*

 
dossier

Archief

Slingerland

Monic Slingerland − 03/12/02, 00:00

Begin december wil iedereen wel Willem heten of Willemijn, en niemand Isidoor of Isabel. Het is onzin, de W en de I hebben evenveel chocola, dat staat in ieder geval op de verpakking. 135 gram is 135 gram, of het nu een dikke staaf is met boven en onder kleine uiteinden, of de breed uitwaaierende armen van de W. De chocolade W ziet er nu eenmaal groter en dikker uit dan de meeste andere letters.

En als het om chocola gaat is men snel vatbaar voor gezichtsbedrog. Maar er is meer aan de hand. Een I eet niet lekker. Er is zo lastig iets aan af te breken. De ideale chocoladeletter heeft tenminste één wat dunnere poot die direct afgebroken en opgesmikkeld kan worden. Daar hoort het mee te beginnen, met een kleine ''knak'' Zo'n klein begin voelt als voorproeven, het lijkt alsof het echte opeten nog niet begonnen is. De M heeft er twee van, van die dunne, makkelijk afbreekbare poten. Heerlijk. De R heeft er een, dat kan er mee door.

Een middenmoter, De H heeft er vier dus Hans en Hermien kunnen vier keer een knabbel nemen voordat ze de letter echt beginnen op te eten. Alleen is het dikke stuk wat ze overhouden nadat alles is afgebroken en opgegeten wat makkelijk afbreekbaar was, maar klein, veel kleiner dan het dikke stuk dat Ronald of Karlijn nog in handen hebben. Wat dat betreft staan de I en de H lijnrecht tegenover elkaar. Van de H is bijna alles gemakkelijk af te breken, van de I niets. En dat heeft natuurlijk zijn effecten, op de lange termijn. Isabel en Isidoor worden vanzelf doorbijtertjes, na een paar jaar.

En Hans en Hermien een tikje gemakzuchtig, door die vier makkelijk afbreekbare pootjes. Betty en Bernard moeten altijd eerst iets veroveren voordat ze kunnen genieten. Voor Dorothea geldt dat wat minder, omdat dat dunnere lijnen zijn. Zelf ben ik in de loop der jaren steeds wantrouwender geworden. Want ik had toch nog maar één poot opgegeten? Hoe kan het dan dat er ook een stuk van dat tweede pootje op is? Tegelijk wordt, iedere vijfde december weer, mijn optimisme gevoed.

Want ik weet dat na die twee dunne pootjes er nog een groot dik stuk komt, dat zelfs na de scherpe bocht doorgaat. En ik weet ook dat ik, of ik nu linksom of rechtsom ga, ik altijd bij de kern aankom. Het stevigste van alles en ook het deel waarvan niet gejat wordt, omdat dat te veel opvalt en te lastig is. Men is wat men eet, inderdaad, en dat wordt iedere december meer en meer waar.

mailIcon print |