Door het conflict in Congo en de vluchtelingenstromen die dit op gang bracht, leefden veel kinderen gescheiden van hun ouders. Nu het wat rustiger wordt, kan het Rode Kruis zich toeleggen op de familiehereniging. Vaak is de vreugde na terugkeer groot, al merken de ouders ook dat de kinderen in de periode zonder hen een eigen weg zijn ingeslagen.
Rufin Kapiteni vindt Kisangani niks. ,,Het is een saaie stad. Ik wil terug naar Kinshasa. Maar dan wel met mijn ouders.'' Rufin is een Con golese tiener van zestien jaar. In een vale spijkerbroek en een te groot T-shirt zit hij onderuit gezakt op de bank in zijn ouderlijk huis.
Hij woont pas een maand in Kisangani, in het noordoosten van Congo. Vier jaar lang leefden Rufin en zijn vijf broertjes en zusjes gescheiden van hun ouders. De kinderen in de hoofdstad Kinshasa, de ouders aan de andere kant van het land in Kisangani. De oorlog in Congo had de familie Kapiteni gesplitst.
Vader Jacques was majoor in het regeringsleger en gestationeerd in Kisangani toen de rebellie tegen de inmiddels vermoorde president Laurent Kabila uitbrak. Zijn vrouw Lucie had juist op dat moment de kinderen in Kinshasa bij vrienden achtergelaten om haar man te bezoeken. ,,De tijd zonder de kinderen was vreselijk'', herinnert Luci Kapiteni zich. ,,Om mijn zinnen te verzetten haalde ik een paar kinderen in huis die ook van hun ouders waren gescheiden. Een werd ziek en ik bracht hem naar de dokter. Daar ontmoette ik een medewerker van het internationale Rode Kruis die me vroeg waarom ik zelf geen kinderen had. Ik vertelde hem over onze situatie en dat was de eerste stap naar hereniging.'' Een paar maanden later vloog het Rode Kruis het kroost van de Kapiteni's naar Kisangani.
In de afgelopen twee jaar herenigde de internationale organisatie meer dan vijfhonderd Congolese kinderen met hun ouders. En de klus is nog lang niet geklaard. Het Rode Kruis spoort nog altijd naar verloren kinderen. Zoals de brede Congo-rivier Kisangani in tweeën snijdt, zo heeft het conflict het land opgedeeld. De regeringstroepen van de huidige president Joseph Kabila zijn heer en meester in het westen en zuiden. De macht in het noorden en het oosten van Congo ligt bij de diverse rebellengroeperingen. In Kisangani is het de RCD waar Jacques Kapiteni zich inmiddels bij heeft aangesloten die de lakens uitdeelt.
Zijn kinderen hebben nog geen nieuwe vrienden gemaakt. Het is schoolvakantie en ze houden zich voornamelijk op in het ruime huis aan een lommerrijke laan in de stad. Veel tijd besteden ze aan het bijpraten met de ouders. De oudste telgen trekken zich regelmatig terug in hun kamers om te luisteren naar muziekcassettes, meegebracht uit Kinshasa. Ze hopen daarmee de pijn van heimwee te verzachten.
Bovendien kampt het zestal met een taalbarrière. In Kinshasa is de voertaal Lingala. In Kisangani spreekt nagenoeg iedereen Swahili, de lingua franca van oostelijk Afrika. Het Frans, de voormalige koloniale taal en nog altijd in gebruik bij de overheid, moet voorlopig als brug dienen voor nieuwe vriendschappen.
Ook onderscheiden de Kapiteni-kinderen zich in hun kleding van hun leeftijdsgenoten in Kisangani. De stad, ge isoleerd door het dichte oerwoud dat het noorden van Congo bedekt, is uiterst conservatief. Vrouwen dragen uitsluitend rokken en jurken. Natali Kapiteni (15) heeft een nauwsluitende lange broek aan en een katoenen topje. De laatste mode in Kinshasa. ,,Ik mis mijn vrienden'', zegt ze verlegen, maar vult er met luidere stem direct aan toe: ,,Maar het eten is hier lekkerder. Er is vaak vlees. Dat was in Kinshasa moeilijk te krijgen en heel duur. Maar de transportmiddelen daarentegen zijn vreselijk.'' Ze doelt op de talrijke toleka's, fietstaxi's, die tussen de brokken overgebleven wegdek laveren. De paar auto's in Kisangani behoren aan de rebellenautoriteiten, internationale hulpverleners of VN-waarnemers.
Verder moeten de kinderen wennen aan een stiefbroertje. Casta (8) raakte zijn moeder in een vluchtelingenkamp kwijt. Hij was een van de kinderen aan wie Luci Kapiteni tijdelijk onderdak verleende. Toen het Rode Kruis erachter kwam dat zijn moeder inmiddels was overleden, werd hij zonder enige papieren rompslomp lid van de familie. Casta's grote held is Rufin. De kleine jongen probeert in alles zijn grote, nieuwe broer te imiteren.
Ook het echtpaar Kapiteni heeft grote bewondering voor hun oudste. Rufin beschermde vier jaar lang het kindergezin tegen de verleidingen van de grote stad. Het maakte van hem een zelfverzekerde puber. Met een ernstig gezicht analyseert hij de situatie in het land. ,,De oorlog maakt zoveel kapot. Maar eens zal er vrede zijn. De partijen moeten uiteindelijk een compromis bereiken.'' Hij zwijgt even en vervolgt opeens breed grijnzend: ,,En dan gaan we met z'n allen terug naar Kinshasa!''
Zijn vader knikt glimlachend. De laatste vijf jaar dwongen de beroepsmilitair tot ingrijpende beslissingen. Hij begon zijn carrière in het leger van ex-president Mobutu. Toen Laurent Kabila met zijn rebellen in 1997 Kinshasa binnenmarcheerde, sloot Jacques Kapiteni zich aan bij de nieuwe machthebbers. Tijdens de jongste rebellie maakte hij opnieuw een overstap, ditmaal naar de rebellenbeweging RCD. ,,De afgelopen jaren zijn verloren tijd geweest voor mijn gezin. We hebben veel in te halen. We willen weer een normaal gezin worden'', zegt hij.
Tevreden bekijkt Fabrice Lusumgu, medewerker van het internationale Rode Kruis, het huiselijke tafereel. ,,Wat heb ik toch een geweldige baan. Ik kan door mijn werk ouders en kinderen gelukkig maken. En er is toch niets mooiers dan de lach van een kind.'' De Con golees vertelt dat hij door zijn werk bewondering heeft gekregen voor zijn eigen volk. ,,Het is indrukwekkend om te zien hoe makkelijk Congolezen kinderen van vijanden met liefde opnemen. Terwijl de volwassenen elkaar naar het leven staan, zorgen ze wel voor elkaars kroost als die alleen komt te staan. Daar mogen we best trots op zijn.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.