Dit leven is verspilling van zijn tijd, vindt hij. Marten Toonder, verhalenverteller en schepper van Olivier B. Bommel en Tom Poes, wordt op 2 mei negentig jaar. Ter ere van zijn verjaardag schenkt zijn geboortestad Rotterdam hem een monument. Voor hem 'hoeft het allemaal niet zo', het is mooi geweest. ,,Als iemand me een ander skelet geeft, zou ik het nog wel een tijdje uithouden. Maar zo lukt het niet.''
Met een onderzoekende blik op zijn vriendelijke gezicht stapt Marten Toonder uit de lift. Hij loopt een beetje krom en zijn spierwitte haren zitten in de war. Hij haalt de handen uit de zakken van zijn geruite jasje en lacht breed naar het bezoek. Met zijn mooie lage stem verontschuldigt hij zich: ,,Helaas, koffie kan ik u niet aanbieden, de gastvrijheid laat hier veel te wensen over.'' Toonder is, na 34 jaar in Ierland te hebben gewoond, nu al ruim een jaar terug in Nederland. Sinds enkele maanden woont hij in het Rosa Spierhuis, een bejaardentehuis voor kunstenaars en auteurs in Laren, Noord-Holland.
,,Wat een heerlijk zonnetje vandaag, vindt u niet? In Ierland zag je die, net als in Nederland overigens, maar zelden.'' Zonnetje of niet, als het aan hem lag maakte hij nu een wandelingetje in de tuinen rond zijn huis. In Ierland welteverstaan. Zijn gezondheid laat dat helaas niet meer toe. Ruim een jaar geleden kreeg Toonder in zijn woning in Ierland een dubbele longontsteking. Hij raakte buiten bewustzijn. Zijn familie greep in en hij werd wakker in een Nederlands ziekenhuis. ,,Het duurde even voordat ik besefte waar ik was. Toen ik over de grootste ontsteltenis heen was, besloot ik er toch maar het beste van te maken.''
Makkelijk gaat hem dat niet af. Want zijn lichaam laat hem in de steek. Nee, hij gaat niet al zijn klachten opsommen, hoor. Hij is geen ouwe zeur. Maar alles is door de dubbele longontsteking ontspoord, zullen we maar zeggen. Hij zou graag willen weten waarom hij 'hier' nog is. Hij is versleten. ,,Zo oud worden als ik heeft geen zin. Er zijn allemaal dingen die ik nog graag zou willen doen, maar mijn gestel werkt niet mee.''
Tekenen doet hij niet meer sinds hij in 1986 stopte met de beroemde Bommel-strip. Zijn vingers willen niet. Schrijven en typen gaat moeilijk. Had hij twee jaar geleden nog plannen voor een vervolg op de tekenfilm 'Als je begrijpt wat ik bedoel', nu zijn die van de baan. ,,Ik vergelijk mijn lichaam altijd met een oude wagen. Dat is een oud grapje van me.'' Hij tikt half lachend op zijn gerimpelde voorhoofd. ,,Met de motor is namelijk niks aan de hand, moet u weten. Een nieuwe carrosserie, díe heb ik nodig.''
Toonder is niet bang voor de dood. Hij zou er wel enorm de pest in hebben dat 'dit verhaaltje dan uit zou zijn'. Maar misschien dat er na zijn dood wel weer een nieuw verhaaltje begint. Hij gelooft in ieder geval heilig in reïncarnatie. Wat daarvoor nodig is: 'onthechten'. Volgens het boeddhisme, een van de vele godsdiensten die Toonder in zijn leven heeft bestudeerd, wordt al het materiële aardse bestaan uiteindelijk stof. ,,Er bestaat niets dat zo belangrijk is, dat het eeuwig kan zijn.'' Niet langer hechten aan materieel bezit dus, want alles is vergankelijk. ,,Moeilijk, hoor. Je moet het begrip 'onthechten' eerst begrijpen voordat je het snapt. Dat kan pas als je ouder wordt, denk ik.''
