*

 
dossier

Archief

Meer denken met Thomas dan met Dostojevski

Regine Dugardyn − 02/08/02, 00:00

In de Russische denktraditie zijn persoonlijke ervaring en filosofische reflectie nauw verweven. Filosoof Toelchinski uit Sint-Petersburg én de filosofie in het Westen vinden dat een teken van achterlijkheid. Volgens zijn collega Tsjernjakov schuilt hierin juist haar meerwaarde. De ex-Sovjet-Unie worstelt met zijn wijsgerig verleden.

'Russische filosofie is altijd een antwoord geweest op invloeden uit het Westen. 'T is tweederangsfilosofie'', verzucht Grigori Toelchinksi, hoogleraar filosofie aan de staatsuniversiteit te Sint-Petersburg. ,,We halen het positivisme uit het Westen om van God en de moraal af te komen. We nemen het marxisme over om de politieke macht en onderdrukking te vernietigen. We kiezen voor postmodernisme om de cynische mentaliteit van onze nieuwe businessman en politicus te legitimeren.''

Bestaat er zoiets als Russische filosofie? Zo ja, wat is er dan typisch Russisch aan? En moet je dat typisch Russische waarderen of juist afkeuren? In West-Europa maakt een handjevol professoren zich druk over dit soort metafilosofische vragen, maar in Rusland bepalen ze, sinds de val van de Sovjet-Unie, grotendeels de wijsgerige agenda. ,,We zitten middenin een zoektocht naar onze nationale identiteit'', zegt filosofe Tatiana Artemieva, hoogleraar aan de Herzen Universiteit, eveneens te Sint-Petersburg. Ze heeft Toelchinski in de docentenkamer uitgenodigd om zich samen met haar te buigen over de verdiensten van Russische filosofie.

Niet voor het eerst winden Russische denkers zich op over hun nationale identiteit. De kwestie laait telkens op als Rusland zijn isolationisme opgeeft. Dat gebeurde tijdens de perestrojka, maar ook na de introductie van de westerse filosofie onder de tsaren Peter en Catharina de Grote. In de 19de eeuw woedde een heftige discussie tussen 'westerlingen' en 'slavofielen'. De westerlingen vonden dat alles wat op Russische bodem van waarde was, uit het Westen kwam. Russische filosofen moesten dan ook zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij hun West-Europese collega's. De slavofielen daarentegen zagen in de westerse filosofen vooral een bedreiging van de eigen traditie.

Dat Russen zich zo druk maken over hun verhouding tot Europa, ligt, volgens Evert van der Zweerde, van het Centre for Russian Humanities Studies van de KU Nijmegen, aan de ligging van het land, ,,letterlijk aan de rand van Europa. Het heeft zich altijd afgevraagd: horen we er nou bij of zijn we echt anders?'' Omgekeerd was de inbreng van Rusland in de Europese cultuur altijd marginaal. Toch denkt Van der Zweerde dat de Russische denktraditie -die persoonlijke ervaring en theoretische inzichten met elkaar verbindt- een impuls kan geven aan de westerse filosofie: ,,In internationale, academische kring valt het mij vaak op: als er Russen meepraten, gaat het tenminste ergens over''.

Artemieva laat zich aanzienlijk positiever uit over de prestaties van de Russische filosofie dan Toelchinski. Volgens haar bracht de Russische adel in de 18de eeuw een aantal voortreffelijke denkers voort, maar hun werk ligt onder het stof in archieven en bibliotheken. Een van Artemieva's helden is Mikhail Sjtsjerbatov, wiens manuscripten zij de afgelopen jaren ontcijferde.

,,Sjtsjerbatov liet zich inspireren door Plato's Phaedo, de dialoog over de dood tussen Phaedo en Socrates, vlak voordat Socrates de gifbeker drinkt. Maar Sjtsjerbatov maakt van Socrates een revolutionair. Ook volgens zijn Socrates is de ziel onsterfelijk, maar dan vooral omdat je zonder onsterfelijkheid geen politieke rechtvaardigheid hebt: iemand die tijdens zijn leven niet veroordeeld wordt voor politieke misdaden, blijft ongestraft als er geen leven na de dood is. Het ging er Sjtsjerbatov vooral om zijn politieke rol als edelman te legitimeren.''

,,Kijk, dat is nou precies wat ik bedoel!'', roept Toelchinski. ,,In hun reactie op westerse filosofen zoeken onze denkers tot nu toe vooral een praktisch antwoord op problemen in het Russische leven. De mensen over wie Artemieva het heeft willen altijd greep krijgen op hun persoonlijk lot, hun leven en hun land. Ze kijken bij wijze van spreken of ze ergens pijn hebben. En als ze hoofdpijn hebben, dan ontwikkelen ze een filosofie van het hoofd.''

Deze mentaliteit brengt Toelchinski in verband met het orthodoxe christendom. Veel Russisch-orthodoxe denkers geloven dat kennis over fundamentele kwesties als het bestaan van God of de onsterfelijkheid van de ziel, enkel geopenbaard wordt in persoonlijke, mystieke ervaring: rationele kennis over dat soort onderwerpen is dus onmogelijk. Volgens Toelchinski houdt precies deze traditie van 'spirituele ervaring', de Russische filosofie af van het internationale, filosofische discours. En door diezelfde ervaring sluit het Russische volk zich telkens weer af voor de internationale gemeenschap: ,,Kijk naar de bolsjewieken van toen. Wat begon als een internationale theorie met westerse helden, vernauwde al gauw tot Russisch messianisme en restauratie van het tsarenrijk. Je ziet het nog steeds aan de huidige communisten; de nationale 'ervaring' maakt hen tot patriotten en slavofielen.''

