Dichter des Vaderlands', Gerrit Komrij, schonk zijn volk een bitter gedicht 'bij de dood van een prins': (...) Nu hij dood is lijkt ook zijn aard begraven:
Wrok en kleinheid maken opnieuw de dienst uit.
Tranen zie ik? Valt van dit volk de rouwklacht
Nog te vertrouwen?''
Dit jaar, in zijn gedichtenbundeltje 'Nooit meer niet' (Uitgave De Prom) had de dichter Huub Oosterhuis al een gedichtje gewaagd voor prins Claus, met wie hij een lange vriendschap koestert:
Deze geboren vreemdeling
op vijandelijke bodem getogen -
terzij van fonkelende zonen neven
aangehaakte schonen
toont hij zijn wonden
spreekt zijn woorden
dichter zonder landstaal
deze blanke zwarte blanke
oudere broer van miljoenen
deze geboren koning.
Bij de bloemen, de stropdassen aan het hek, het virtuele rouwbeklag, het schuifelende volk dat meestal de ogen toch droog houdt, lieten gisteren jonge dichters op de televisie hun dichtader prikken voor een vers voor Claus.
Niet de 'Dichter des Vaderlands' spreekt bij de uitvaart van de prins, terwijl deze toch een groot poëzieliefhebber was en voor zo'n gelegenheid toch alleen het beste goed genoeg kon zijn, en dus niet een dichter als Oosterhuis die niet eens Komrij's Michelin-gids van vaderlandse poëten haalde. Maar het werd Oosterhuis.
De eerste man van de vaderlandse protestantse kerk, dr. Bas Plaisier, sloot zich gisteren hartelijk bij de keuze van het koninklijk gezin aan. Na eerdere commotie bij het oecumenisch huwelijk van prins Maurits en het optreden van een rk priester bij Willem-Alexander en Máxima ziet Plaisier nu geen problemen.
Een uitvaartdienst in de hervormde kerk heeft geen vast stramien, de betrokkenen hebben alle vrijheid er een vorm aan te geven. Bij een formele kerkdienst op zondag, of ook een huwelijk, is die vrijheid minder.
Plaisier sprak met warmte over Oosterhuis, die als lieddichter de oecumene dient over de grenzen van protestant en katholiek heen. Een kwarteeuw geleden haalden enkele van Oosterhuis' eerstelingen het Liedboek voor de Kerken en drongen ze door tot het vaste repertoire in menige gemeente.
De voorman van het Samen-op-wegproces met al zijn kerkelijke troebelen gaf de zonzijde weer: Oosterhuis als de lyrische bruggenbouwer over kerkkloven. Hij zweeg over de Oosterhuis als teken van tegenspraak, de man die op een eigen wijze de 'linkse kerk' trouw bleef. Ook na 1989 durfde Oosterhuis het socialisme van Allende, misschien zelfs dat van Winnie Mandela, in elk geval de idealen van een andere economische orde en van 'deze wereld omgekeerd' uit te dragen, in woord en geschrift tegen het kapitalisme - al klinkt dat menigeen wat archaïsch in de oren nu.
Teken van tegenspraak is Oosterhuis ook voor geloof en kerk: christelijke, dogmatische, verkerkelijkte theologie heeft hij laten vallen ten gunste van een rabbijnse, open lezing van het oude boek - met veeleisende ethische consequenties. De onfeilbare pretenties van zijn kerk en haar prelaten wijst hij hartgrondig af.
Het is niet waarschijnlijk dat Oosterhuis voor de volle verzameling gekroonde hoofden en autoriteiten dat allemaal uit gaat stallen, maar minstreel, ketter en profeet in hem zijn niet los verkrijgbaar. Zelfs de koningin kan niet de artistieke 'David' uitnodigen zonder dat 'Amos' op dezelfde stoel zit.
De voorganger van dienst, ds. Carel ter Linden, en Huub Oosterhuis hebben veel gemeen, zeker de vrijmoedige en vrijzinnige omgang met de Bijbel. Beiden hebben veel ervaring in het uitvaren van mensen en beiden zijn meesters in de kunst om daar gepaste woorden voor te vinden. Pastores zijn ze met een gevoel voor het onderscheid tussen valse en oprechte troost.
Ter Linden koestert geen zekerheden over leven na de dood; Oosterhuis van zijn kant laat daar zijn gemeente nog behoorlijk lyrisch over zingen: ,,De dode zal leven, de dode zal horen: nu leven''.
Vorig jaar tekende Oosterhuis het manifest tegen Paars: 'Stop de uitverkoop van de beschaving', samen met Mies Bouhuys, Jan Marijnissen, Karel Glastra van Loon en anderen. De naam van Carel ter Linden en van broer Nico zou in dat rijtje toch echt uit de toon vallen.
Veel wordt er geschreven over glazen huis en gouden kooi en over hoe de prins bij leven soms machteloos fladderend de tralies van de kooi verkende. Wat hij ook geloofde, over de laatste dingen en wat na de dood, één ding wist hij zeker: ná zijn overlijden was de kooi open. De laatste wens viel niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid, een nog eigener keuze dan die van de befaamde das in het stijve protocol. Een wens, de hemel weet mede ingegeven door wat Oosterhuis schrijft over de Britse filosoof en scepticus George Steiner:
,,Gelukkig is er naast de taal van de pooiers de taal van de dichters. Ik hoop dat in liturgie en kerkdienst bezieling gebeurt; de beleving van de taal als een bezield medium is nog altijd aanwezig (...) Liturgische teksten zijn pogingen de taal als bezield medium gaande te houden, tot reflectie, wanhoop, vertroosting. Een dichter heeft vereenzaamden, onderdrukten en vermoorden een voortbestaan in de taal te geven.'' En ongetwijfeld aan een 'oudere broer van miljoenen'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.