In de interviewserie 'Zelfkritiek' zoekt Trouw bij romanciers, beeldend kunstenaars, dansers, dichters en fotografen naar de kunst der zelfbespiegeling. Vandaag: Reclame- en kunstfotograaf Erwin Olaf: ,,Een karakter, vroeg ik me af, hoe wordt dat verbeeld?''
'Als ik mijn oude foto's bekijk, speelt er altijd een vraag door mijn hoofd die me ooit, op de academie gesteld is: 'Waar heeft Erwin zijn statief in het beton gegoten?'
,,Dat mijn oude foto's nogal statisch zijn, zie je aan die donkere, daar linksboven. Dat beeld is onderdeel van de serie 'Different fits'. Het was een reclameopdracht voor Diesel-spijkerbroeken. Diesel had jarenlang geadverteerd met zuurstokroze, vrolijke platen en wilde nu de donkere, depressieve kant op. De serie is in de prijzen gevallen; een aantal foto's ervan vind ik nog steeds goed. Maar op deze valt van alles aan te merken.
Het moest een portret worden van een kermisfamilie, verschillende mensen, verschillende maten, allemaal een passende spijkerbroek. Zo kwam ik tot dit allegaartje: de lange man, de kleine man, de dikke man, de sterke man en de vrouw met de baard. Het idee was dat deze familie een verjaardagsfeestje organiseert, de kleine man ontvangt een verjaardagstaart. Maar op deze handeling wordt nauwelijks gefocust, hij staat niet centraal genoeg. Ik wil te veel laten zien. Kijk naar de achtergrond, al die verschillende attributen, een schilderijtje, een tafel met bokkenpoten, een haardroger, gordijnen, slingers, confetti, kettingen, je oog schiet alle kanten op.
De personages acteren ook houterig. De lange man staat stokstijf, en we hadden de jarige natuurlijk recht in de kinderstoel moeten zetten. Ze acteren niet, ze poseren. Dat is mijn schuld: toen ik deze foto maakte, in 1998, had ik nog weinig ervaring met de eisen die de commerciële fotografie stelt. Eén daarvan is de bruikbaarheid van een beeld. De opdrachtgever moet van alle kanten in de foto kunnen snijden zonder dat het idee aan kracht inboet. Je zou misschien denken dat je met deze groep eerst een liggende foto maakt, dan een staande, en dat je voor de verschillende reclamedoeleinden verschillende foto's gebruikt. Te duur. De art director van een bedrijf heeft een idee dat jij in één beeld moet vangen.
Die eisen zorgen ervoor dat de bewegingsruimte van je personages erg klein is. Dat zie je: alle leden van deze kermisfamilie staan precies waar ze moeten staan, ze durven zich geen centimeter te bewegen. Het is een kunst mensen op de juiste plek te zetten en toch de suggestie te wekken dat ze daar volkomen toevallig terecht zijn gekomen, en net zo goed ergens anders zouden kunnen staan.
Ik had toen ook nog weinig met acteurs gewerkt. Voor mijn vrije werk gebruikte ik mensen als objecten, ik blindeerde ze, fotografeerde stukken van het lichaam, maar maakte zelden karakters van ze. Een karakter, vroeg ik me af, hoe wordt dat gevormd? Nog belangrijker: hoe wordt dat verbeeld? Bij het maken van deze foto ontdekte ik dat wij gedefinieerd worden door onze omgeving. Ik moest dus ideeën ontwikkelen over de leefomgeving van mijn personages, of, anders gezegd, ik moest gedachtes hebben over het decor. De kleine man is de jarige, maar is het feestje bij hem thuis? Is dit zijn huiskamer? Waarschijnlijk niet, wat moet zo'n man met een haardroger? Van tevoren had ik moeten nadenken over de vraag hoe deze man woont, wat voor meubilair hij heeft, of hij zou kiezen voor zulke truttige verlichting.
Na deze serie was ik die donkere tinten beu. Toen ben ik gaan werken aan een reeks die me nog steeds dierbaar is: 'Royal blood', een serie over historische prinsjes en prinsessen die stuk voor stuk de pest hebben in hun vroege dood. Er doen alleen blonde modellen mee met blauwe ogen die je goed kunt laten oplichten. Die foto linksonder verbeeldt Alexandra Romanova, zij was als gemalin van Nicolaas de Tweede de laatste keizerin van Rusland. In 1918 werd zij omgebracht, zij zou doorzeefd zijn met zeven kogels. Om te tonen dat Alexandra sterk geneigd was tot mysticisme laat ik de actrice, een meisje van dertien, het zegengebaar maken uit de orthodoxe iconografie. Cynisch genoeg, of symbolisch genoeg, is juist die hand geraakt. Hoe goed deze demonische engelen ook geworden zijn, na een tijdje begon het statische van die portretten mij weer te ergeren. In de verte echode de vraag: waar heeft Erwin zijn statief in het beton gegoten?
Ik heb vaak gemerkt dat er een wisselwerking bestaat tussen mijn vrije en mijn commerciële werk. Toen 'Royal blood' goed en wel af was, heb ik in een opdracht van Nokia de 'Meetgrinder' gemaakt. Bij deze foto, rechtsboven, ben ik er voor het eerst in geslaagd dynamiek te suggereren. De vrouw met de wapperende haren staat in de keuken, zij komt uit een woonkamer waar een feest gaande is. Het gesprek verderop gaat over reusachtige mobiele telefoons, je kunt je voorstellen dat de gasten iets zeggen als: ,,Och nee, met zo'n koelkast wil je toch niet gezien worden?'' - het is typische Aziatische humor, zo'n ouderwetse moloch een koelkast te noemen. Uit schaamte heeft de vrouw zich naar de keuken gespoed, snel en nonchalant laat zij nu haar oude, veel te grote mobieltje in de gehaktmolen verdwijnen. In haar ogen het verlangen naar een onweerstaanbaar, minuscuul apparaat van Nokia. De vrouw beweegt richting gehaktmolen maar lijkt ook al weer op weg terug naar het gezelschap, dat haar zonder zo'n belachelijke koelkast niet meer zal kunnen verstoten.
Vergeleken bij deze foto, die begin vorig jaar gemaakt is, valt mijn kermisfamilie in het niet. De 'Meetgrinder' bevat veel meer schuine lijnen, het licht is geraffineerder, de idee is duidelijker, het decor ademt één bepaalde sfeer, en uit de houding van de actrice spat actie. Deze foto vertelt over een feestje dat plaatsgevonden zou kunnen hebben. Actrice, omgeving en idee zijn, hoe absurd ook, in overeenstemming met de werkelijkheid.
In het vrije werk dat ik daarna maakte, is het me gelukt die dynamiek vast te houden. Kijk maar naar 'Paradise Viplounche', daar rechtsonder. Het heerlijke van vrij werk is dat de idee achter de foto niet onmiddellijk duidelijk hoeft te zijn. De gewelddadige verkrachting in het midden van het beeld gaat bijna ten onder in het visuele spektakel. Net als bij mijn kermisfamilie is op dit beeld eindeloos veel te zien, maar in tegenstelling tot dat oude werk lukt het me nu een homogene sfeer te creëren. Confetti, slingers, feestneuzen, clowneske gezichten, en veel trekkerig, lachende monden waarachter woede en haat schuilgaan. En dat alles barst van beweging - ja, in de loop der jaren is het me gelukt het statief uit het beton los te trekken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.