Eén op de drie Fransen overweegt morgen thuis te blijven bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. De twee belangrijkste kandidaten, president Jacques Chirac en premier Lionel Jospin, weten nauwelijks enthousiasme te wekken. Ze missen iedere grandeur. Waar zijn de tijden van De Gaulle en Mitterrand?
Fransen spreken niet van een lage opkomst bij de verkiezingen, maar van grote abstinentie, onthouding. Ze benadrukken liever het actieve element in het thuisblijven, wat op zich hoopgevend is voor een democratie. Maar de bezorgdheid overheerst aan de vooravond van de eerste ronde in de Franse verkiezingen. Te vrezen valt dat de abstinentie morgen groot zal zijn, tot dertig procent. Voor de tweede ronde, op 5 mei, tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald, zijn de verwachtingen niet veel beter.
Degenen die vorige week al zeker wisten dat ze niet gaan stemmen, gaven in de opiniepeilingen naast de gebruikelijke redenen (geen interesse in politiek, algemeen ongenoegen) aan dat geen enkele kandidaat hen overtuigt.
Er doen zestien kandidaten mee aan deze eerste ronde. De twee belangrijkste, Jacques Chirac en Lionel Jospin, zullen volgens de peilingen samen minder dan veertig procent van de uitgebrachte stemmen krijgen, de rest wordt verdeeld over de veertien overige kandidaten. Een diffuus beeld dus. Variërend op een gevleugelde uitspraak van Charles de Gaulle kan men zeggen dat de kiezers geen bepaald idee voor ogen hebben van de toekomstige president.
Hoe komt dat?
De Gaulle, grondlegger van het huidige Frankrijk, schreef in zijn memoires: ,,Mijn leven lang heeft mij een bepaald idee van Frankrijk voor ogen gestaan.'' Beroemde woorden inmiddels, waarnaar commentatoren, rechts en links, tijdens deze campagne weer veelvuldig verwijzen. De Gaulle vatte zijn idee zo samen: ,,Frankrijk kan Frankrijk niet zijn zonder grandeur.''
Als hij gelijk heeft (en wie zou hem willen tegenspreken?) is het land er op dit moment slecht aan toe. Het presidentschap heeft prestige verloren de laatste jaren, schrijft het dagblad Libération. Met in de ogen van veel Fransen een rampzalig gevolg, namelijk dat Frankrijk zelf aan prestige verloren heeft in het buitenland. De vraag of er nog grandeur te vinden is in het Elysée, lokt honende reacties uit. Grandeur? Een groepje studenten in de hal van de Parijse universiteit de Sorbonne wordt het slechts met moeite eens over de keuze van de voorbeelden om hun ontkennende antwoord te illustreren. Een president die achtervolgd wordt door schandalen, die verstek laat gaan op de begrafenis van de Senegalese oud-president Senghor, en die de moordpartij in de gemeenteraad van Nanterre opneemt in de campagneretoriek, nog voordat de acht slachtoffers begraven waren? Nee, zeggen ze lachend, de president heeft alleen grandeur als hij eten bestelt bij de traiteur. Een verwijzing naar de astronomische bedragen (gemeenschapsgeld) die het echtpaar Chirac ten tijde van Chiracs burgemeesterschap van Parijs declareerde voor de aankoop van groente en fruit, recentelijk gepubliceerd in het satirische blad Le Canard Enchaîné.
In Chiracs tegenstander Lionel Jospin zien de Fransen evenmin enige grandeur. Hij is zelfgenoegzaam en plaatste al vroeg in de campagne een stoot onder de gordel door te wijzen op de 'uitgebluste' indruk die de 'oude, vermoeide' Chirac maakte. Afgelopen woensdag voegde hij daar nog aan toe: ,,Als Chirac herkozen wordt, komt er voor 2007 een crisis.'' Het leeftijdsverschil tussen de beide heren is slechts vijf jaar. Ook Jospin liet verstek gaan op de begrafenis van Senghor, een symbolisch moment in de verhouding van Frankrijk met zijn voormalige koloniën in West-Afrika .
