Dit is de sportpagina, maar ook ons hoofd loopt over van Het Huwelijk. Wij zijn geen royaltywatchers, maar ons Trouw-sportjournalistencollectief zit tijdens het jongste weekend in zekere zin toch boven op het nieuws.
Om de zevenhonderd dagen trekken wij ons terug in het fameuze Hotel Van der Werff op Schiermonnikoog. Wij zeggen altijd dat het om een bezinningsweekend gaat. Ons favoriete hotel is toevallig wel hét Oranje-hotel van Nederland. Zie alleen het briefhoofd: Bij herhaling vereerd met bezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. En hij niet alleen.
Vrijdagmiddag komen we aan op Schier. Jaloers is iedereen meteen op bureauredacteur Wim de Hair, want hij heeft kamer 10 geloot. Later meer hier over. Minder jaloers is men op John Graat. Twee dagen voor zijn vertrek naar Salt Lake City loot hij kamer 15 en het lot wijst uit dat alle consumpties op kamer 15 worden gezet. John is een geboren Bourgondiër, hij neemt het sportief op. We zijn met zestien mensen, maar bij het diner blijft John gewoon flessen Chateau Tournefeuille bestellen. Een fles kost 26 euro.
Het is trouwens een oude gewoonte bij onze uitstapjes, dat de schaats- en wielrencollega's de wijn kiezen. De voetbaljongens zijn de jongens van de gestampte pot -zij gaan hooguit voor de huiswijn. De schaats- en wielrencollega's zijn mensen van de wereld. Overal in Europa kennen zij de beste restaurants en de bijbehorende Michelin-sterren uit het hoofd.
Waarom is Wim de Hair de gelukkige? Hij zit dus op kamer 10 en wij weten al langer dat dit de Koninklijke Kamer is bij Van der Werff. Niet alleen Bernhard, maar ook Willem-Lex heeft er diverse keren geslapen. Wim snuffelt in alle kasten, hij kijkt onder de bedden en klopt op het plafond. Niks bijzonders. Of toch: in kamer 10 staan drie bedden naast elkaar. Wat is hier de betekenis van? Mag Emily er straks nog een keertje bij? Terwijl ik mij het hoofd breek over het waarom van die drie bedden op een rij, zie ik dat in de gelagkamer, werkelijk pal onder kamer 10, een grote foto van Bernhard uit 1937 hangt. De kersverse prins-gemaal is dan voor het eerst op het eiland; hij heeft een jachtgeweer over de schouder.
Zullen we zaterdag, De Dag, nog iets bijzonders beleven in ons Oranje-hotel? Aan de urenlange spanning die samenhangt met onze biljartcompetitie tien-over-rood, wordt halverwege de middag abrupt een einde gemaakt. Een collega van het NOS-Journaal -een gemoedelijke geheelonthouder die ook in ons hotel is neergestreken- zorgt er persoonlijk voor dat de harmonie van het eiland binnen komt vallen. Onmiddellijk gaat het deksel op het biljart en nadat onze vrolijke NOS-collega de dirigent van harte heeft gefeliciteerd met deze bijzondere dag, worden de wangen van de muzikanten bol gemaakt. Ineens staan wij allen ernstig voor het biljart. Wij leggen de hand op het hart en zeker de helft van onze ploeg blijkt het volkslied uit het blote hoofd te kennen. Bij dat andere couplet ('Mijn schild...' enz.) geeft bijna niemand thuis.
In de korte pauze tussen de twee coupletten doen onze voetbaljongens alsof zij Frank de Boer en Edgar Davids zijn. Zij maken de spieren los, maar ook is er eentje die nog vlug het glaasje leegt. Nadat het applaus heeft geklonken, roept een autochtoon dat het nu tijd is voor het Friese volkslied. Dan blijkt ons collectief tot de bloedgroep der Beenhakkertjes te behoren. Iedereen gaat zitten, zodra het lied over het land van Abe klinkt.
De klant van kamer 10 heeft ten slotte een verrassing. Hij doet zijn jasje uit en toont het verrukte hotel zijn T-shirt met de beeltenis van Máxima. Meteen hierna gaat hij naar bed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.