Heel soms wordt de muziekwereld blij verrast met de vondst van een verloren gewaande partituur. In Kiev werd twee jaar terug een schat aan Duitse muziek ontdekt van Bach en tijdgenoten. Zaterdagavond voert the Amsterdam Baroque Orchestra and Choir onder leiding van Ton Koopman in het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht voor het eerst in meer dan tweehonderd jaar de Matthüus Passion van Bach uit. Nee, niet die van vader Johann Sebastian, maar die van zijn meest getalenteerde zoon, Carl Philipp Emanuel.
Hoe is deze muziek zo opeens boven water gekomen?
,,Samen met veel andere muziek lag het al tweehonderd jaar in de archieven van de Sing Akademie in Berlijn. In de Tweede Wereldoorlog werd de collectie ter bescherming opgeslagen in mijnen. Na de oorlog werd het niet meer teruggevonden en dacht men dat het verloren was gegaan. Maar de Russen hadden het als krijgsbuit meegenomen. Het heeft al die tijd in een bibliotheek in Kiev gelegen. Je kon daar gewoon in kijken. Daar deden de Russen niet moeilijk over. Delen van het archief werden ook per internet aangeboden, sommige stukken werden weleens opgevoerd, zonder dat iemand de herkomst begreep. Tot de Duitse musicoloog Christoph Wolff ontdekte dat het uit de bibliotheek van Kiev kwam. Na veel getouwtrek is het hele archief weer in Berlijn teruggekomen. De oogst is geweldig. Er zitten bijvoorbeeld werken bij van de voorvaderen van Bach die hij nog zelf heeft overgeschreven.''
In welke staat werden de manuscripten aangetroffen?
,,In uitstekende staat. Ik ben in Kiev geweest. De Russen hebben de manuscripten keurig in donkere mappen bewaard. Zij vinden ook niet dat zij die stukken hebben geroofd, maar spreken van een 'redding'. Ze verspreidden daar allemaal spannende verhalen over, bijvoorbeeld over een Russische soldaat die het archief uit een brandende trein zou hebben gered. Nou, er is geen brandvlekje op de stukken te zien.''
Ook geen twijfel over de echtheid van het werk?
,,Absoluut niet. Het werk werd compleet en goed gedocumenteerd aangetroffen. Het is overduidelijk zijn werk. Carl Philipp Emanuel heeft aria's uit deze passie later gebruikt voor een Passionskantate. Die kennen we ook, dus daar is geen twijfel over mogelijk. De rest is voor ons geheel nieuwe muziek. Het leuke is dat het werk slechts één keer eerder is uitgevoerd, in 1769. Carl Philipp Emanuel moest elk jaar een nieuwe passie schrijven voor de kerk in Hamburg waar hij cantor was.''
Was u meteen overtuigd van de kwaliteit van het werk?
,,Er bestond geen complete partituur meer, alleen de aparte partijen voor het koor, het orkest en de solisten. Toch leek het meteen interessant en nu het in een partituur is ondergebracht, blijkt het een goede keuze. Het is een bijzonder kleurrijk stuk. Onder andere door het voor die tijd vooruitstrevende gebruik van hoorns en pauken. Johann Sebastian zou een generatie eerder zijn vermoord als hij die had gebruikt. Zeker in het provinciale Leipzig waar hij werkte.''
Kan Carl Philipp Emanuel zich in dit werk meten met zijn vader?
,,Johann Sebastian blijft voor mij de grootste componist. Maar Carl Philipp Emanuel wordt zeer onderschat. Hij heeft geniale werken geschreven. Zijn symfonieën en zijn vocale werken zijn ongelooflijk mooi. Deze passie hoort tot zijn beste werken.''
Het interessante van dit werk is dat het een mix is van de muziek van vader en zoon.
,,Ja, Carl heeft zijn eigen mooie aria's ingeklemd tussen koralen, koren en recitatieven uit de Matthüus Passion van zijn vader. Aan het begin zit een koraal van zijn vader en aan het eind. Daartussen klinkt de modernere muziek van de zoon. Carl Philipp Emanuel heeft dat heel clever gedaan. Het is een spannende mix geworden. De aria's in dit werk behoren bovendien tot het mooiste dat Carl Philipp Emanuel heeft geschreven.''
Is het een moeilijk werk om uit te voeren?
,,We gaan morgen pas beginnen met de repetities. Tot nu toe heb ik de muziek alleen 'gelezen'. Het wordt voor ons een heel spannend moment, want dan zullen we de muziek voor het eerst horen. Het werk is voornamelijk moeilijk voor de solisten, omdat de aria's behoorlijk pittig zijn. De bas, Klaus Mertens, heeft een aria van maar liefst tien minuten. Voor het orkest gaat het erom dat we het heel flitsend spelen. Carl Philipp Emanuel schreef een opera-achtige begeleiding, met veel vuurwerk. Ik heb na het leeswerk al wel een duidelijk idee over hoe ik het wil laten klinken. Maar tijdens het spelen leer je pas de geheimen en mogelijkheden van een werk kennen. Dan bepaal je pas hoe het gaat worden.''
Geeft de première van zo'n werk een bijzonder gevoel?
,,Een première is altijd leuk. Toen ik begon met muziek maken, was bijna alles nieuw in de oude muziek. Alles werd voor het eerst op oude instrumenten gespeeld. Nu vallen de meeste ensembles terug op bekend repertoire. Bij gebrek aan subsidie kiest men voor zekerheid, het vaste repertoire. Hier krijgen we eindelijk weer eens de kans een nieuw werk te brengen.''
Ook trots?
,,Zeker. We brengen een stuk waar tweehonderd jaar terug nauwelijks aandacht voor was. En toen die er eindelijk wel was, dacht men dat het werk verloren was gegaan. Voor ons musici is het de taak om de kwaliteit van dit werk over te brengen.''
Staat u daarbij stil als u op het podium komt en begint met dirigeren?
,,O ja. Op zo'n moment hoop ik vooral dat Carl Philipp Emanuel tevreden zal zijn.''
Zal dit stuk vaak op de programma's van concerten komen?
,,Ik hoop het wel. Het stuk is te waardevol om als een curiositeit beschouwd te worden. Maar Carl Philipp Emanuel is onbekend en dus onbemind. Programmeurs weten dat vader Bach een dubbele zaalbezetting geeft en daarom wordt de zoon veel minder gespeeld. Ten onrechte, want in zijn zoektocht naar een nieuwe stijl was Carl Philipp Emanuel zeer avant-gardistisch en interessant.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.