De cohabitation (waarbij de president geen meerderheid heeft in de Assemblée Nationale; vanaf 1997 is dat het geval, voor de derde keer in de geschiedenis) doet het imago van Chirac en Jospin ook geen goed. De president en de premier toonden zich de afgelopen vijf jaar ieder op z'n smalst in de onderlinge machtsstrijd waar de cohabitation toe leidde. De een keek verveeld als de ander sprak, ze groetten elkaar niet of wisselden alleen de hoogstnodige woorden. Behalve als saai werd deze machtsstrijd, zeker in het gaullistische kamp, gezien als een belediging voor de grondwet, waarin de bevoegdheden van president en parlement duidelijk omschreven zijn. De onderlinge rivaliteit heeft tot gevolg gehad dat Frankrijk in internationale aangelegenheden niet met één krachtige stem kan spreken. Een gezamenlijk optreden van Chirac en Jospin, zoals in maart op de top van Barcelona, was telkens een tour de force.
Twee mannetjes, geen markante figuren, zoals De Gaulle of zijn rivaal Mitterrand dat waren (vandaar dat de commentatoren naar hen verwijzen in hun analyses), geen charisma in de campagne, dat is de voornaamste reden voor abstinentie bij de verkiezingen.
En dan zijn er de schandalen. Fransen maken zich om corruptie misschien minder snel druk dan Nederlanders, maar Chirac is ver gegaan. Omkoping, fraude met gemeenschapsgelden, nepotisme, in een aantal affaires die allemaal zo met elkaar verweven zijn dat het Parijse metronet er niks bij is. Als Chirac niet herkozen wordt en zijn presidentiële onschendbaarheid verliest, zal hij zich voor de rechter moeten verantwoorden voor zijn betrokkenheid bij deze zaken.
Slechts acht procent van alle kiezers denkt dat 'eerlijk' een kwalificatie is die van toepassing zou kunnen zijn op Jacques Chirac. Van de Franse jongeren tot 24 jaar twijfelt 84 procent aan de betrouwbaarheid van alle politici, zonder aanzien des persoons. Als kiezers om deze reden hun geloof in de verkiezingen verliezen en morgen thuisblijven, wil dat overigens niet zeggen dat de publieke zaak hun niet aan het hart gaat. Een taart of een klodder tomatenketchup in het gezicht van een kandidaat smeren is geen structurele bijdrage aan het debat, maar wel, hoe gek het ook klinkt, een teken van betrokkenheid. Dat een op de twee Franse jongeren wel eens meedoet aan een politieke demonstratie is een ander teken dat zij de democratie wel op andere wijzen trachten te beïnvloeden. Jospins vermaning aan het adres van de 'abstinateurs' dat ,,mensen in het verleden hun leven hebben gegeven voor het algemeen kiesrecht, en dat honderden miljoenen dolgraag naar de stembus zouden willen'', werd dan ook algemeen als potsierlijk bestempeld.
Volgens politicoloog Gérard Grunberg is het juist een merkwaardige paradox dat de minachting voor de huidige kandidaten het politieke systeem in het geheel niet in gevaar brengt. Hij schrijft in het dagblad Le Monde: ,,Het democratische systeem is nooit zo diep verankerd geweest als juist nu, en haast niemand lijkt in staat, of zelfs maar van plan, om daar iets aan te veranderen.''
Maar een lage opkomst kan het gezag van de toekomstige president bij voorbaat ondermijnen. Een overweldigende meerderheid zou daaraan tegenwicht kunnen bieden, maar de voorspellingen wijzen op een brede spreiding van de stemmen. Naast de mogelijkheid dat kiezers uit overtuiging op een andere kandidaat stemmen, zijn hiervoor twee oorzaken aan te wijzen. Het lijkt erop dat Chirac en Jospin te maken krijgen met poujadisme. De naamgever van dit verschijnsel, de papierhandelaar Pierre Poujade, richtte in de jaren vijftig een extremistische protestbeweging op waarbij veel boeren en kleine zelfstandigen zich aansloten. Poujadisme is sindsdien de naam voor het verschijnsel dat kiezers die zich buitengesloten en verraden voelen door de zittende regering, stemmen op kandidaten van wie zij zeker weten dat ze niet willen of kunnen deelnemen aan welke regering dan ook. Zowel de trotskistische kandidaat Arlette Laguiller als de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen, die in de peilingen momenteel de derde plaats bekleedt, profiteert van dit verschijnsel.
