Een grauwe kiekendief die in de buurt van Delfzijl aan het baltsen is, legt vlot contact met een soortgenoot aan de overkant van de Eems. Vogelbeschermers en beleidsmakers hebben meer moeite met grensoverschrijdend contact. Ten onrechte, vindt vogelkenner dr. Ben Koks. Als de bedreigde kiekendieven zich niet aan grenzen storen, dan moeten hun beschermers dat ook niet doen.
Ga de grens over bij Nieuweschans in het noordoosten van de provincie Groningen en je komt in een andere wereld terecht. Goed, je rijdt nog steeds door vlakke polders, maar het Duitse boerenland oogt vriendelijker. Koks, die werkt bij vogelonderzoeksorganisatie SOVON, kent beide kanten van de grens: ,,Het is alsof je een jaar of tien, twintig teruggaat in de tijd.''
Koks haast zich te zeggen dat hij dat niet negatief bedoelt: ,,Integendeel. In Nederland hebben veel boeren moeite om het hoofd boven water te houden. Akkerbouwers moeten het uiterste uit hun land halen en dat zie je terug in het intensieve gebruik van de grond. In Duitsland heb je een grotere variatie in het gewas, de boeren daar produceren meer voor de regionale markt. De boerderijen zijn er goed onderhouden en hebben een erfbeplanting van beuken, kastanjes en eiken. Je hebt er minder doorgaande wegen en meer rust. De boeren nemen de tijd voor een praatje en er ontgaat ze weinig van wat er in hun omgeving gaande is.''
Dat maakt Duitsland aantrekkelijk voor vogels als de grauwe kiekendief, maar de roofvogel is er desondanks ernstig bedreigd. Koks: ,,In Nederland zijn ze afhankelijk geworden van de mens, van het landbouwbeleid in Brussel en Den Haag.'' Oorspronkelijk was de grauwe kiekendief een bewoner van hoogveen, duinen, moerassen en jonge bossen, maar toen die gebieden schaarser werden, daalde hun aantal. In het midden van de jaren tachtig waren er nauwelijks meer dan vijf broedparen in ons land. De vogels kregen onverwachts steun van de Europese Unie, die een landbouwbeleid uitvaardigde dat boeren een premie beloofde wanneer ze hun akkers braak lieten liggen. Veel boeren in het noordoosten van Groningen zagen daar wel wat in en op de braak liggende percelen maakte de tarwe plaats voor ruigte, waarin bijvoorbeeld de veldmuis en de veldleeuwerik zich thuis voelden.
De grauwe kiekendief, die de veldmuis als favoriet prooidier heeft en zo af en toe ook een veldleeuwerik meepikt, volgde snel. In 1990 vonden vogelaars een nest in de Groninger Carel Coenraadspolder en in 1993 broedden er al 27 paartjes op het vlakke land achter de dijken van Eems en Dollard. Een volgende verandering van het landbouwbeleid betekende het einde van de braakligregeling, maar inmiddels hadden vogelbeschermers de fauna-randen uitgedacht. Dat zijn brede randen langs landbouwpercelen die een boer niet gebruikt om tarwe of bieten te verbouwen en waar de natuur een kans krijgt. De boer krijgt een compensatie voor het verlies aan opbrengst. In die fauna-randen bloeit allerlei leven op, waaronder alweer de muis. De grauwe kiekendief profiteert opnieuw. Bovendien vinden de vogels er een plek waar ze relatief ongestoord hun legsel kunnen uitbroeden. Negentig procent van de Nederlandse kiekendieven, die net als weidevogels op de grond nestelen, broedt inmiddels in een faunarand.
Desondanks, vertelt Koks, blijft nestbescherming nodig. Vogelaars markeren de nesten met een stok, zodat de boeren er omheen kunnen rijden. Zo nodig zetten de beschermers ook een hekwerkje van stroomdraad rond het nest om vossen, katten of steenmarters op een afstand te houden. Een muurtje van pakjes hooi voorkomt dat jonge vogels die nog niet kunnen vliegen, te ver van het nest afdwalen en alsnog onder een landbouwmachine terecht komen. Het is een intensieve vorm van bescherming en Koks ontkent niet dat er iets onnatuurlijks in zit. Bovendien kun je je afvragen of zo'n intensieve nestbescherming geen averechts effect heeft. Mensen en dieren zoals vossen, zien tenslotte aan de paaltjes die een nest markeren waar iets te halen valt. De Duitse situatie, zegt Koks, is natuurlijker, al heeft de grauwe kiekendief ook daar te maken met menselijk ingrijpen.
