Critici verwijten de Amerikaanse regering in binnen- én buitenland machtsmisbruik. Vraagtekens bij de anti-terrorismestrijd mogen nauwelijks worden gezet, zelfs al gaat die strijd gepaard met excessen. Laatste deel van een tweeluik.
Het is nog geen anderhalf jaar geleden dat Condoleezza Rice, momenteel veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president George W. Bush, lichtelijk verbolgen liet weten dat ,,de Amerikaanse 82ste luchtlandingsdivisie er niet was om kinderen elders in de wereld naar de kleuterschool te begeleiden''. En dat Bush zelf zei dat Amerika op buitenlands gebied sterk moest zijn, maar ook een 'bescheiden natie' die 'zijn arrogantie' aflegt.
Nog korter is het geleden dat Europese leiders zich grote zorgen maakten over deze hang naar een hernieuwd Amerikaans isolationisme dat met de komst van Bush als president zijn intrede zou doen in de Amerikaanse buitenlandse politiek.
Díe zorgen zijn verdwenen.
Ze hebben plaatsgemaakt voor zorgen over een Amerika als enige overgebleven militaire mogendheid die de bescheidenheid juist heeft afgelegd en de arrogantie omarmt, die zijn troepen naar de einden der aarde stuurt, zogenaamd om de internationale terreur aan banden te leggen, maar in feite om de wereld zijn wil op te leggen.
Het nieuwe scheldwoord is niet langer 'isolationisme' maar 'unilateralisme'; een eigengereid Amerika dat de wereld intrekt om puur de eigen belangen te verdedigen.
Want aan die landen waar Amerika al fors militair vertegenwoordigd is zijn de afgelopen maanden nog een aantal oorden toegevoegd. Afghanistan, Pakistan, de Filippijnen, Jemen, Oezbekistan, Kirgizië en Tadjikistan en op het lijstje staan verder nog Georgië en Somalië. Met name de Centraal-Aziatische republieken geven te denken, want daar zitten forse gas- en oliereserves waar olieboer Bush en de zijnen hun ogen op hebben laten vallen.
De critici wijzen eveneens op een reeks Amerikaanse maatregelen die dat duidelijk moet maken, variërend van het opzeggen van het Klimaatverdrag van Kyoto tot het beschermen van de eigen staalindustrie en het beramen van plannen om veel sneller kernwapens in te zetten.
Voeg daarbij de geharnaste rede van Bush over 'de as van het kwaad', de steeds harder wordende roep om Irak nu echt aan te pakken, en het is duidelijk dat het voor de wereld in het algemeen en de Europese leiders in het bijzonder allemaal veel te hard gaat, ze zich afvragen of zij misschien ook nog 'geconsulteerd' worden of dat Washington echt gek geworden is. Waarbij de vraag is of de lichte paniek bij Europese leiders gaat over de optie dat zij in allerlei oorlogen verzeild raken, of dat ze er juist buiten gehouden worden.
Er kwam uiteindelijk zoveel geroep uit Europa over Amerikaans imperialisme, hegemonie en simplistisch denken dat Francois Heysbourg van de Franse denktank voor Strategisch Onderzoek in Parijs, in het Amerikaanse Newsweek opmerkte dat ,,we in Europa wel dingen zeggen die uiterst intelligent zijn, maar niet echt relevant''. Europa protesteert tegen Amerikaans unilateralisme, maar verhoogt het ook de defensiebudgetten of doet het andere dingen om voor zichzelf een leidende rol af te dwingen? ,,Nee, en hoe harder we krijten, hoe impotenter we er uitzien.''
De grote verandering in Bush' kijk op de wereld komt door 11 september, toen aan alle dromen over de onkwetsbaarheid van Amerika een einde kwam en Bush en de zijnen beseften dat bepaalde elementen in de wereld zich wel degelijk met Amerika wilden bemoeien.
Het grote verschil aangaande de strijd tegen het terrorisme is dat Amerika zich bedreigd voelt door terrorisme en zich daarmee in oorlog acht en dat een verdeeld Europa dat gevaar nauwelijks of veel minder ziet en blij is dat de aanslagen niet in een Europees land plaatsvonden. Bij een soortgelijke aanval op een Europees land zou er veel ach en wee geroepen worden, maar geen Europese strijdmacht naar Afghanistan getogen zijn om Al-Kaida aan te pakken.
Europa kan dat militair gezien niet aan, Europa is te verdeeld en niet bereid zijn militaire macht te paren aan zijn economische macht. Vergeleken met Amerika is Europa inderdaad een militaire dwerg. Daar hoeft niets op tegen te zijn, maar het houdt wel in dat 'Europees gekrijt' in termen van oorlog en vrede steeds minder relevant wordt.
De VS hebben wel die bereidheid een militaire grote mogendheid te zijn, en juist daarom zijn ze waarschijnlijk een geliefd doelwit voor internationale terreur. De Amerikaanse veiligheidsadviseur Brzezinski constateerde al in 1997 met zorg dat de VS de enige overgebleven wereldmacht zijn. Het brengt volgens hem enorme verantwoordelijkheden en zware lasten met zich mee, waarvan het nog maar de vraag is of de Amerikanen die uiteindelijk willen en kunnen dragen.
Brzezinski zelf vindt overigens wel dat Amerika die rol moet spelen en hij probeert een antwoord te geven op de vraag hoe Amerika kan voorkomen dat de wereld én grote chaos van elkaar bevechtende natiën en tongen wordt. Overheersing van de wereld acht hij onmogelijk: Amerika is thuis te democratisch om buitenshuis autocratisch te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.