President George. W. Bush zou het karwei van pa Bush willen afmaken en Saddam Hoessein met geweld van zijn troon willen stoten in Irak. Steeds meer wordt gespeculeerd over een op handen zijnde aanval en steeds meer wordt gewaarschuwd voor de gevaren van een dergelijke actie.
De nieuwe opperherder van de Church of England en toekomstig aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, is gekant tégen een Amerikaans-Britse aanval op Irak als de Verenigde Naties die niet goedkeuren. Beschikt het hoofd van alle Anglicanen ter wereld (70 miljoen) dan over voldoende divisies om zo'n aanval tegenhouden? Zeker niet, maar volgens het dagblad The Guardian heeft hij die ook niet nodig, want hij is ook de baas van de Amerikaanse Episcopale kerk en die herbergt veel leden van de Amerikaanse politieke gevestigde orde. Vandaar dus.
Het lijkt er sterk op dat de wens de vader is van de gedachte bij deze Britse krant die sinds George W. Bush president is, haar afkeer van de Amerikaanse buitenlandse politiek niet onder stoelen of banken steekt. Bush jr., zelf opgevoed in de Episcopale leer, maar door zijn vrouw meegetroond naar de methodisten, waarbij hij zijn episcopale ruimdenkendheid ver achter zich liet, zal er zich echter niet door laten weerhouden Irak aan te vallen.
Maar pikant is het wel dat de nieuwe leider der anglicanen al op zijn eerste persconferentie een standpunt inneemt dat ook afwijkt van dat van de man die er uiteindelijk voor gezorgd heeft dat hij die functie kreeg. Want al benoemt de wereldlijke leider van de Engelse staatskerk, koningin Elisabeth II, de aartsbisschop van Canterbury, het is de Britse premier die de verantwoordelijkheid draagt en bij die benoeming de doorslaggevende stem heeft. En laat het nu net premier Tony Blair zijn die, zo ongeveer als enige Europese leider, het wél met Bush eens is dat de Iraakse leider Saddam Hoessein met geweld aan de kant moet worden gezet en dat Groot-Brittannië daarbij moet helpen. Volgens Britse kranten zou Blair al in principe hebben toegezegd troepen te leveren voor een eventuele actie.
Al maanden speculeren vooral Amerikaanse en Britse kranten over een op handen zijnde aanval van Amerikaanse en Britse troepen op Irak, waarbij die speculaties al lang niet meer gaan over het al of niet voeren van die oorlog, maar over het wanneer dan wel. De meeste koffiedikkijkers houden het op 'begin volgend jaar', en als dat inderdaad zo is dan moeten de voorbereidingen wel zo ongeveer beginnen, want het kost al gauw een half jaar voor er een strijdmacht van zo'n kwart miljoen Amerikaanse militairen in de buurt van Irak op de been kunnen worden gebracht.
Tenzij de regering van George Bush besluit een snellere en 'andere oorlog' te voeren, één waarbij die enorme troepenmacht, in ieder geval voorlopig, voor het grootste deel thuis kan blijven, omdat de luchtmacht in eerste instantie het karwei wel kan klaren. Dat zou een Afghanistan-achtig scenario inhouden, waarbij zware bommenwerpers van ver afgelegen bases, vanaf grote hoogte Iraakse doelen bestoken met precisiebommen. Maar een Amerikaanse militaire wijsheid luidt dat je, wil je een gebied beheersen, met beide benen ter plekke op de grond moet staan. De debatten tussen politici, militairen, inlichtingendiensten en andere deskundigen, bewegen zich van het ene uiterste: inzet van een enorme troepenmacht, tot het andere: de luchtmacht voert de oorlog vrijwel alleen. De jongste speculaties, gebaseerd op waarschijnlijk door het Witte Huis zelf geregisseerde lekken vanuit het Pentagon, zitten daar net tussenin.
En ze gaan, volgens de New York Times, uit van een 'beperkte' oorlog, waarbij vanuit de lucht militaire doelen als commando- en communicatiecentra en wapendepots in heel Irak worden bestookt en waarbij in een snelle aanval de hoofdstad Bagdad wordt veroverd door een troepenmacht van tussen de vijftig- en tachtigduizend man. Zodat in zeer korte tijd Irak van zijn leiderschap ontdaan wordt, het bestuur in elkaar klapt, de militaire commandanten zonder bevelen zitten en niet meer weten wat te doen, of zelfs blij zijn met de vernietiging van het regime van president Saddam Hoessein en zich massaal bij een nederlaag neerleggen. Sommige deskundigen menen dat het zeer wel mogelijk is op die manier het sterk gecentraliseerde en autoritaire commandosysteem in Irak, waar bijzonder weinig aan het eigen initiatief van commandanten op verschillende niveau's wordt overgelaten, lam te leggen.
