Verhandelde vrouwen die aangifte doen, kunnen in Nederland blijven, zo lang het proces tegen hun handelaar loopt. Daarna moeten ze terug naar hun land van herkomst. En werken mogen ze in de tussentijd niet. Geen wonder dat justitie getuigen tegen vrouwenhandelaars voortijdig met onbekende bestemming ziet vertrekken.
,,Mijn beste vriendin werd gevangen gehouden. Ze moest elke avond stripdansen in een club. Ik besloot naar haar toe te gaan om haar te helpen en zo kregen ze ook mij te pakken.''
Vijf dagen later arriveerde de toen zeventienjarige Albanese Mirza in Nederland. Ze kwam in Zaandam terecht. Daar ontsnapte ze op een onbewaakt moment aan haar ontvoerders. Maar ze viel een tweede keer in handen van handelaren. Die hadden beloofd haar terug te brengen naar Albanië, maar al gauw bleek dat ook zij haar wilden prostitueren. Wederom wist Mirza te ontkomen. Dit maal bracht de politie haar naar een opvanghuis.
Mirza is nu een meisje van achttien met gezicht en uitdrukking van een volwassen vrouw. Slechts als ze lacht verraadt ze haar leeftijd: ze heeft een echte tienergiechel. ,,Ik ben hier nu een jaar en heb lange tijd geen Nederlandse les kunnen volgen. Op een gegeven moment kon ik voor een paar uur per week terecht bij het buurthuis.'' Mirza leert de taal snel. Ze is door het lesmateriaal heen en wil eigenlijk verder studeren. ,,Ik wil advocaat worden, dat is mijn grote droom, maar het kan en mag niet.''
De dromen en ambities van Mirza zijn moeilijk realiseerbaar. Het probleem is dat slachtoffers van vrouwhandel in Nederland nauwelijks scholing kunnen volgen, en werken mag al helemaal niet. Ze hebben weinig toekomstperspectieven. Als de politie vermoedt dat een vrouw is verhandeld, kan ze een zogenoemde B9-status krijgen, een verblijfsvergunning voor slachtoffers van vrouwenhandel. Ze krijgt eerst drie maanden de tijd om te besluiten of ze aangifte wil doen tegen haar handelaar.
Besluit ze hiertoe, dan krijgt ze de tijdelijke B9-verblijfsvergunning die weer verloopt als de rechtszaak tegen de handelaar is afgerond. Ze moet dan terugkeren naar haar land. De duur van de rechtszaken kan soms echter oplopen tot acht jaar. Hoewel justitie de vrouwen als getuigen hard nodig heeft in de afwikkeling van de rechtszaken, vertrekken vrouwen geregeld tijdens de procedure 'Met Onbekende Bestemming' (MOB).
Het Nederlandse beleid kan in de nabije toekomst echter veranderen. Onlangs kwam de Europese Commissie met het voorstel voor een richtlijn voor slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel. Slachtoffers krijgen op grond van die richtlijn vanaf 2003 recht op een tijdelijke verblijfsvergunning en tijdens dat verblijf recht op werk en scholing.
Het Europese initiatief is op Belgische leest geschoeid. In België hebben slachtoffers van vrouwenhandel automatisch recht op scholing en werk als ze een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Hoewel Nederland internationaal faam verwierf op het gebied van prostitutie toen het de branche legaliseerde, was het België dat een gestroomlijnde aanpak van vrouwenhandel en een opvang en begeleiding van de slachtoffers realiseerde. Het aantal vrouwen dat het stempel MOB op hun dossier heeft staan, is in België aanzienlijk kleiner.
,,Kijken, roken en achter de geraniums zitten. Dat is wat de meeste vrouwen kunnen en mogen doen'', zegt Marcia Albrecht van de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Het ontbreken van een zinnige dagbesteding is een gevolg van een gebrekkige uitvoering van de regels, zegt Albrecht. Dat de vrouwen geen gebruik maken van scholingsvoorzieningen in bijvoorbeeld buurthuizen is te wijten aan de gebrekkige kennis en voorlichting van de instanties. ,,Politieagenten weten soms niet eens van het bestaan van de B9-regeling, wat tot gevolg heeft dat de vrouwen als 'gewone' illegale vreemdelingen worden behandeld.''
Maatschappelijk werkers weten soms niet dat hun cliënten een cursus mogen gaan doen. Het gevolg is dat het scholingsaanbod een lappendeken is, op elke plek is het weer anders geregeld. Instanties werken langs elkaar heen. ,,Ik heb te maken gehad met een vrouw die twee keer per maand een oproep van de sociale dienst krijgt waarin staat dat ze een sollicitatieplicht heeft. Terwijl ze niet mág werken!''
Ira uit Rusland is binnenkort een van de eerste 'B9 vrouwen' die in Amsterdam een inburgeringscursus kan volgen. Amsterdam heeft, in navolging van enkele andere gemeenten, het inburgeringstraject toegankelijk gemaakt voor deze groep vrouwen. Het is hoog tijd, vindt Ira. Twee jaar geleden kwam zij naar Nederland. Ze logeerde bij haar nichtje die haar na enkele ruzies verkocht aan een vrouwenhandelaar. Een half jaar werkt ze gedwongen in de prostitutie. Nadat ze aangifte had gedaan bij de politie, woonde ze bij haar Tunesische vriend. ,,In die tijd leerde ik in vier maanden Arabisch.'' Ze toont haar oefenschrift; elke bladzijde is ijverig volgekrabbeld met Arabische tekentjes.
