*

 
dossier

Archief

De Veiligheidsraad en Irak

Door: redactie − 09/11/02, 00:00

Na acht weken schrijven, onderhandelen en herschrijven hebben de Verenigde Staten de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie over Irak voorgelegd die gisteren unaniem door die Raad is aangenomen.

De resolutie stelt kort gezegd dat Irak zich niet houdt aan de verplichtingen die de Veiligheidsraad eerder aan het land heeft opgelegd, dat de Raad daarom aan Irak een nieuw en streng wapeninspectie-regime oplegt, en dat de Raad Irak waarschuwt voor ernstige consequenties als het deze laatste kans niet aangrijpt om op een vreedzame manier zijn door de VN verboden wapens af te danken.

Dat de resolutie is aangenomen is om verschillende redenen goed nieuws. Om te beginnen natuurlijk omdat nu de diplomatie nog een kans krijgt en oorlog vermeden kan worden. Al moet onmiddellijk gezegd worden dat daarbij veel afhangt van de bereidwilligheid van het Iraakse regime van Saddam Hoessein, een regime dat geen reputatie van betrouwbaarheid heeft opgebouwd als het gaat om het naleven van resoluties van de Veiligheidsraad. Maar oorlog is wel het ultieme middel en voordat dat middel wordt ingezet, moet er zekerheid bestaan over Iraks wapenprogramma's.

Juist omdat verschillende overheden en onderzoeksinstellingen Irak een gevaar voor vrede en veiligheid achten, is het goed dat onafhankelijke wapeninspecteurs dat ter plekke onderzoeken en zonodig bevestigen, waarna dan de Veiligheidsraad de nodige maatregelen kan nemen.

Ook de unanimiteit van de acceptatie van de resolutie is een goed teken. Met name de goedkeuring door de vijf permanente leden van de Raad (zelfs geen onthouding) geeft aan dat de grote mogendheden uiteindelijk het belang van eensgezindheid hebben laten prevaleren boven het pure eigenbelang. Natuurlijk is daar het een en ander aan voorafgegaan, de VS hebben moeten inbinden en het automatisme van het gebruik van geweld tegen Irak moeten laten varen.

Dat Amerika dat uiteindelijk gedaan heeft is ook goed nieuws. Het geeft aan dat de regering in Washington haar eigengereide buitenlands beleid, in ieder ten aanzien van Irak, niet tot het uiterste heeft doorgedreven, en hecht aan goedkeuring van dat beleid door de VN-Veiligheidsraad als vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap.

mailIcon print |