JERUZALEM - In Israël is ophef ontstaan over een nieuw wetsvoorstel dat Arabieren verbiedt een huis te kopen in Joodse wijken. Dat zou de segregatie in het land een wettelijk karakter geven.
Het wetsvoorstel wil het voor de 1,5 miljoen niet-Joodse burgers onmogelijk maken onroerend goed te kopen in homogeen Joodse wijken op overheidsland. Negentig procent van het land in Israël wordt door de staat beheerd.
Het ontwerp is opgesteld door rabbi Haim Druckman, die voor de Nationale Religieuze Partij in de Knesset, het Israëlische parlement, zit. In wezen is het bedoeld om Israëlische Arabieren buiten de vele landelijk gelegen middenklasse-wijken en forensenplaatsen te houden die de afgelopen twintig jaar in heel het land door Joden zijn betrokken.
De meeste van de nieuwe forensenwijken hebben, net als de traditionele collectieve gemeenschappen in Israël (de kibboetsim en de mosjavim), hun eigen verenigingen. En die hebben dan weer eigen regels en voorschriften, plus ballotagecommissies die nieuwkomers onder de loep nemen en deze ook kunnen weigeren omdat ze niet in de gemeenschap zouden passen. Vandaar ook dat sommige Israëliërs volhouden dat het wetsvoorstel niets meer is dan het wettelijk vastleggen van datgene wat in de praktijk al aan de hand is.
Maar het verschil tussen de macht, uitgeoefend door deze gemeenschappen, en een wet die de regering zou machtigen op etnische gronden te discrimineren, lijkt het Israëlische kabinet even ontgaan te zijn, net zoals overigens het vooruitzicht dat die regering snel beschuldigd zou worden van een samenzwering om Israël in een apartheidsstaat te veranderen.
VERVOLG OP PAGINA 7
Meerderheid ziet segregatie zitten
Apartheid VERVOLG VAN PAGINA 1
In de kabinetsvergadering van 7 juli waren 17 van de 28 ministers voor deze Druckman-wet, twee stemden tegen en de minister van justitie onthield zich. Premier Ariel Sjaron was naar een andere vergadering, maar had wel een boodschap achtergelaten met de mededeling dat hij vóór de Druckman-wet was. De zeven ministers van de Arbeiderspartij waren ook weg, en slechts één van hen had vooraf laten weten tegen te zijn.
De volgende ochtend keurde de voorzitter van de Arbeiderspartij, minister van defensie Ben-Eliezer, het kabinetsbesluit openlijk af en beloofde plechtig dat zijn partij de coalitie-discipline aan de laars zou lappen en tegen de wet zou stemmen als die in de Knesset wordt behandeld.
Overigens wordt het idee achter de wet door een meerderheid van de publieke opinie gesteund. Een onderzoek door de Israëlische radio liet zien dat 57 procent van de Joodse Israëliërs liever geen Arabieren in hun buurt heeft wonen en dat 62 procent ze liever niet in hetzelfde appartementengebouw heeft.
De Druckman-wet was in feite opgezet om een uitspraak van het Hooggerechtshof te ontduiken, en wel in de zaak Adel en Iman Ka'adan. Zij zijn een in Israël wonend Arabisch stel dat een huis wilde bouwen in de Joodse forensenwijk Katzir bij de stad Hadera, waar Adel werkt als hoofdverpleegkundige in het plaatselijke ziekenhuis. De Ka'adans wilden al in 1995 in Katzir gaan bouwen. Toen ze werden afgewezen door de ballotage-commissie van de gemeenschap -omdat ze Arabieren zijn- kaartten ze de afwijzing (samen met de Vereniging voor Burgerrechten in Israël) aan bij het Hooggerechtshof.
In maart 2000 gaf het Hooggerechtshof hen gelijk, en zei dat de staat niet mag discrimineren met het toewijzen van grond. Sindsdien is het toegangsformulier van de Ka'adans ten onder gegaan in de bureaucratie. En intussen stelde Druckman zijn wetsontwerp op om het vonnis te omzeilen.
In Israël zegt de wet dat de Knesset 'souverein' is, maar dat houdt nog niet in dat haar wetgeving niet kan worden aangevallen. Israël kent geen formele grondwet waaraan wetten kunnen worden getoetst. Maar Israël heeft wel een verzameling Basiswetten, waarvan rechter Barak van het Hooggerechtshof gelooft dat die gelijkwaardig zijn aan een grondwet en gebruikt kunnen worden om 'lagere' wetten, die daarmee naar de letter of de geest in strijd zijn, af te wijzen.
De meeste leden van de Knesset (vooral van rechts en van religieuze partijen) zijn het oneens met deze constitutionele benadering. Zij geloven dat het parlement, en niet het Hooggerechtshof, het laatste woord heeft over de validiteit van de wetgeving, en zij zijn het die 'omzeilingswetgeving' propageren om de regels van het Hooggerechtshof te ontduiken. Als de Druckman-wet, als eerste van deze 'omzeilingswetten', in stemming zou worden gebracht en aangenomen, kan dat Israël in een constitutionele crisis storten.
Het wetsontwerp legt ook de al langer bestaande spanning bloot tussen de twee componenten van Israëls definitie van 'democratische Joodse staat'. De grote vraag is welke van deze twee heilige pricipes het wint in geval van een botsing. Hoewel het debat over deze zaak de afgelopen tien jaar steeds verhitter is geworden, vooral omdat de religieuze partijen in omvang, strijdlust en parlementaire macht zijn toegenomen, blijft de vraag open. Maar het kabinetsbesluit om een wetsontwerp te steunen dat een systeem wettigt dat angstwekkend veel doet denken aan apartheid, geeft aan hoe de wind in Israël vandaag de dag waait.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.