Sinds ze acht maanden geleden, na problemen, wegging bij haar vriend en zich aanmeldde bij de vrouwenopvang, heeft ze naar eigen zeggen niks uitgevoerd. ,,Ik wandel, kijk tv en hang wat rond. Wel schrijf ik elk onbekend woord op. Ik wil zo graag Nederlands leren, ik praat als een zigeuner en schaam me voor het gestuntel.''
Esther Korteweg, de zorgcoördinator voor slachtoffers van vrouwenhandel in Amsterdam heeft ervoor gezorgd dat de inburgeringscursus werd opengesteld voor de vrouwen. De deelnemers leren elementair Nederlands en vaardigheden die zijn vereist in het dagelijks leven. Scholing is meer dan wat afleiding, dan bezigheidstherapie, zegt Korteweg. ,,De vrouwen verkeerden in het herkomstland bijna altijd in zwakke sociaal-economische posities, waardoor er misbruik van hen gemaakt kon worden. Door ze scholing aan te bieden staan ze sterker, of ze nou hier blijven of terugkeren. Als ze niet weerbaarder worden, lopen ze het risico dat ze bij terugkeer naar hun land direct weer in de handen van handelaren vallen. Dat is dweilen met de kraan open, het werk van de politie is dan eigenlijk ook voor niks geweest.''
Het tegenargument van politie en justitie is dat cursussen en werkervaringsprojecten valse hoop wekken op een permanent verblijf. Terwijl de kans daarop klein is: in de afgelopen dertien jaar kregen slechts 25 vrouwen een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Bonded Labour in the Netherlands (BLINN), een samenwerkingsproject van Humanitas en Novib, stelt dat politie en justitie geen baat hebben bij vrouwen die uit de B9-procedure stappen en een bestaan in de illegale luwte verkiezen. Want dat betekent dat politie en justitie een belangrijke getuige kwijt zijn in het proces tegen de dader, zegt BLINN.
Vooralsnog financiert de overheid slechts sporadisch scholingsprojecten. De vrouwen zijn aangewezen op projecten als BLINN die op incidentele basis het onderwijs voor slachtoffers van vrouwenhandel financieren of op de enkele gemeenten die de inburgeringscursus hebben opengesteld. ,,De leraren van de cursus wordt gezegd dat deze vrouwen een tijdelijke verblijfsstatus hebben. Zij kunnen dan voorkomen dat er valse verwachtingen worden gewekt over werk of scholing'', pareert Korteweg de scepsis van politie en justitie. De inburgeringscursus is wat haar betreft een eerste stap. Samen met BLINN ontwikkelt Korteweg een project waarin verhandelde vrouwen beroepsgerichte cursussen kunnen volgen in combinatie met vrijwilligerswerk. Korteweg: ,,Als ze dan terugkeren naar het land van herkomst zijn ze minder kwetsbaar voor uitbuiting.''
Anja Spaninks, medewerker van Prostitutie Maatschappelijk Werk in Rotterdam pleit voor het oprekken van het Nederlandse beleid. ,,Als je de vrouwen in staat stelt onderwijs te volgen en ze laat werken, dan staan ze sterker. Asielzoekers kunnen tegenwoordig twaalf weken per jaar werken, waarom de verhandelde vrouwen niet?'' Slachtoffers van vrouwenhandel hebben weinig andere mogelijkheden. Terugkeer is in veel gevallen geen optie. ,,De kans is heel klein dat de vrouwen uit eigen beweging terug zullen keren naar hun herkomstland'', zegt Spaninks. ,,Het komt vaak voor dat handelaren de familie bezoeken en hondjes doodschieten, ouders bedreigen of een zusje laten 'verdwijnen'. De vrouwen hebben bovendien vaak hoge schulden bij de handelaren en voelen zich verantwoordelijk voor hun familie, die geld van hen verwacht. Ze kunnen niet met lege handen terug.''
In het Antwerpse opvanghuis 'Asmodee' van Payoke, een gespecialiseerd centrum waar naast verhandelde vrouwen ook gesmokkelde mensen onderdak krijgen, zijn scholing en werk niet het belangrijkste probleem. Maatschappelijk werkster Miranda üstbring heeft dagelijks te maken met vrouwen die zwaar getraumatiseerd zijn. Zij vertelt over een vrouw die door haar handelaren in een koud bad werd gestopt en elektroshocks kreeg toegediend. Een andere vrouw in Asmodee is zwanger van haar verkrachters. En üstbring vertelt over de Albanese maffia die haar en de vrouwen geregeld belt met dreigementen.
,,Het gaat hier in de eerste plaats om overleven en verwerken. Pas na verloop van tijd kunnen de vrouwen aan andere zaken denken. Maar het zijn meestal sterke en ondernemende vrouwen. Op den duur willen ze aan hun toekomst werken.''
In België kunnen vrouwen na een bedenktijd van 45 dagen aangifte doen van vrouwenhandel. Ze krijgen dan een verblijfsvergunning voor drie maanden en mogen werken, integratiecursussen en taalles volgen. Gespecialiseerde centra voor de opvang van slachtoffers van mensenhandel en -smokkel zijn aangewezen voor de begeleiding van de vrouwen. Een minderheid van de opgevangen vrouwen verdwijnt MOB in de illegaliteit. Een meerderheid krijgt uiteindelijk een permanente verblijfsvergunning. ,,De opvang van slachtoffers van vrouwenhandel en de vervolging van de daders heeft momenteel politieke prioriteit'', zegt Bruno Moens, coördinator van Payoke.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.