*

 
dossier

Archief

Broze woorden bij techniek

Ton Meijknecht, Renske Oldenboom en Hans van Drongelen − 06/03/02, 00:00

Waar komt de creativiteit in de techniek vandaan? Leren ingenieurs dat of heeft het te maken met een diepere menselijke kwaliteit als 'spiritualiteit'? Ter voorbereiding van het symposium 'Engineering is Magic', eind dit jaar aan de Technische Universiteit Delft, trokken Delftse pastores met deze vraag naar wetenschappers in de Verenigde staten. In de wereld van de techniek blijkt een indringende herbezinning aan de gang, met broze woorden.

Barbara Smith-Moran heeft de afkorting S.O.Sc. op haar naamkaartje, Society of Ordained Scientists, vereniging van gewijde wetenschappers. Van beroep is ze chemicus en tegelijk is ze priester in de Episcopaalse (anglicaanse) kerk in de Verenigde Staten. Toch is ze verrast als ze de term 'spiritualiteit' hoort toegepast op het beroep van ingenieur.

Uitwisseling van geloof en wetenschap is voor Barbara Smith-Moran haar dagelijkse werk. Als wetenschapper houdt ze zich bezig met de chemische samenstelling van de interstellaire ruimte, als priester stimuleert ze de geestelijke ontwikkeling van mensen. Actief op beide terreinen vormt ze een brug vormen tussen wetenschap en geloof. De term spiritualiteit in het professionele veld? De ingenieur heeft tot taak onze samenleving te beschermen, te zorgen voor de kwaliteit van ons (dagelijks) leven. Vroeger deden edele ridders en vrome monniken dat, nu hoort het bij het beroep van ingenieur.

'Wow!', zegt Barbara Smith-Moran, als ze hoort van ons onderzoek naar 'de spiritualiteit van de ingenieur'. Ze schrijft de term op om er nog eens naar te kijken. Het zet haar aan het denken, alsof het geestelijke en het wetenschappelijke door deze term opeens in elkaar overvloeien.

Voor iemand als Barbara Smith-Moran is het moeilijk die geestelijke kwaliteiten te ontdekken in het dagelijkse werk van de ingenieur. Zorgt juist deze beroepsgroep niet voor uitholling van het geestelijke in onze samenleving en voor een overwaardering van menselijke en materiële mogelijkheden? Is de ingenieur niet de exponent van onze hoogmoed?

Zelfs voor een antropoloog van het kaliber als Mary Catherine Bateson is 'spiritualiteit van de ingenieur' een nieuw, maar spannend onderwerp. Er is bij haar meer openheid voor; zij is gevormd in de school van haar ouders, Gregory Bateson en Margaret Mead, twee beroemde antropologen, die doorbraken tot stand wisten te brengen in het onderzoek naar primitieve volksstammen. Zij ontdekten in gedragspatronen van stammen onderliggende waarden en normen, die het uiterlijk gedrag effectief beïnvloedden.

We dagen Mary Bateson uit de beroepsgroep van de ingenieurs als een stam te beschouwen. Wat zijn hun gebruiken? Waarin wijken zij af van de stam van de onderwijzers of van de dokters? Wat zijn de processen die binnen de 'stam' ervoor zorgen dat waarden als optimisme, betrouwbaarheid en loyaliteit overgedragen worden op jongere generaties? Is een Technische Universiteit als die in Delft een initiatieplaats, waar jonge mensen over de drempel van de volwassenheid worden geleid en toetreden als volwaardige leden van de stam van ingenieurs?

Professor Bateson, nog steeds docerend aan het Radcliffe Institute in Boston, gericht op academisch onderwijs voor vrouwen en ouderen, wil het begrip spiritueel wat nader verkennen. Hoe vatten wíj het opt Alleen kerkelijk of ruimer? Als we zeggen dat we het breed zien, dat we het hebben over een beroepseigenschap van de ingenieur die zich verantwoordelijk voelt voor zaken van algemeen belang en veiligheid en die zijn leven daaraan wijdt, vraagt ze of dit niet tot spanningen leidt in het leven van de ingenieur zelf. Krijgt hij geen loyaliteitsproblemen met de baas? Het is voor haar een spannend debat, omdat zij in haar onderwijs al jarenlang opkomt voor wat je de spiritualiteit van de persoon zou kunnen noemen. Haar aanstelling aan Spelman College, een zwarte universiteit, is voor haar vormend geweest. Daar zag zij hoe zwarte vrouwen zich met een geweldig grote veerkracht teweerstelden tegen vooroordelen en uitsluiting door de witte gemeenschap. Ondanks achterstand en tegenslag wisten deze vrouwen van de brokstukken waaruit hun leven bestond, iets goeds en zinvols samen te stellen. Niet anderen, en zeker niet de blanken, maar zij zelf werden de scheppers van hun levensverhaal. Zij ontwikkelden een perspectief op overleven.

Batesons boeken hierover zoals 'Composing a Life' hadden onze aandacht getrokken. We zochten contact met haar omdat haar ervaringen op Spelman iets weg hebben de onze aan de TU Delft. Dit instituut levert een bepaald type professional af met typerende geestelijke kwaliteiten.

Men wil het misschien niet graag horen, maar ook een TU bevat een grote mate van geestelijk leven. Woodie Flowers, van het beroemde Massachusetts Institute of Technology (MIT), een instelling die in Delft in hoog aanzien staat, wil het wél horen. Hij is als hoogleraar in productvernieuwing steeds meer de geestelijke component van het ingenieurswerk gaan ontdekken. Vooral deze kwaliteit is in zijn ogen het fundament van een werkelijk goed gerichte technologische ontwikkeling.

Hij laat een video-opname zien van een groep kinderen die robots hebben ontworpen die moeten samenwerken om tot een bepaald resultaat te komen. Ze moeten een bal oppakken en door een ring werpen, maar eerst moeten ze samen over een brug die te nauw is om er allemaal tegelijk overheen te gaan. De robots moeten overleggen.

Flowers ziet in het speelse, maar al serieus uitgevoerde werk van deze jongeren de ware ingenieursgeest. Het vervult hem met trots. I wanna die proud of having been an engineer, zegt hij. Als ik doodga wil ik met een gevoel van trots op mijn leven als ingenieur terugkijken.

De geestelijke component in zijn leven voedt hij door literatuur die hij elke ochtend om 4 uur met zijn vrouw leest en bespreekt. Nu ligt het boek van de Dalai Lama, 'Ethics for a New Millennium' naast zijn bed. Niet dat hij in reïncarnatie gelooft maar het boek inspireert hem, het stimuleert zijn eigen zoektocht naar wat hij noemt Oneness, eenwording in jezelf, een samengaan van het geestelijke en het materiële.

In zijn werkkamer liggen wonderlijke dingen op tafel, zoals allerlei mechaniekjes en zelfs een emoe-ei. Zelf speelt hij al pratende met een stalen kogel. Hij nodigt ons uit ook iets te pakken en het materiaal te voelen. Het is een manier om eerbied voor de materie te ontwikkelen. Zijn studenten wil hij wat hij noemt Gracious Professionalism bijbrengen, ze gevoelig maken voor het wonder/de wonderen waarmee ze werken. Voorzichtig met een woord als spiritualiteit in dit milieu? Ingenieur Flowers is de schaamte voorbij.

mailIcon print |