Over de toekomst is Toelchinski optimistischer dan over het verleden. ,,Sinds de val van het communisme zijn de Russen weer gericht op het hier en nu. Helaas stoort de huidige politicus of zakenman zich nog steeds niet aan rationele kaders van wetten en regels. Maar dankzij de globalisering zullen zij binnen een jaar of tien op hun eigen grenzen stuiten.'' De dagen van de spirituele ervaring zijn volgens Toelchinski geteld en de Russische mentaliteit is rijp voor het universele, rationele denken.

De Sint-Peterburgse School voor Religie en Filosofie waardeert de spirituele traditie toch anders. De gang hangt er vol foto's van orthodoxe priesters met lange baarden, al dan niet in het gezelschap van medewerkers van de school. Hoewel de school nauwe contacten onderhoudt met de kerk, is ze niet haar spreekbuis, verzekert rector Natalia Pertsjeskaja. ,,De kerk juicht toe dat we in ons curriculum veel aandacht besteden aan de Russische orthodoxie, maar ze is minder blij dat hier ook andere religies, ook niet-christelijke, aan bod komen.'' Er zijn geen financiële banden tussen de kerk en de school. Het instituut bedruipt zich volledig met het collegegeld van studenten, zegt de rector.

Ook bij haar School leeft de vraag wat men onder Russische filosofie moet verstaan. ,,Ik ben het eens met Toelchinski dat Rusland inderdaad nauwelijks denkers heeft voortgebracht die je filosoof kunt noemen'', beaamt Alexei Tsjernjakov, die er filosofie doceert. ,,Maar dat betekent nog niet dat we het denken moeten vernauwen tot filosofie in de technische zin van het woord. Ik beschouw het juist als de belangrijkste taak van Russische filosofen om de band met de intellectuele erfenis van de Byzantijnse kerkvaders te herstellen. Niet alleen het orthodoxe christendom gaat terug op hen; zij inspireerden ook de 'religieuze filosofie' uit de 19de eeuw. Die is weer erg in de mode. Je kunt je onmogelijk op de toekomst richten als je je het verleden niet eigen maakt.''

Dat is volgens Tsjernjakov makkelijker gezegd dan gedaan. ,,Er gaapt een enorme kloof tussen het heden en het verleden. We hebben net zeventig jaar van pure geschiedvervalsing achter de rug. Daarom kunnen we ons niet permitteren te zeggen: 'De sovjet-uitleg van de filosofie-geschiedenis is een van de vele mogelijke interpretaties'. We moeten definitief af van die verwrongen kijk op dat systeem van toen. Dat valt niet mee, als je bedenkt dat de meeste filosofen hun opleiding kregen in het sovjetregime.''

Zelf probeert Tsjernjakov -hij is wiskundige en studeerde filosofie in Cambridge- de band met de Russisch-orthodoxe traditie te herstellen door teksten van Byzantijnse kerkvaders nauwkeurig te bestuderen. Hij heeft zich onder andere verdiept in hun commentaar op Plato en Aristoteles, dé grondleggers van de westerse filosofie. Daarbij laat hij zich inspireren door de Duitse filosoof Martin Heidegger, die van mening was dat de westerse wijsbegeerte al vanaf het begin aan een soort blikvernauwing lijdt en een veel te beperkte, technische benadering van begrippen als 'waarheid' en 'kennis' heeft. Hij ziet een duidelijke parallel tussen de pogingen van Heidegger om de beperkingen van de westerse filosofie te overwinnen en de commentaren van de Byzantijnse kerkvaders op klassieke filosofen zoals Plato en Aristoteles. ,,Heidegger beweegt zich duidelijk richting de diepste inzichten van het orthodoxe christendom.''

Aan de hand van zijn heideggeriaanse analyses scheidt Tsjernjakov ook het kaf van het koren in de Russische traditie van spirituele ervaring. Tot op de dag van vandaag hebben veel Russisch-orthodoxe denkers een afkeer van een afstandelijke, logische -en in hun ogen westerse- manier van redeneren. Zo beschouwen zij de godsbewijzen, die met name Thomas van Aquino in de late Middeleeuwen produceerde met behulp van de aristotelische logica, als het toppunt van blasfemie. Ten onrechte, vindt Tsjernjakov. Dat theoretisch inzicht en persoonlijke vervolmaking volgens kerkvaders als Maximus hand in hand gaan, betekent nog niet dat je rationele methodieken moet verwerpen: ,,Wij hebben hier juist meer intellectuele discipline dan persoonlijke ervaring nodig, méér Thomas van Aquino, minder Dostojevski. We moeten ons gedachtegoed leren interpreteren aan de hand van de strikte methodieken uit het Westen. Anders lost onze traditie zich op in een oceaan van vage fantasieën. Er is al veel te veel fantasie over onze kerkvaders met een hoog gehalte aan vage, persoonlijke ervaringen. Ze voeden de vermenging van nationalisme en orthodoxie die ik extreem gevaarlijk vind, zowel voor de toekomst van de Russisch-orthodoxe kerk zelf als voor de rest van onze samenleving.''

mailIcon print |