*

 
dossier

Archief

Eindspeltips 5: loper tegen pionnen

door Herman Grooten − 20/04/02, 00:00

Speciaal voor de clubschaker is dit de vijfde aflevering van een serie die gaat over het eindspel. In deze aflevering gaat de aandacht uit naar de strijd van een loper tegen verschillende vijandelijke pionnen. De loper is een sterk stuk, dat een grote beperking kent: hij mag maar op één kleur velden komen. Bij het tegenhouden van een vijandelijke pion heeft hij meestal geen problemen omdat hij vanaf grote afstand controle kan uitoefenen. Zet maar eens een stelling op het bord met een witte koning op c8 en een pion op b7. De zwarte loper van h2 houdt de pion simpel tegen, want zodra wit promoveert tot dame met 1. b8D geeft zwart zijn loper.

Interessanter is de strijd van de loper tegen meerdere pionnen. Hij heeft dan de hulp van de eigen koning nodig om de vijandelijke vrijpionnen af te stoppen.

(Zie diagram 1)

In deze stelling houdt zwart met zijn loper de b-pion tegen, de koning moet de h-pion afstoppen. Zoals we bij pionneneindspelen hebben geleerd, dient de koning in het vierkant van de pion te komen om de pion tegen te kunnen houden. Het vierkant is hier gedefinieerd als het gebied dat wordt gemarkeerd door de velden h3-h8-c8-c3. Wit aan zet speelt 1. h4 en nu komt het erop aan dat de zwarte koning in het nieuwe vierkant (h4-h8-d8-d4) komt van de witte h-pion. Dat lukt met:

1. h4 Ke4 2. h5 Kf5 3. h6 Kg6 (remise)

Een kleine wijziging in de diagramstelling maakt het verschil uit tussen remise en verlies. Verplaatsen we in de vorige diagramstelling de zwarte koning van d3 naar c3, dan verliest zwart.

1. h4 Kd4 2. h5 Nu kan de zwarte koning niet via veld e5 het vierkant van de h-pion binnenstappen omdat hij dan de werking van zijn loper verstoort. De loperdiagonaal dient open te blijven omdat wit anders met 3. b8 een dame haalt. Dit motief wordt in de wereld van de studiecomposities een interferentie genoemd (1-0).

Dit verstoren van de werking van de loper door te zorgen dat de koning en de loper elkaar in de weglopen is natuurlijk een dankbaar gegeven. In het volgende voorbeeld maakt wit gebruik van dit idee.

(Zie diagram 2)

Op het eerste gezicht lijkt wit niet tot winst te kunnen komen. Na 1. b7 houdt zwart de pion tegen met 1. ... Lf4 en op 1. Ke4 om 1. ... Lf4 te verhinderen, speelt zwart 1. ... Lf8! Na 2. b7 kan hij dan met 2. ... Ld6 alsnog op de belangrijke diagonaal komen. Wit heeft echter een aardige combinatie tot zijn beschikking.

1. g5+! Met dit pionoffer verstoort hij de samenwerking tussen koning en loper.

1. ... Lxg5 Op 1. ... Kxg5 volgt direct 2. b7 en de pion loopt door.

2. Ke4! En omdat de zwarte koning op f6 flink in de weg staat is de loper niet in staat om in twee zetten tijd de diagonaal b8-h2 te bereiken (1-0).

Nu gaan we eens kijken naar een wat gecompliceerder geval. Wit moet de strijd aangaan met twee gevaarlijke zwarte pionnen. De zwarte koning is een sta in de weg. Hij zorgt ervoor dat wit niet zomaar zijn koning kan gebruiken bij het tegenhouden van een van de pionnen. Het gaat erom dat wit bepaalt welke pion hij tegenhoudt met de loper en welke met de koning.

Selesniev 1917 (Zie diagram 3)

De gedachte dat de loper de b-pion en de koning de h-pion moet afstoppen is juist. Voor de hand ligt 1. Kf6 om met de koning richting h-pion te lopen, maar met 1. ... Kf4! snijdt de zwarte koning hem de pas af. Na 2. Kg6 Kg3 moet wit het over een ander boeg gooien. De h-pion is onbereikbaar voor de koning en nu blijkt dat hij na 3. Kf5 h3 4. Ke4 h2 ook zijn eigen loper in de weg loopt waarna verlies onvermijdelijk is. De oplossing is zeer paradoxaal:

1. Kd6!! Het lijkt erop dat wit zich teveel verwijdert van de h-pion, maar het tegendeel is waar.

1. ... Ke4! Zwart maakt het zijn tegenstander zo moeilijk mogelijk. Na 1. ... Kd4 2. Kc6 Kc3 3. Kd5! b3 4. Ke4 b2 5. La2 is wit in zijn opzet geslaagd. De loper houdt de b-pion tegen, de koning bevindt zich in het vierkant van de h-pion.

2. Kd7! Een ongelooflijke zet, de enige die redding biedt. Verliezend is 2. Kc5 wegens 2. ... Ke5! en wit moet het loodje leggen.

2. ... Kd4 3. Kc6 Zo gaat wit over naar een stelling die we al eerder gezien hebben.

3. ... Kc3 Een poging is nog 3. ... Ke5, maar nu houdt wit het hoofd boven water met 4. Kd7!

4. Kd5! b3 5. Ke4 b2 6. La2 h3 7. Kf3 (remise)

mailIcon print |