In Nederland is de laatste jaren intensief onderzoek gedaan naar de grauwe kiekendief. Aantallen, gedrag, prooikeuze, het is allemaal keurig in kaart gebracht. Uit dat onderzoek bleek dat de ongeveer vijftig Nederlandse broedparen deel uitmaken van een groter geheel, dat zich uitstrekt tot ver in Duitsland en Denemarken: ,,Al met al zo'n driehonderd paren, wat trouwens nog steeds een gering aantal is.'' Wil je de grauwe kiekendief beschermen, stelt Koks, dan moet je over de grens kijken: ,,We kunnen in Nederland ons best doen om de omstandigheden optimaal te maken en zo twee of drie paartjes extra laten broeden, maar in Duitsland is met minder inspanning veel meer te winnen. We willen daarom in samenwerking met Duitse vogelkenners een grensoverschrijdend beschermingsprogramma opzetten. Voor zover ik weet is dat uniek in Europa. Maar het ligt voor de hand: als we de grauwe kiekendief in Duitsland beter beschermen, dan komt dat de Nederlandse populatie ten goede en omgekeerd.''
Ondertussen blijft verder onderzoek nodig. SOVON voert dat uit in samenwerking met Nederlandse en Duitse universiteiten en natuurbeschermers: ,,De Duitsers hebben schattingen gemaakt van het aantal grauwe kiekendieven in hun deel van het onderzoeksgebied, dat zich inmiddels van het midden van Nederland tot aan de Wezer uitstrekt. Zij komen uit op een paar of dertig, wij denken eerder aan het dubbele. Daarnaast willen we kijken hoe de verschillen in landschap en landbouwmethoden uitwerken op het leefsysteem van de grauwe kiekendief. We vergelijken de gewassen die de boeren verbouwen en de planten en dieren die daartussen leven. Zo is het zomergraan, dat je in veel in Duitsland ziet, beter dan het Nederlandse wintergraan, omdat het later gemaaid wordt. De kuikens van vogels die erin broeden zijn dan al uitgevlogen. Op Duitse akkers zie je ook meer plantensoorten en insecten. Vogels als de kwartelkoning, de leeuwerik en de zeldzame grauwe gors zijn er talrijker dan in Nederland, net als muizen.''
Koks wil daar het Nederlandse landschap en de beheersmaatregelen naast zetten: ,,Natuurbeheer door boeren werkt in de provincie Groningen goed. Kijk maar naar het succes van de fauna-randen. Datzelfde geldt voor de intensieve nestbescherming, die ze in Duitsland ook niet kennen. Zonder die steuntjes in de rug is de grauwe kiekendief in een paar jaar uit ons land verdwenen.'' In Nederland, stelt Koks, vormt de overmaat aan maatregelen, wetten en regels regelmatig een obstakel. Zelfs de specialisten raken het overzicht soms kwijt. Voeg daarbij dat voor beheersmaatregelen meestal concrete doelstellingen ontbreken en je kunt je afvragen of bijvoorbeeld de twee miljoen euro die in het Groninger Oldambt voor de natuur zijn gereserveerd, wel goed terechtkomen: ,,Vooreerst is de grauwe kiekendief afhankelijk van die maatregelen en daarnaast van de bedrijfsvoering door de boeren. Op den duur moet de grauwe kiekendief zichzelf in stand gaan houden. Als er bijvoorbeeld slachtoffers onder de kuikens vallen door maaiende boeren, dan moet de populatie dat opvangen. Zowel in Nederland als in Duitsland.'' Koks zal in deze herfst tijdens een symposium in Oldenburg zijn ideeën aan Duitse natuurbeschermers presenteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.