*

 
dossier

Archief

De nieuwe politicus is geen betweter

Elly de Waard − 24/12/02, 00:00

Wat is nieuwe politiek? Om dit te beantwoorden moeten wij ons eerst afvragen wat oude politiek is en dat is even eenvoudig als ingewikkeld. Het is nu eenmaal moeilijk om wat vanzelfsprekend geworden is, als niet meer vanzelfsprekend te ontmantelen.

Veel van wat zich in de twintigste eeuw, en vooral in de tweede helft daarvan, in de politiek als vernieuwend en progressief heeft aangediend is men onveranderlijk als zodanig blijven beschouwen. Vreemd natuurlijk, want de tijden zijn in een halve eeuw wel degelijk veranderd. Ingrijpend zelfs, als we naar de laatste tien jaar kijken.

Hier ligt het kernprobleem van wat de oude politiek is. Zij is onderverdeeld in de categorieën links en rechts, waarop de van oudsher behorende bijvoegelijke naamwoorden niet meer van toepassing zijn. Weliswaar staat alleen rechts als behoudend te boek, maar inmiddels is ook links, op zijn eigen wijze, conservatief geworden. Overtuigd van een eigen gelijk van vijftig jaar her en beschermd door de mantra's van een vernieuwing van even oude datum -waarop het zichzelf goed in slaap sussen was- heeft het zich nooit meer laten uitdagen om nieuwe oplossingen te formuleren voor de problemen die ontstonden in een maatschappij die mede door eigen toedoen ingrijpend veranderde.

De verwarring in deze kwestie wordt dus mede veroorzaakt door de naamgeving en de daaraan onlosmakelijk verbonden betekenisinhoud.

Deze verwarring doet zich overigens helemaal niet alleen in de politiek voor, maar bijvoorbeeld ook in de kunsten. De abstracte kunst, die in de twintigste eeuw ontwikkeld werd, is zo succesvol geweest dat zij in haar overheersing eigenlijk elke mogelijkheid om terug te keren naar een concretere vormgeving heeft trachten te elimineren. Dat ging makkelijk genoeg: niet-abstracte kunst werd per definitie als ouderwets en dus fout afgewezen.

De starheid waarmee dit ging lijkt erg op wat we zich in de politiek zien voltrekken. Dat daarbij zelfs naar het ultieme middel van een moord is gegrepen maakt niet alleen duidelijk welke belangen er op het spel staan, maar ook hoe ver men bereid is te gaan.

Ik kom even terug op die woorden 'progressief' en 'terugkeren'. Progressief wil niet zeggen dat vooruitgang alleen geboekt kan worden door in één rechte lijn naar voren te gaan. Soms zijn verandering en vernieuwing alleen te boeken door bijvoorbeeld een stap terug te doen of opzij. Naar boven en naar beneden kan ook nog.

Ik wil maar zeggen: het einde van de kunst is niet bereikt omdat bijvoorbeeld de abstracte kunst op een bepaald moment ophoudt nog vernieuwend te zijn. En evenmin is het einde van de politiek daar, nu links niet progressief meer is.

Wat is dan de nieuwe politiek? Het staat als een paal boven water dat deze vertegenwoordigd werd door Pim Fortuyn. De moord op hem is een daad van vileine intelligentie en van een effectiviteit die zijn weerga niet kent.

Zijn partij verkeerde nog in staat van oprichting en zijn selectie van kamerleden was een voorlopige noodgreep. De oude politiek en de aan haar schatplichtige media hebben geen kans onbenut gelaten om deze wankele groep onderuit te halen. De starheid die ik eerder signaleerde valt dagelijks in de Kamer, op de televisie en in de kranten waar te nemen. En zelf heeft de groep daar het hare natuurlijk ook aan bijgedragen.

Toch moet de nieuwe politiek uit deze hoek komen. De oude partijen hebben zich zozeer geconformeerd aan het stelsel dat ze de onbevangenheid die nodig is om nu te kunnen regeren niet kunnen opbrengen. De onbevangenheid om voorbij te kunnen zien aan de oude indeling van links en rechts, van progressief en conservatief, aan zichzelf dus.

De nieuwe politicus is niet vooringenomen, tegen geen enkel onderwerp en tegen geen enkele opvatting. Hij is overtuigd dat een overwonnen standpunt niet bestaat en dat, zeker in woelige en veranderende tijden, elk standpunt steeds opnieuw geijkt zal moeten worden. Ook als het bijvoorbeeld de doodstraf betreft. Als een groot deel van de bevolking vindt dat deze heringevoerd moet worden, dan wil hij daarover discussiëren. Ook als er hier een partij als het Vlaams Blok of de Arabische Liga zou opstaan, zou hij die niet negeren of verbieden of nog erger, maar hij zou daarmee als met een gelijkwaardige in debat gaan. Want hij weet dat er geen betere mogelijkheid is om zijn standpunt duidelijk te maken. De nieuwe politicus is geen betweter en is bereid om ook zijn eigen gelijk altijd te toetsen.

En in het kielzog van de eenvoudige en toch zo revolutionaire verandering die de nieuwe politiek zou moeten brengen, vindt er een sanering plaats van kranten en elektronische media. Nieuwe, onbevooroordeelde en onafhankelijke, ja, onbevangen journalistiek en kritiek.

Het is natuurlijk te mooi voor woorden. Of één nieuw krantje met zulke journalistiek en één nieuwe tv-zender. En als dat allemaal niet zal lukken, dan hebben we altijd nog internet om het zelf te doen.

mailIcon print |