*

 
dossier

Archief

Het CDA kiest nu terecht voor de VVD

HANS GOSLINGA − 09/11/02, 00:00

Het PvdA-kamerlid Wouter Bos, een van de kandidaat-lijsttrekkers van zijn partij, zei deze week dat als het CDA en de VVD over een meerderheid beschikken, zij die ook gebruiken. De afgelopen veertig jaar overziende klopt dat in grote lijnen. De stelling kan zelfs nog wat worden verfijnd: allleen als er niets anders op zit, gaan de christen-democraten de samenwerking met de PvdA aan. De gevleugelde uitspraak van de antirevolutionaire politicus Bauke Roolvink uit de jaren zestig, dat het voor de christen-democraten lood-om-oud-ijzer is of ze met de VVD dan wel de PvdA regeren, is dus maar betrekkelijk waar. De christen-democraten buigen eerder en met meer vanzelfsprekendheid naar rechts dan naar links.

Roolvink zelf bewees dat in 1972, toen hij liever met de VVD en het DS'70 van de jonge Drees verderging, ondanks een uiterst krappe meerderheid van 76 zetels, dan over te steken naar de PvdA. De toenmalige AR-leider Biesheuvel dacht er net zo over. Maar de twee mastodonten, die elkaar nauwelijks konden verdragen, kregen de fractie niet mee. De meerderheid (acht van de veertien leden) zag niets in herstel van het oude vijf-partijenkabinet. Voor Biesheuvel en Roolvink was deze uitslag een dreun in het gezicht. Na de stemming stond Roolvink als eerste op en zei met een verbeten grimas om zijn mond: 'Voorzitter, ik heb nog iets beters te doen.

Wilt u mij verontschuldigen.' Maar bij de deur talmde hij even, waarop Biesheuvel zich naar hem omdraaide en zei: 'Bedankt voor je steun, Bauke'. Een van de anti-revolutionairen zag Aantjes op dat moment naar hem grijnzen en hij grijnsde, de vijandschap tussen Biesheuvel en Roolvink kennende, terug. Naderhand vroeg Aantjes aan zijn overbuurman: 'Waar dacht jij aan?' Lucas 23 vers 12, antwoordde deze. Waarop Aantjes zei: 'Ik ook'. In het bijbelvers wordt gemeld: Op die dag werden Pilatus en Herodes vrienden.

De afkeer van de 'rooien' zit een beetje in de genen van de christen-democraten, misschien bij de zuidelijke katholieken nog wat meer dan bij de protestanten. Een feit is dat de samenwerking altijd stroef is verlopen en nimmer een duurzaam karakter had. De rooms-rode coalities in de jaren vijftig vormen op deze regel een uitzondering. Maar na de breuk in 1958 (door de AR-politicus Bruins Slot op dat moment uitgeroepen tot de mooiste dag van zijn leven), lukte het niet meer tot harmonieuze samenwerking te komen. Van de vier kabinetten kwamen er drie voortijdig ten val en werd het vierde (Lubbers/Kok) electoraal zwaar afgerekend. Toch valt daaruit niet direct te verklaren waarom CDA-leider Balken ende nu, voorafgaande aan de komende verkiezingen, een voorkeur voor de VVD heeft uitgesproken.

Om eens wat te noemen, een jaar geleden hield dezelfde Balkenende er nog rekening mee dat hij, overeenkomstig zijn wens, minister van financiën in een kabinet onder leiding van PvdA-aanvoerder Melkert zou worden. In het openbaar sprak hij echter voor de PvdA, noch voor de VVD een voorkeur uit. Dat hij dat nu wel heeft gedaan, tot teleurstellling van een deel van zijn partij, volgt bijna dwingend uit de voorgeschiedenis. De christen-democraten hebben de afgelopen maanden fors geïnvesteerd in samenwerking met de liberalen en kunnen zich daaraan niet zomaar onttrekken. Er is in de verstandhouding tussen CDA en VVD ook geen breuk gekomen; sterker nog, zij hebben getweeën de samenwerking met de LPF verbroken, omdat ze er geen vertrouwen meer in hadden dat met deze groepering het regeerprogram viel uit te voeren. In dat licht is het dus niet zo vreemd, veeleer politiek zuiver, dat zij nu aan de kiezer vragen hen alsnog in die gelegenheid te stellen.

De altijd weerkerende klacht in ons Nederlandse bestel dat je niet kunt kiezen, hooguit kunt stemmen, vindt nu dus geen grond. De kiezers kunnen deze keer duidelijk de richting van het gewenste beleid aangeven. Ze beschikken over het strategisch akkoord van CDA en VVD en over het regeerprogram van het kabinet-Balkenende. Bovendien is er al iets zichtbaar geworden van de stijl van optreden van deze ploeg. Daardoor hebben deze verkiezingen bijna het karakter van een referendum: voor of tegen het beleid. Daarin ligt tegelijk een oordeel over het premierschap van Balkenende besloten.

Ook dat element geeft al aan hoe verplichtend de voorgeschiedenis voor het CDA werkt. Balkenende heeft op de periode na 15 mei met zijn stijl van leiderschap een sterk stempel gedrukt. Die stijl kenmerkt zich door initiatief, moed en ideologische geladenheid. Sommigen in zijn partij doen daar zorgelijk een schepje bovenop. Zij vinden dat hij te hard van stapel loopt en een neiging tot overmoed of argeloosheid vertoont. Hierbij lijkt wat gemakkelijk te worden vergeten hoe betrekkelijk kort hij nog maar in Den Haag meeloopt. In dat licht is het eerder verrassend wat hij al onder de knie heeft. In elk geval is het niet zo gek dat hij, voor zover het om een persoonlijke inzet gaat, de kiezers om een herkansing vraagt.

De keerzijde van die inzet is dat het CDA sterk de nadruk legt op het premierschap en het landsbestuur. Hierdoor komt het parlement er in de aandacht bekaaid af. Dat is voor een deel onvermijdelijk, maar het is wel oppassen geblazen, want voor de partij het in de gaten heeft trapt zij in dezelfde valkuilen van de macht als de PvdA. Dat vier ministers van het CDA (Donner, De Geus, Veerman en De Hoop Scheffer) niet op de kandidatenlijst voor de Kamer wilden staan, kan gemakkelijk verkeerd worden uitgelegd, zeker in een tijd waarin de achting voor het parlement buiten noch binnen de politiek bijster groot is.

mailIcon print |