Van het grootste belang in deze strategie is wel dat het Iraakse regime de mogelijkheid wordt ontnomen over te gaan tot de inzet van de zogenaamde wapens voor massavernietiging, de chemische en mogelijk biologische wapens, die bijvoorbeeld tegen Israël, Koeweit en Turkije zouden kunnen worden gebruikt. Over kernwapens zou Irak 'pas' in 2005 beschikken.
Deze benadering staat al bekend als de 'Bagdad eerst'-optie, of de 'van binnen naar buiten'-aanpak, en berust op de Amerikaanse militaire capaciteit omvangrijke precisie-aanvallen uit te voeren over enorme afstanden, zoals de oorlog in Afghanistan van vorig jaar heeft aangetoond, en het snel overbrengen van grote troepenmachten. Een van de belangrijkste voordelen zou zijn dat die kwart miljoen Amerikaanse grondtroepen inderdaad 'even' niet nodig zijn en er onder die troepen dus ook geen slachtoffers hoeven te vallen. Waarbij tegenstanders van deze plannen terecht opmerken dat er ook onder tachtigduizend man nog genoeg slachtoffers kunnen vallen.
Het was Anthony Cordesman van het Washingtonse centrum voor strategische en internationale studies die zich deze week bij een hoorzitting van de Senaat over de 'kwestie Irak' duidelijk ergerde aan wat wel 'leunstoel-strategen' wordt genoemd. 'Deskundigen' die voor de vele Amerikaanse televisiestations met droge ogen volhouden dat een oorlog tegen het Irak van Saddam voor het Amerika van nu een peuleschil is. Volgens Cordesman vormen de vierhonderdduizend man sterke strijdkrachten van Irak nog een geduchte tegenstander, zullen Amerikaanse vliegtuigen in een spervuur van Iraaks afweergeschut terechtkomen, en zijn alleen dwazen bereid andermans zonen en dochteren te offeren aan hun eigen arrogantie.
De nieuwe 'van binnen naar buiten' strategie is het tegenovergestelde van de Golfoorlog van 1991 waarbij een enorme 'geallieerde' strijdmacht onder Amerikaanse leiding vanuit Koeweit de Iraakse strijdkrachten onder de voet liep. Duidelijk van 'buiten naar binnen' dus. Dat Iraakse leger was op 2 augustus 1990, vandaag precies twaalf jaar geleden, Koeweit binnengevallen en het was president George Bush sr. die de internationale coalitie smeedde die het Iraakse leger ruim een half jaar later Koeweit weer uitsloeg.
Maar pa Bush, daarin zeer gesteund door de Amerikaanse stafchef, generaal Colin Powell, nu minister van buitenlandse zaken, trok niet verder op naar Bagdad, zodat de Iraakse Republikeinse Garde, de ruggengraat van Saddam Hoesseins strijdkrachten, overeind bleef en Saddam zelf aan de macht. Dat is pa Bush naderhand zeer verweten (vooral overigens door mensen die in eerste instantie tégen de oorlog tegen Irak waren), en daarbij werd even vergeten dat de VN-Veiligheidsraad de Coalitie in de Golf slechts het mandaat gegeven had Koeweit te bevrijden, en niet om Saddam te vernietigen. Dat laatste had de Coalitie ook de kop gekost, omdat de Arabische leden van de Coalitie niets voor een Irak zonder leiding voelden.
Maar waar Bush sr., ondanks zijn glorieuze overwinning in de Golfoorlog de verkiezingen van 1992 verloor en geen tweede termijn kreeg, daar zit Saddam Hoessein, niet gehinderd door welk parlement dan ook, nog immer in Bagdad in het zadel. En ook acht jaar Bill Clinton heeft daaraan niets kunnen verhelpen.
Het lijkt er veel op dat binnen de huidige Amerikaanse regering, waar op defensie- en veiligheidsposities veel oude getrouwen uit de regering van Bush sr. zitten, de Iraakse dictator Saddam tot niets meer of minder dan een trauma is uitgegroeid. Jonge Bush was nog niet aangetreden of de speculaties dat hij en de zijnen 'het karwei van pa Bush' zouden afmaken, deden opnieuw de ronde. Die speculaties werden nog versterkt na de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington. Niet dat er een verband werd aangetoond tussen Osama bin Ladens terreur-netwerk Al-Kaida en Saddam Hoessein van Irak. Maar de oorlog tegen het Taliban-regime, dat in Afghanistan Al-Kaida de hand boven het hoofd hield, was zo'n succes en veroorzaakte zo'n overwinningsroes in de VS dat 'eindelijk' afrekenen met Saddam Hoessein volgens de regering-Bush tot de mogelijkheden behoorde.
