AMSTERDAM - Het Afghaanse Talibanbewind moet Osama bin Laden en de zijnen uitleveren. Daarna, zo beweerde bijvoorbeeld deze week de speciale VN-afgezant, Francesc Vendrell, blijft voor de Taliban een rol weggelegd in Afghanistan. Maar dat valt te betwijfelen: zulke rooskleurige scenario's zijn niet weggelegd voor het land. De Taliban moeten het veld ruimen, ook al is er voor hen geen alternatief voorhanden.
Washington lijkt geen plan te hebben met Afghanistan. ,,We gaan daar niet aan natie-bouwen doen'', zei president Bush onlangs, gevraagd of de Amerikanen erop uit zijn een nieuw bewind -lees: de Noord-Afghaanse verzetsalliantie- in het zadel te helpen.
Het zou natuurlijk mooi zijn als binnen de Taliban de realo's op korte termijn de macht overnemen van de fundi's, en het bewind te elfder ure Osama bin Laden en de zijnen alsnog uitlevert en hun kampen opdoekt, zoals de VS eisen. Als dank zou het Westen dan kunnen helpen bij de opbouw van het verwoeste land, en kunnen pogen om de strijdende partijen te verzoenen. Maar dat scenario is puur academisch.
De spectaculaire vernietiging van de Boeddha-beelden van Bamiyan, in maart, markeerde nu juist de overwinning van de ijzervreters binnen het regime. De verwoesting van de monumenten illustreerden bovendien dat de Taliban er niet wakker van liggen dat de rest van de (niet-islamitische) wereld hen niet erkend.
Pakistaanse bemiddelaars -zowel politici als geestelijken- lopen de de drempel plat bij de Taliban in Kandahar en Kaboel, om hen ervan te overtuigen dat uitlevering van Bin Laden en de zijnen de voordeligste optie is. Tegen beter weten in. Maar de verwoede Pakistaanse bemoeienissen worden dan ook vooral ingegeven door welhaast panische angst voor het alternatief: een bewind van de noordelijke verzetsalliantie.
Veel Pakistaanse hoogwaardigheidsbekleders hebben de afgelopen tijd Washington gebeden en gesmeekt om ervan af te zien, het noordelijke verzet naar voren te schuiven als de nieuwe machthebbers. Dat (wankele) bondgenootschap wordt namelijk gesteund door Pakistans aartsvijand: India.
Voorts is de Taliban een beweging van Pashtun, een volk dat niet alleen de meerderheid vormt in Afghanistan, maar ook een aanzienlijke minderheid is in Pakistan. In Pakistan hebben de Taliban dan ook niet alleen aanhang onder de extremistische fundamentalisten (waaraan het land overigens bepaald geen gebrek heeft) maar vooral ook onder de Pashtun, de rekkelijken onder hen incluis.
,,De Taliban zijn pas net aan het bewind, daarom hanteren ze van die strenge regels'', vergoelijkt Hamid Ullah, docent aan de universiteit van Peshawar, tegen de Afghaanse grens. ,,Als ze erkend zouden worden door de internationale gemeenschap, dan zouden ze zich aanpassen en hun bewind versoepelen'', meent deze intellectuele Pashtun.
Maar Pakistan kan bemiddelen tot Sint Juttemis, de Taliban kunnen niet eens overgaan tot uitlevering van Bin Laden en diens mede-strijders. Zonder Bin Laden blijft er namelijk niets over van de Taliban. Diens 'Arabo-Afghanen' -companen uit de strijd tegen de Sovjet-bezetting- dicteren volgens experts het militaire en buitenlandse beleid van de Taliban, en zij zijn de voornaamste geldschieters van het bewind.
De confrontatie en de verdwijning van de Taliban lijken onvermijdelijk. Afghanistan lijkt dan ook af te stevenen op een nieuwe periode van gewelddadige chaos, waarin krijgsheren elkaar bevechten. Nu al rommelt het onder de commandanten in de 'buitengewesten', zij die niet behoren tot de 'harde kern' van de Taliban met hun bolwerken Kaboel en Kandahar. Het is al een klein wonder dat de etnisch en religieus gemengde noordelijke alliantie nog bijeen is gebleven sinds de moord, op 9 september, op hun leider, Achmad Sjah Massoed. Maar precair wordt de situatie pas echt als datgene wat hen bindt -hun vijandschap jegens de Taliban- wegvalt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.