Het artikel 'Accountant moet echt onafhankelijk worden' (Podium, 5 juli) van Micha Kat getuigt van ondeskundigheid.
Kat stelt dat verscherpt toezicht op accountants door een extern orgaan onvoldoende is. De argumentatie voor deze stellingname is zwak: Kat doet alsof een toezichthouder hetzelfde werk opnieuw zou uitvoeren. Toezicht houden vindt op een geheel andere wijze plaats en wordt zeker niet gebaseerd uitsluitend op de hoeveelheid informatie die de controlerende accountant toegeleverd heeft gekregen. Kat laat zien niet te weten hoe een accountant (die in principe een kritische houding aanneemt en dus niet 'te goeder trouw' is) te werk gaat en hoe een toezichthoudende instantie daarop controle dient uit te oefenen. De schrijver gaat er daarnaast vanuit dat zinvol optreden van de toezichthouder uitsluitend plaats kan vinden indien er sprake zou zijn van een 'klokkenluider'. Dat is compleet uit de lucht gegrepen. Uiteraard zijn klokkenluiders belangrijk, maar er zijn veel andere methodes om falend of corrupt management en accountants te ontmaskeren. Maar die moeten dan wel worden toegepast. Volgens Kat zouden financiële ongeregeldheden pas naar voren komen bij 'restatements' van bedrijven, bijstellingen van de cijfers. Maar ook anderen kunnen vraagtekens zetten bij financiële informatie van bedrijven. Banken bijvoorbeeld, andere kredietverleners, financiële analisten en niet te vergeten de pers. Kats conclusie dat voor bedrijven 'niet de maatschappelijke plicht tot het leveren van juiste cijfers het uitgangspunt is, maar maximalisatie van de winst' is te algemeen en weinig onderbouwd. Wel is er sprake van een vertrouwenscrisis met betrekking tot de rol van certificerende accountants. In Nederland hebben de overheid en ook de accountantsorganisatie Nivra te weinig gedaan om de rol van controleur en adviseur te scheiden en het toezicht te verbeteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.