Onvergankelijk zijn: liefde, genegenheid en begrip. Zo ook de liefde voor zijn twee echtgenotes, die hij beiden heeft overleefd. Zijn eerste vrouw, schilderes Piny Dick, overleed in 1990, na een huwelijk van vijfenveertig jaar. Zijn tweede vrouw, componiste Tera de Marez Oyens, stierf in 1996. In mei van dat jaar waren ze getrouwd, vlak daarna werd bij haar een kwaadaardige ziekte ontdekt. Verdriet is Toonder de afgelopen negentig jaar in ieder geval niet bespaard gebleven. ,,Maar ik heb een goed leven gehad, hoor, en daar ben ik ook heel dankbaar voor. Tot mijn tachtigste had ik alles wat mijn hartje begeerde.''
Toch is het Toonder ook vóór zijn tachtigste niet altijd voor de wind gegaan. Net als veel Nederlanders probeerde hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar eer en geweten te handelen, maar ook zijn eigen huid te redden. Hij tekende de Tom Poes-strip (vaak met een verkapte aanklacht tegen de Duitse bezetters) voor De Telegraaf. Totdat de krant in 1944 een hoofdredacteur kreeg die lid was van de SS. Doordat Toonder zich manisch-depressief liet verklaren kon hij stoppen zonder onder te duiken. In een dependance van de Toonder Studio's zat intussen al een tijd een illegale drukkerij gevestigd.
In het begin van de jaren negentig worden grote vraagtekens achter de 'dubbele bodem' van Tom Poes en de andere verzetsactiviteiten gezet. Vooral nadat het Algemeen Dagblad een Kultuurkamer-lidmaatschap van hem vindt, valt iedereen over hem heen. Toonder wist zelf niets van het lidmaatschap, zegt hij. Hij was vanaf 1941 lid van het Verbond van Nederlandsche Journalisten. Deze bond werd later opgeslokt door de Kultuurkamer.
Van alle commotie rondom zijn oorlogsverleden werd Toonder 'een beetje down'. ,,Typisch Nederlands: dat woordenloze, dat bewijsloze. Er werd een nietes-welles spelletje gespeeld, men moest een etiketje 'goed' of 'fout' op me plakken. Bewijs is er nooit geweest. Wat moet je doen, als ze zo tegenover je staan? Je doet het altijd fout hier in Nederland. Ieren zijn heel anders. Die denken niet zo zwart-wit.''
Toonder was liever als Ier geboren. Hij heeft niets tegen Nederlanders, hoor, helemaal niet. Maar Ieren zijn wat primitiever. ,,Wij Nederlanders zijn kouwer en leunen helemaal op onze ratio, op ons verstand. Zo en zo hoort het.'' Ieren leven volgens hem meer op hun gevoel, en Toonder vindt zichzelf een gevoelsmens. Waarom kan hij dan geen Ier worden? ,,Er zit een Hollands schilletje om me heen.''
Nu wordt hij dus negentig. Rotterdam, waar hij geboren is, schenkt hem ter ere van zijn verjaardag een monument. Vindt hij het een eer? Ach, hij moet er een beetje om lachen. ,,Ik heb in mijn leven heel veel getekend en geschreven, moet u weten. Daarvoor hoef ik helemaal niet gewaardeerd te worden. Ik heb Bommel voortgebracht en hij is niet Jan Klaassen, als u begrijpt wat ik bedoel.''
Wat hij dan wel graag voor zijn verjaardag zou willen hebben? Hij weet niet een twee drie een antwoord. Peinzend kijkt hij lange tijd uit het raam. Verschuift zijn stoel. Richt met een diepe frons zijn blik weer opzij. Na een paar minuten biecht hij op: ,,Het spijt me. Ik kan het goede woord er niet voor vinden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.