AMSTERDAM - Het aantal gevallen van borstkanker is in de westerse landen met vele duizenden per jaar gestegen, doordat moeders hun kinderen steeds minder de borst geven. Ook de trend van minder kinderen per gezin heeft het risico op borstkanker aanzienlijk vergroot.
Dat schrijven Britse epidemiologen in het medisch tijdschrift The Lancet, dat morgen verschijnt. Nu krijgen in de westerse wereld ruim zes op de honderd vrouwen vóór hun zeventigste levensjaar borstkanker. Als ze hier de gewoontes zouden aannemen die tot voor kort in ontwikkelingslanden golden -gemiddeld 6,5 kind per gezin en elk kind krijgt twee jaar borstvoeding- waren dat nog geen drie op de honderd vrouwen.
De onderzoekers beseffen dat die gewoontes niet realistisch zijn in de moderne maatschappij. Maar ook kleinere gedragsveranderingen kunnen grote gevolgen hebben. Als vrouwen elk kind een halfjaar langer zouden voeden, scheelde dat jaarlijks 5 procent, ofwel 25000 gevallen van borstkanker in de westerse wereld. In Nederland zou dat neerkomen op 500 borstkankers per jaar minder.
Het was al veel langer bekend dat het krijgen van kinderen en het geven van borstvoeding de kans op borstkanker verkleinen. In de achttiende eeuw wist men bijvoorbeeld al dat die kans bij nonnen twee maal zo groot was als gemiddeld. Het opmerkelijke aan dit onderzoek is dat de risicofactoren zijn gescheiden en gekwantificeerd.
,,De onderzoekers hebben dit kunnen doen omdat ze 47 studies uit 30 landen waarbij in totaal 150000 vrouwen betrokken waren, hebben gebundeld'', zegt dr. M. Rookus, epidemiologe van het Nederlands Kanker Instituut. Ook een studie van het NKI onder 1800 Nederlandse vrouwen zat in het Britse onderzoek. ,,Met zo'n krachtig bestand werd het mogelijk die nauw verweven factoren uiteen te rafelen.'' Zo bepaalden de Britse onderzoekers dat elk kind de kans op borstkanker met 7 procent verkleint,
terwijl elk jaar dat borstvoeding wordt gegeven dat met ruim
4 procent doet.
Het is niet helemaal duidelijk hoe deze twee factoren het ontstaan van borstkanker kunnen belemmeren. Rookus: ,,We weten dat het borstweefsel zich tijdens de zwangerschap differentieert, dat het zich meer specialiseert voor de voeding. Na de differentiatie delen de cellen zich minder vaak en is de kans op ontsporingen dus kleiner. Een andere verklaring zegt dat de hormoonspiegels die tijdens en vlak na de zwangerschap omhoogschieten, daarna tot een lager niveau terugzakken. Ook dat verkleint de kans op borstkanker.''
In Nederland geeft 30 procent van de moeders geen borstvoeding, en degenen die het wel doen, houden dat gemiddeld voor al hun kinderen samen nog geen halfjaar vol. Zouden de Nederlandse vrouwen weer ouderwets vaak voeden, dan bespaarde dat opmerkelijk veel gevallen van borstkanker. Rookus vraagt zich af of die aantallen in de praktijk kunnen worden bereikt. ,,Je praat dan over gedragsveranderingen en we weten van het roken hoe moeilijk het is om daarmee resultaten te boeken. En bij borstvoeding spelen ook sociaal-economische factoren mee, zoals de mogelijkheden om te voeden op het werk.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.