*

 
dossier

Archief

Natuur deze week

Henk van Halm − 23/02/02, 00:00

Grutto's worden geassocieerd met de lente en hun terugkeer in de weilanden valt ongeveer half maart.

Toch komen sommige grutto's veel eerder terug, een enkele zelfs al half februari. De kieviten in de polders, soms in troepen van een paar duizend vogels, horen thuis in Polen en nog verder naar het oosten. Ze zijn hier op doortrek en blijven vaak lang hangen, als het weer in het oosten ongunstig is.

Ook de vele overwinterende goudplevieren zijn broedvogels van Polen en West-Rusland, maar tevens van de Britse eilanden en Scandinaviƫ.

Tjiftjaf en zwartkop zijn typische zomervogels, die omstreeks half maart uit het zuiden terugkeren. Minder bekend is dat ze regelmatig in ons land overwinteren. Ze vallen dan niet op, omdat ze dan niet zingen en hooguit een zacht lokroepje laten horen. Zwartkoppen komen soms af op wintervoer.

De grote bonte specht roffelt op dode takken in de top van bomen om zijn territorium te markeren. Het knerpende geluid heeft dezelfde betekenis als de zang bij zangvogels.

De scholeksters zijn terug in de weilanden in het westen. In de weiden in het binnenland verschijnen ze later in de lente.

Vooral kort na zonsopgang is er drukke zang van merels, zanglijsters, grote lijsters, winterkoningen, kool- en pimpelmezen, heggemussen, roodborsten, spreeuwen, vinken en groenlingen.

Troepen koperwieken verzamelen zich bij mooi weer in de boomtoppen en maken dan een kwebbelend geluid dat lijkt op de kreetjes van een zwerm sijzen, afgewisseld met enkele heldere fluittonen. Gazons in de stad worden opgevrolijkt door bloeiende gele, witte en paarse krokussen en de eerste gele narcissen.

mailIcon print |