horen we dat graag.''
Volgens het kabinet zijn die er in overvloed. Zo wordt de staat zowel vervolger als vervolgde. Het opleggen van een straf is nauwelijks mogelijk (de staat in de cel?) en het alleen maar uitspreken van het schuldig kan wel eens averechts werken en de indruk geven dat de norm die de Staat heeft overtreden een loze is.
Verder komt de minister van justitie, en eigenlijk de hele regering, in een staatsrechtelijk 'onmogelijke' positie terecht. Aan de ene kant is het kabinet, de minister van justitie in het bijzonder, politiek verantwoordelijk voor de strafvervolging. Maar tegelijkertijd moet het kabinet bepalen hoe de staat zich als verdachte moet verdedigen.
De Tweede Kamer stelt daar tegenover dat het onderscheid tussen de staat en lagere overheden niet gerechtvaardigd is. De Kamer vindt het juist goed als de strafrechter aan de bevolking duidelijk kan maken dat ook de centrale overheid niet zo maar wegkomt met wetsovertredingen. En burgers die daarvan de dupe zijn geworden, krijgen met een veroordeling van de strafrechter op zak een sterkere positie als zij schadevergoeding eisen.
Civielrechtelijk zijn overheden wel aan te spreken. En individuele bestuurders en ambtenaren zijn strafrechtelijk te vervolgen als zij ambtsmisdrijven begaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.