*

 
dossier

Archief

'Eindelijk genieten, weg van de spanning'

Ilona Eveleens − 29/11/02, 00:00

KIKAMBALA - Terwijl Israëlische veiligheidsmensen het lichaam van een kind optillen uit de glasscherven en behoedzaam in een zwarte zak leggen, gloeien op het terrein van het Paradise Hotel boomstronken en een leren koffer nog na in de duisternis. Elektriciteit is niet voorhanden en lampen zijn nog niet gearriveerd. Het werk moet worden gestaakt.

De muren van het hotel in Kikambala, dertig kilometer ten noorden van de Keniaanse kuststad Mombasa, staan nog wel overeind. Het dak is verdwenen en ruiten liggen aan diggelen. Bij de hotelingang staat een rood vlaggetje in de grond. Het restant van de blauwe terreinwagen, waarin de autobom zat die het hotel verwoestte en aan 15 mensen het leven kostte. Er ligt ook een menselijke kaak, schijnbaar het enige overblijfsel van de aanslagplegers.

,,Om halfnegen 's morgens kwam die auto aangescheurd en reed dwars door de slagbomen voor het hotel heen', vertelt David Kalonzi. Hij verkoopt souvenirs aan de overkant van de zandweg waaraan het Paradise Hotel ligt. ,,Een paar seconden later hoorde ik een enorme knal. Het dak van het hotel vloog weg en direct daarna stond alles in lichterlaaie. Ik ben toen ook weggerend', zegt hij. Met trillende vingers steekt hij een sigaret op. ,,Het ging allemaal zo snel. Ik zag wel drie mannen van rond de dertig. Arabieren.'

Het Paradise Hotel was hoogstwaarschijnlijk doelwit omdat het vooral Joodse gasten herbergde en toebehoorde aan een Joodse eigenaar, Jahoed Saroni. ,,Overal was bloed, overal was vuur', zegt hij. ,,Kinderen zochten hun ouders, ouders hun kinderen.'

,,Mensen probeerden nog twee verbrande kinderen te redden', zegt Maureen Wanjiru, die een winkeltje bezat in het hotel. ,,Er was geen water voorhanden, dus ze probeerden de kinderen naar zee te dragen. Ze hebben het niet gehaald.'

In de tuin staan houten bordjes, in het Engels en het Hebreeuws beschreven. In het zwembad liggen nu meubels in plaats van gasten. Op het hotelterras langs het strand liggen grote bloedvlekken.

Kort voordat de bom ontplofte, waren zo'n tweehonderd nieuwe gasten gearriveerd vanuit Tel Aviv. ,,Even voor de explosie zeiden we nog tegen elkaar hoe heerlijk het was dat we eindelijk ontsnapt waren aan al die ellende thuis', zegt een toeriste die aan de dood ontsnapte. ,,We konden nu eindelijk lekker gewoon een week genieten, weg van alle spanningen. En ineens was er de ontploffing. We gooiden alles neer en zetten het op een lopen.'

MEER NIEUWS EN VERVOLG OP PAGINA 7

'Ze hebben helaas hun huiswerk gedaan'

Aanslag Kenia

VERVOLG VAN PAGINA 1

Een andere nieuwe gast was journaliste Kelly Hartog van de Jerusalem Post. Ze was om half acht 'smorgens aangekomen. ,,Ik zag mensen, ook kinderen, onder het bloed. Het leek of iedereen stond te schreeuwen', zegt ze. Hartog ontfermde zich over een paar kinderen. Die waren naar het hotel gekomen om de bat mitzwa van een van hen te vieren.

,,De meeste mensen vluchtten naar het strand. Daar hoorden we dat het vliegtuig waarmee we uit Israël waren gekomen na het opstijgen was beschoten door raketten', zegt Hartog. ,,De passagiers zijn blijkbaar aan de dood ontsnapt. Maar hier is niet iedereen zo gelukkig. Onze gids is al uren zoek. We wachten nu op een Israëlisch vliegtuig om ons terug te brengen.'

In tegenstelling tot andere Israëlische gebouwen zoals de ambassade in de hoofdstad Nairobi was er bij het hotel geen strenge bewaking. Ooggetuige David Kalonzi: ,,Ik heb hier nooit meer bewaking gezien dan bij de andere hotels langs de kust.'

Volgens David Stockdale, een manager van een ander hotel, was er wellicht weinig beveiliging omdat het hotel niet bekendstond als favoriet onderkomen van Joden. ,,Dit is een professioneel uitgevoerde actie', meent Stockdale. ,,Nauwelijks iemand weet dat in dit hotel eigenlijk alleen Israëlische gasten verblijven. Je moet het weten. Ze hebben jammer genoeg hun huiswerk goed gedaan.'

Toen de meeste Afrikaanse landen de betrekkingen verbraken met Israël na de Jom Kippoer oorlog van 1973 bleef Kenia een geliefde toeristenbestemming van Israëliërs. Raymond Matiba, voorzitter van de Keniaanse toeristenraad, is daar doorgaans blij om. Maar vandaag is anders. Op het terrein van het verwoeste hotel staat hij verbijsterd het schouwspel op te nemen. Zijn witte broek zit onder de roetvlekken. ,,Twee landen vechten hun oorlog uit op ons grondgebied', zegt hij, er vanuitgaand dat de aanslag het werk is van Palestijnse terroristen. ,,In 1998 gebeurde dat ook al . Waarom Kenia?' En weer, als in 1998, zijn de meeste slachtoffers geen Israëliërs of Amerikanen, maar Kenianen.

mailIcon print |