In de tweede plaats is er vorig jaar een verandering in de kieswet doorgevoerd waardoor jongeren die de leeftijd van achttien jaar bereiken automatisch worden ingeschreven op de kieslijsten. In Frankrijk moet iedere stemgerechtigde zich inschrijven op het gemeentehuis om in aanmerking te komen voor een stembiljet. Dit om stemfraude te voorkomen. (De in Gogols 'Dode zielen' beschreven malversaties met de stemmen van overledenen heeft zich in Parijs nog in 1997 in werkelijkheid afgespeeld.) De uitbreiding van het electoraat met de jongeren is een door de grote partijen genegeerde factor. Terwijl het in het achttiende arrondissement van Parijs bijvoorbeeld om een toename van niet minder dan elf procent van het aantal kiezers gaat. De kleine partijen, zoals de Groenen onder leiding van Noël Mamère, weten dat jonge publiek wél te bereiken.
Jospin en Chirac missen iedere grandeur. Jean-Marie Colombani, hoofdredacteur van Le Monde, bespeurt bij de eerste 'triestheid' in zijn voorkomen, bij de tweede een 'verlies van politiek libido'. Het is hen niet gelukt de verkiezingscampagne voor de eerste ronde echt van de grond te tillen. Het debat ging telkens over binnenlandse aangelegenheden, voornamelijk de veiligheid en de werkloosheid. Ze zijn allebei vóór het eerste en tegen het laatste. ,,De buitenlandse politiek is de grote afwezige in de campagne. Terwijl daar toch best een nationaal debat over gevoerd mag worden, minstens op hetzelfde niveau als dat over het jachtseizoen op de houtduif'', merkte een commentator van de Nouvel Observateur bitter op. (De houtduif-kwestie is een inbreng in de campagne van de kleine partij 'Chasse Pêche Nature et Traditions')
Als morgen inderdaad dertig procent van de kiezers thuisblijft, betekent dat een nieuw record sinds de presidentsverkiezingen van 1969. Maar hoe triest of uitgeblust ze ook mogen zijn, tussen de eerste en de tweede ronde rest de kandidaten nog tien dagen om hun campagne op de een of andere manier nieuw leven in te blazen. Een Parijse sociaal advocate die de campagne op de voet volgt, hoopt dat Chirac en Jospin de kans zullen grijpen. ,,Om de Fransen weer iets te geven om in te geloven, zullen Chirac en Jospin zich Europees moeten oriënteren. Die inwaarts gerichte blik moet wijken voor een blik op de wereld. Frankrijk heeft gekozen voor Europa, we hebben de Euro, maar zodra het over werkloosheid gaat, horen de werknemers alleen maar oplossingen op nationaal niveau van de kandidaten. Terwijl het besef al lang is doorgedrongen dat werkgelegenheid in een land waar bijvoorbeeld een op de vier werknemers in de export werkt, en dat deel uitmaakt van een gemeenschap waarin personen, goederen en geld vrij kunnen bewegen, geen louter binnenlandse aangelegenheid meer is. Als Jospin en Chirac de mensen een droom willen teruggeven, ligt daar hun kans. De Fransen willen een rol spelen in Europa, ze willen laten zien wat dit land waard is, en niet uitgelachen worden omdat ze een president hebben die herkozen moet worden om niet in de rechtszaal te hoeven verschijnen.''
Gek genoeg was dat een van de slogans waarmee Chirac in 1995 aan de macht is gekomen. ,,Frankrijk zijn plaats geven [in de wereld].'' 74 Procent van de Fransen antwoordt op de vraag waarom zij niet geïnteresseerd zijn in de campagne dat 'de politici niet doen wat ze beloven'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.