*

 
dossier

Archief

Slingerland

Monic Slingerland − 24/12/02, 00:00

Ingelijst water aan de linkerkant, ingelijst water aan de rechterkant. Ertussen zo'n plant die weken zonder kan. We zijn in de reparatiewerkplaats voor echtparen en de monteur zit tegenover ons. Het is gewoon een kantoor, de plant en de platen zijn zoals die op alle kantoren.

Als je het even niet meer weet, kijk je naar de platen. Twee keer al zat ik met uitzicht op water in grachten. Alles recht, in banen geleid, alleen steen, geen mens te zien. De derde keer maar eens in de andere stoel. Op de muur tegenover lagen bootjes aangemeerd. Een kust met veel inhammen en uithammen. Hier en daar staat iemand tot de knieƫn in het water. Elk moment kan een van de figuren in een bootje springen, of, wat me nog mooier lijkt, kunnen er twee in een bootje springen. Natuurlijk let ik wel op, in deze werkplaats. Want het gaat allemaal zo snel, voor je het weet sta je alweer buiten. En dan komt de volgende klant. In het trappenhuis sluipt iedereen zwijgend en met hangend hoofd langs elkaar. Het is anders dan in een werkplaats voor kapotte violen, waar ik geregeld binnenloop voor een nieuwe snaar, of een ander mechanisch mankement. Daar kijken de klanten elkaar vrolijk recht in de ogen. Want je weet: die heeft ook iets met snaren. Of een gezinslid dat iets met snaren heeft. En dat is genoeg reden om te keuvelen. Het allersnelst contact dat ik ooit meemaakte was bij een bijeenkomst van mensen die op volwassen leeftijd katholiek waren geworden. Met zijn zestigen kwamen we in een zaaltje terecht, we werden in groepen aan tafels gezet en voor iedereen zat was er al een druk gekwek en gelach. Kennismaking was niet nodig, alleen al dat we dit van elkaar wisten was genoeg.

Het kan een band scheppen, dat je als vreemden toch iets met elkaar deelt, maar in het ene geval leidt het tot een druk gekakel, in het andere geval tot een stilzwijgen dat zo hevig is dat je bang wordt erop te trappen. Dat is bijvoorbeeld in de wachtkamer in het ziekenhuis, bij de huidarts. Daar zit de een met een geschilferd gezicht, de ander met gezwachtelde benen, de derde met niets zichtbaars. Allemaal stil te zijn. Een openingszin als 'Hebt u ook..?' kan daar niet. Zo is het ook bij dit kantoor voor stellen bij wie het allemaal niet meer zo stroomt en voor allerlei andere kwalen die met praten moeten genezen. Zwijgend wacht iedereen tot hij aan de beurt is. Een vraag als: 'Vindt u de plaat met de bootjes ook mooier dan die van de gracht?' gaat al te ver.

mailIcon print |