VNO-NCW waarschuwde donderdag voor een klassieke loon-prijsspiraal. Op nieuwsredacties is de waarschuwing van de werkgeversorganisatie met een verveelde blik in de richting van de oudpapierbak gegooid. Het is pas nieuws als de werkgevers ons vrolijk zouden laten weten dat er van alles dreigt, behalve een loon-prijsspiraal.
Dat krijg je ervan. Als je te vaak steeds hetzelfde thema wil benadrukken, luistert er op een gegeven moment niemand meer. Ook niet op het moment dat je echt reden hebt om het oude liedje weer eens af te draaien.
Een gemiddelde loonstijging van minder dan vier procent, zoals de FNV zegt na te streven, zal onvoldoende zijn om de inflatie van vorig jaar te compenseren en het tempo van de geldontwaarding wil maar niet omlaag, getuige het inflatiecijfer over januari.
De hoge inflatie is, hoe ongewenst ook, echter niet beslissend voor het bedreigende in de huidige sociaal-economische situatie. Van doorslaggevend belang is dat de geldontwaarding zich tegelijk voordoet met een aantal andere ontwikkelingen, die allemaal bij elkaar een potentieel uiterst explosieve cocktail vormen. De koopkracht van werknemers staat ook onder druk door de premieverhoging voor pensioenen bij nogal wat pensioenfondsen. Voor de werknemer vervelend, maar het bedrag dat hij netto minder overhoudt is vrijwel altijd kleiner dan de stijging van de loonkosten voor zijn werkgever. Die betaalt meestal aanzienlijk meer dan de helft van de pensioenpremie. En hetzelfde verhaal gaat op voor de premies voor de ziektekostenverzekering.
Die behoorlijk pittige stijging van de loonkosten wordt, ondanks de waarschuwingen van het Centraal Planbureau voor stijgende werkloosheid, niet gemitigeerd door een ruim aanbod op de arbeidsmarkt. Sterker, in veel sectoren blijft het aanbod dermate krap dat daarvan ook nog eens een opwaartse druk op de lonen van uitgaat.
En om het verhaal helemaal somber te maken: gezien de snel verslechterende arbeidproductiviteit is er strikt genomen helemaal geen ruimte voor verbetering van arbeidsvoorwaarden.
De zorgen van VNO-NCW zijn kortom eens niet ingegeven door het streven naar kostenminimalisatie en winstmaximalisatie. Eigenlijk heeft de Nederlandse economie op korte termijn een nieuw akkoord van Wassenaar nodig. Maar anders dan in 1982 is het niet makkelijk in te zien welke belangen werkgevers en werknemers zouden kunnen inzetten om tot een uitruil te komen. In 1982 kon de vakbeweging tot loonmatiging bewogen worden met de inzet van arbeidstijdverkorting. Op dat instrument zit nu niemand te wachten. Met het oog op de komende vergrijzing is het immers van eminent belang dat er juist meer draagvlak komt door een verhoogde arbeidsparticipatie.
Loonmatiging zou in de huidige omstandigheden betekenen dat er inderdaad gemiddeld tegen de vier procent loonstijging uit de cao-onderhandelingen rolt. Welke vakbond kan het aan de leden verkopen dat netto koopkracht moet worden ingeleverd voor het behoud van werkgelegenheid op een moment dat de arbeidsmarkt krap is?
Dat de overheid zou kunnen bijspringen door in de sociale fondsen opgepot geld in te zetten voor lastenverlichting, zoals de vakbeweging wil, ligt ook niet voor de hand. Zalm zou dan immers de toch al dreigende herverschijning van het financieringstekort nog eens versnellen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.