Een 'As van het Kwaad', waarin Irak een hoofdrol speelde was snel gevonden, maar ook moet gezegd worden dat de vrees dat Irak, waar VN-inspecteurs al vier jaar lang niets meer controleren, toch weer wapens voor massavernietiging aan het fabriceren is, niet alléén in Amerika leeft. En tenslotte mogen, aldus de Amerikaanse opvatting, Saddam en Bin Laden dan misschien niks met elkaar te maken hebben, terroristen blijven het.
VERVOLG OP PAGINA 11
De erfenis van Pa Bush
VERVOLG VAN PAGINA 9
De VS staan zeker niet alleen in hun afkeer van Saddam Hoessein, maar momenteel wel vrijwel alleen in hun wens Irak met geweld van Saddam te bevrijden. De meeste voormalige bondgenoten in de Golfoorlog van 1991 voelen niets voor oorlog, zeker zolang de Veiligheidsraad geen mandaat verstrekt. De Europese mogendheden, behalve Groot-Brittannië, hebben er geen zin in, zoals deze week bij een ontmoeting tussen de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder in het Duitse Schwerin bleek. Rusland en China evenmin, zodat drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad hun veto kunnen gebruiken om zo'n mandaat tegen te houden. Of ze dat uiteindelijk ook zullen doen is de vraag, Irak houdt zich al jaren niet aan door de Veiligheidsraad vereiste maatregelen.
Ook de Arabische bondgenoten van de VS laten niet af te waarschuwen tegen een oorlog tegen Irak en deze keer willen Arabische leiders als koning Abdoellah van Jordanië en president Hosni Moebarak van Egypte wél een verband leggen tussen het Palestijns-Israëlische conflict en de Iraakse kwestie. Dat gebeurde in 1990 en 1991 niet. Saddam poogde toen het Palestijnse vraagstuk te koppelen aan zijn bezetting van Koeweit, enerzijds door te beloven uit Koeweit te vertrekken als Israël de bezette Jordaanoever zou opgeven en anderzijds door Scudraket-aanvallen op Israël uit te voeren om de Joodse staat in de oorlog te trekken. Hij hoopte daarmee te bereiken dat de Arabische leden uit de Coalitie van Bush tegen Irak zouden treden, maar de Arabische regimes accepteerden die koppeling niet en bleven in de Coalitie.
Nu leggen zij dat verband nadrukkelijk wel en dat houdt in dat zij vrijwel onmogelijk Amerikaanse en Britse troepen op hun grondgebied kunnen toelaten om oorlog te voeren tegen Irak. Waarmee Amerika niet kan beschikken over het bruggehoofd in Saoedi-Arabië, waar in 1991 uiteindelijk maar liefst 600000 manschappen uit 28 landen bij elkaar werden gebracht om Irak uit Koeweit te jagen.
Dat is ruim tien jaar geleden en de ontwikkelingen op militair-technologische gebied hebben (in Amerika althans) niet stilgestaan, zoals de oorlogen om Kosovo en Afghanistan hebben aangetoond. Maar of die militair-technische suprematie nu zodanig is dat Amerika met een zeer beperkte troepenmacht een oorlog in Irak kan winnen, is zeer de vraag. En over die vraag zal het debat in Washington nog wel even doorgaan.
Een complicatie zijn in zekere zin de Congresverkiezingen die aanstaande november moeten worden gehouden. Het lijkt erop dat de politici in Amerika, Republikeinen én Democraten, zich van hun havikachtige kant willen laten zien en in 'hardheid' tegen elkaar opbieden als het gaat om de oorlog tegen het terrorisme en een mogelijke oorlog tegen Irak. Politieke mildheid is even helemaal uit in Amerika, zeker sinds 11 september. Patriottisme, hang naar veiligheid en militair vertoon is in en als je in de gunst van de kiezers wilt komen, dien je daar rekening mee te houden.
Irak en Saddam Hoessein lokken bij veel Congresleden weinig genuanceerde uitspraken uit, zodat een regering die toch al geneigd is zijn oren te laten hangen naar rechts-Republikeinse normen en waarden, wel erg weinig weerwerk krijgt van het Congres. Het gevaar is niet denkbeeldig dat Amerikaanse politici, in regering én in Congres, bezig zijn dermate vergaande uitspraken te doen dat ze zonder gezichtsverlies niet meer terugkunnen. En in feite bezig zijn zichzelf een oorlog in te redeneren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.