*

 
dossier

Archief

Luisteren naar de klok

Hélène Butijn en Dorien Pels − 02/02/01, 00:00

Marjorie, Robert en Nick maakten de ramp in Volendam op hun eigen manier mee. Ruim een maand later praten zij over hun ervaringen.

'Hiervoor maakte ik me druk om een pukkel. Nou ga je eraan wennen dat er iedere dag iemand dood kan gaan', zegt Marjorie Koning. De brand in café de Hemel beheerst de Volendamse jongeren bij alles wat ze doen. Vrienden die in het ziekenhuis liggen, wekelijks nieuwe overledenen. Marjorie, Robert en Nick proberen van dag tot dag te leven. Zonder te veel aan de toekomst te denken.

Het is een maand na de ramp. In de huiskamer van de familie Koning, op een steenworp afstand van de dijk, komt het gesprek steeds terug op 'die nacht'. Marjorie (21), haar broer Robert (15) en Nick (16) Koning waren elk op een andere plek. Marjorie zat met haar vriend in Edam en Nick was ver weg: in Thailand, terwijl Robert de brand het meest dichtbij meemaakte, hij zat kort na middernacht in de Wirwarbar, onder De Hemel.

Marjorie en Nick, die ondanks dezelfde achternaam geen familie van elkaar zijn, behoorden tot de zes jongeren die na de stille tocht de menigte in het stadion van FC Volendam toespraken. Marjorie maakte indruk met haar speech waarin ze haar woede en onmacht uitte. ,,De dagen erna kreeg ik veel kaarten, dat ik het mooi had gezegd. Daar stond alleen op 'Marjorie Koning, Volendam', maar ze kwamen allemaal aan. Ik had niet gedacht dat de impact zo groot zou zijn. Blijkbaar heb ik een goede snaar geraakt.' Nick verwoordde zijn verdriet over de dood van zijn beste vriend in een gedicht.

Robert zit een beetje onderuitgezakt. ,,Hij heeft veel gezien, maar hij is niet de makkelijkste prater', zegt zijn moeder Margriet. Margriet en Marjorie vertellen over hun bezoek, een dag eerder, aan een neef die in het brandwondencentrum in Beverwijk ligt. Hij is net van de beademing af. Zijn gezicht is gespaard, maar zijn handen, armen en rug zijn erg verbrand. Eén hand kan hij nauwelijks meer bewegen. Marjorie: ,,Anderen denken dat het met zijn hand weer goed komt, maar ik vroeg me dat af toen ik zijn vingers zag.'

Moeder Margriet: ,,Hij is zestien. Het is een heel ander kind geworden. 'Ik heb de takken uitgetrapt, ik heb de takken uitgetrapt', zegt hij maar steeds. En hij vertelt keer op keer dat hij de nooduitgang niet open kreeg, dat hij duwde en duwde. Hij is paniekerig en slaapt slecht. Je ziet zijn hart kloppen in zijn keel. Ze geven hem morfine als ze de verbanden moeten verwisselen.'

Marjorie: ,,Ik denk niet dat hij beseft wat er gebeurd is. Dat komt later pas.'

Margriet vertelt Nick die later binnenkomt, over een gemeenschappelijke kennis in hetzelfde ziekenhuis: ,,Ze lag daar zo slecht. Haar halve gezicht is korst, haar schedel verbrand, een half oor weg en maar ratelen, praten. Wartaal. De ouders hadden even gedacht om de stekker eruit te trekken. Maar ja, nu praat ze weer.'

Vorige week overleed een dertiende Volendamse jongere, Nico Veerman, een kennis van Nick. Daarvoor was het Peter en vrijwel meteen na de ramp overleed zijn beste vriend, de 15-jarige Ruud. Nick: ,,Ik zat al in een diep dal. Net toen ik daar een beetje uitkwam, hoorde ik het van Peter. En nu weer. Nico. . . Het is zo raar.'

Nick zat met oud en nieuw in Thailand. ,,'s Middags, toen het daar vier uur was, werd ik gebeld: De Hemel is ontploft. Daarna volgden steeds weer telefoontjes: zoveel gewonden, zoveel doden, alles hoorde ik daar in dat hotel.' Pas een week later kon hij terugvliegen naar Nederland. ,,Thuis leek het wel een film. Mijn vrienden hadden het er steeds over, hoe ze ruiten hadden ingetrapt, hoe ze waren gevlucht. Ik ben meteen naar een goede vriend gerend, die had al vijf dagen niet geslapen. Met z'n allen zijn we naar buiten gegaan om erover te praten. Dat deden we altijd al, een beetje rondhangen.' De dag nadat hij was thuisgekomen, moest Nick weer naar school, een technische vbo-opleiding in Edam. Zijn hoofd kan hij er niet bijhouden.

,,Er is een aparte ruimte waar je heen kunt als je het even niet meer redt, lokaal 21. De leraren zijn allemaal erg op een praatje uit. In het begin zat ik er vaak, nu wat minder.'

Het Don Bosco, de Volendamse katholieke scholengemeenschap waar Robert in havo-4 zit, stelde direct na de ramp haar deuren open. De school organiseert herdenkingsbijeenkomsten, regelt opvang voor leerlingen en hun ouders. De lessen worden zoveel mogelijk voortgezet. Robert: ,,Het leren gaat nog niet. Sommige leraren willen door, maar van mij hoeft het niet. We doen wel eens vervelend in de klas. Dat is ook een manier om je zenuwen te uiten.'

Op de Hogere Economische School in Amsterdam is iedereen meelevend, vertelt Marjorie, maar echt voelen hoe het is om zoveel leed in je omgeving te zien, kunnen klasgenoten niet. In uitgaan hebben Marjorie, Nick en Robert geen zin. Nick: ,,Daarvoor is de ramp nog te dichtbij. We pakken een filmpje op zaterdag of hangen bij iemand op de bank.'

Op het Don Bosco ziet Robert dagelijks meer mensen terugkomen, vaak met de handen in het verband. Een scholier wilde met een rugzak op naar de les. De nog kwetsbare huid scheurde. Anderen zijn wel thuis, maar helemaal in het verband. ,,Ik ben wel eens bang dat ik iemand tegenkom en niet weet wat ik moet zeggen. Je schrikt toch', zegt Marjorie. Nick: ,,Een vriend van me is op z'n hoofd vierdegraads verbrand. Vierdegraads, ik wist niet dat het bestond. Zijn neus is bijna weg. We mogen hem niet eens bezoeken.'

Professionele hulp hebben ze niet nodig, denken ze alledrie. Robert: ,,Op het schoolplein staat een container, daar zit een hulpverlener in. Maar ik ga daar niet heen, ik kijk wel uit. Diegene heeft het sowieso niet druk, volgens mij gaat niemand.' Marjorie denkt dat Volendammers nou eenmaal liever met elkaar praten. ,,Vooral als je emotioneel bent, dan schakel je vanzelf over op dialect.'

Ondanks alle camera's die op Volendam waren gericht tijdens de stille tocht, vonden de jongeren het toch echt iets van Volendammers onder elkaar. ,,Het leek of de sfeer in het dorp de volgende dag iets was veranderd. Niet dat de rouw voorbij is, maar mensen praatten ineens weer. We kunnen weer samen verder, dat gevoel.'

Nick kwam tijdens de stille tocht voor het eerst langs de rampplek. ,,Ik zat elke week in de Wirwar. Af en toe nam ik boven, in De Hemel, een kijkje. Ik vond het daar meestal veel te benauwd.' Robert was er wel regelmatig te vinden. ,,Maar die nacht was ik net naar beneden gegaan. Het was zo druk.' Aanvankelijk realiseerde Robert zich nauwelijks wat er gebeurde. ,,Ik ben op een kruk blijven zitten, omdat bij de uitgang mensen zowat platgedrukt werden. Tot naast mij iemand een raam insloeg. Ik ben naar buiten geklommen en naar huis gegaan, maar daar was niemand. Toen heb ik mijn jas gepakt en ben mijn moeder gaan zoeken. We vonden elkaar na ongeveer twintig minuten.'

Margriet: ,,Een eeuwigheid. Onder aan de dijk stonden nog veel meer ouders in paniek, maar niemand mocht erbij. Ik heb al die verbrande kinderen wel gezien, maar het drong niet tot me door. Ik weet wel dat ik dacht: wat gek, ze hebben allemaal roze en witte kleren aan. Maar dat was verbrande huid. Sommigen liepen met hun handen vooruit gestoken, de vellen hingen eraf. Ik kan me ook herinneren dat ik die kinderen zo stil vond. Ze mekkerden alleen een beetje.'

Robert: ,,Mijn beste vrienden hebben wonderlijk genoeg niets. Ik herinner me vooral flarden: verbrande mensen die in groepjes bij elkaar werden gezet en door de brandweer werden natgehouden toen de ambulances er nog niet waren. Een jongen die op de dijk lag met een meisje over hem heen gebogen.'

Wie zijn er gestikt, wie sprong er van het platte dak, wie ligt er in welk ziekenhuis, hoe heeft dit kunnen gebeuren?, vragen ze zich steeds hardop af. ,,Mensen op de dansvloer bleven ongedeerd: daar zat geen kerstversiering boven', weet Marjorie. Nick: ,,Misschien was het maar goed dat de nooddeuren niet snel open konden, want anders was het tot de grond toe afgefikt.'

,,Later is gezegd dat jongeren van 13, 14 niks in De Hemel te zoeken hadden. Nou, die komen er normaal ook niet', zegt Margriet. ,,Alleen nu was het oud en nieuw, dan vragen ze om twaalf uur of ze er even een halfuurtje heen mogen om vrienden een gelukkig nieuwjaar te wensen. Sommigen waren er voor het eerst.'

Marjorie kwam zo snel mogelijk uit Edam. Haar broer was toen gelukkig al terecht. ,,De eerste dagen was ik alleen maar aan het bellen, televisie kijken en janken. Heel Volendam deed niet anders. Het was zo vreemd om de Wirwar op televisie te zien. Zoiets gebeurt toch niet in je eigen dorp.' Dat gevoel hebben ze nog steeds. Marjorie heeft twee oud-klasgenoten verloren en is al vier keer wezen condoleren. ,,In Volendam is het de gewoonte dat om vier uur de klok wordt geluid als er iemand dood is. Elke dag rond die tijd luister ik.'

mailIcon print |