Als het succes van Samen op weg niet duidelijk wordt, hebben bezwaarden helemaal geen begrip meer voor de naderende kerkfusie, waarschuwt ds. M.A. van den Berg. En: Het democratisch gehalte van Sow is ondermaats. ,,Toon me de zegen van Sow, dan zullen de bezwaarden een toon lager zingen.''
Dat de kerkvereniging van drie protestantse kerken M.A. van den Berg niet kan bekoren is niet vreemd: hij is lid van de Gereformeerde Bond, de behoudende vleugel van de hervormde kerk. In de synode, het landelijke kerkbestuur, is een tweederde meerderheid voor Sow, maar dat overtuigt de Zoetermeerder predikant niet. ,,Halverwege jaren negentig bleek uit een onderzoek van Kaski dat de meerderheid van de Sow-kerkleden niet voor de kerkfusie is.'' Onder orthodoxe hervormde én gereformeerde kerkgangers -en dat zijn er veel- is er volgens Van den Berg veel meer verzet tegen Sow dan men landelijk wil weten.
Het kerkbestuur zou representatiever moeten zijn, net als de wereldlijke democratie met zoveel kiezers voor een kamerzetel. De kerk heeft een districtenstelsel met classes die allemaal evenveel stem hebben. ,,In Zuid-Holland, naar kerkelijke meelevendheid gemeten de grootste provincie, is nog niet de helft vóór Sow, zelfs niet als je ruim rekent. Maar deze provincie heeft te weinig stem in het geheel. Vergelijk het eens met Noord-Holland. Daar is de kerkelijke kaalslag compleet. Neem de classis Edam, die heeft wel evenveel te zeggen als de classis Alblasserdam, terwijl er in Alblasserdam tien keer zoveel actieve leden zijn.''
Zo kan het gebeuren dat, volgens Van den Berg, tweederde Sow-voorstanders in de top hooguit een derde van de gelovigen vertegenwoordigt. Hij is ervan overtuigd dat de kerkbestuurders geen idee hebben van de ernst van de bezwaren die er tegen Sow leven, en van het aantal bezwaarden. Ze wíllen het ook niet weten, zegt Van den Berg. Hij weet het wel; het zijn ook zijn bezwaren. ,,Je hoeft straks volgens de nieuwe kerkorde je kind niet eens meer te laten dopen, je mag zonder belijdenis aan het avondmaal meedoen, homoseksuelen kunnen de zegen krijgen voor hun homohuwelijk. Natuurlijk, daar hoef je plaatselijk niet aan mee te werken, maar er is straks geen enkele grond meer waarop je nog kunt zeggen: jij, vrijzinnige, je afwijkende schriftopvattingen kúnnen helemaal niet. Nu kun je dat nog wel zeggen, al is er geen kerkjuridische mogelijkheid om dat soort verwerpelijke opvattingen te weren. Feitelijk hadden we al een plurale kerk, nu wordt het officieel. Ja, dat formele is een wezenlijk verschil.''
Als eind volgend jaar de definitieve beslissing valt om één kerk te vormen -het alternatief, een federatief model, werd 'op onheuse wijze verworpen'- dan is de kerk zijn kerk niet meer. Hij voorspelt dat ,,een groot, vitaal deel, de rechtse kant voor de nieuwe kerk verloren gaat. Ze zullen het fusiebesluit niet aanvaarden.''
Het kerkelijk homohuwelijk, waar de hervormde kerk onlangs voor stemde, zit hem nog steeds hoog. Van den Berg wijt het deels aan de lutheranen, die meer kerkpolitieke macht dan gelovigen hebben, bestuurd worden door 'kerkelijke allochtonen' (voorzitter en tweede vrouw zijn van Duitse komaf, red.) en arrogant zijn. Dat preses ds. Ilona Fritz van de hervormde synode aanvaarding van het homohuwelijk eiste (Trouw, 10/6) deed 'sommige classisvertegenwoordigers die tegen zijn, 'fout' stemmen'. Een vurig pleidooi tégen het homohuwelijk van de hervormde preses, een bonder, zou zeker hebben geholpen, maar ds. Van der Plas deed niet meer dan tegen stemmen. En zo werd het homohuwelijk iedereen 'door de hals geduwd' om Sow te redden, zegt Van den Berg.
Sow is een oplossing, neen, vaak een sterfhuiscontructie voor plaatsen waar het traditionele kerkelijk leven weg is, waar de moderniteit zegeviert. Liever gezegd: uitstel van opheffing.
Van de steun vanuit het predikantenplatform 'Op Goed Gerucht' is Van den Berg niet onder de indruk. Ten eerste, omdat ze de secularisatie omarmen, het verlies van de prediking vergoelijken en deze vervangen door religieus pottenbakken en vrouwendans in de kerk. Ten tweede: wie is hun achterban nu helemaal? Van den Berg weet zeker dat de 250 dominees die tekenden voor een federatief kerkmodel samen veel meer achterban hebben dan de 700 Goed-Geruchters.
,,Wie durft met droge ogen te beweren dat deze ene protestantse kerk van Nederland een kracht zal zijn voor ons volksleven? Het 'volk' zit nog bij óns, de orthodoxie. In de kerken die voor Sow zijn, komt vooral de elite.''
In Van den Bergs filippica tegen Sow moet vooral Sow-secretaris dr. B. Plaisier het ontgelden. Die spiegelt bezwaarden in het Reformatorisch Dagblad voor dat ze een 'gereformeerde kerk' hebben en houden, ,,maar dat zie ik hem de lutheranen nog niet uitleggen; zij krijgen hun kroonjuweel, het homohuwelijk. En de voorstanders - die krijgen hun ene, maar plurale kerk.'' ,,Plaisier is een opportunist.''
Waar Van den Berg maar geen antwoord op krijgt, is de vraag wat het succes van Sow nu helemaal is, buiten wat 'matig geslaagde noodoperaties in de steden'. ,,Toon mij de zegen van Sow, overtuig me.'' Maar, geeft hij toe, hij zal wel een tegenstander blijven. Die met andere contra's klaagt dat ze de Sow-kerk wél bekostigen - want bezwaarden betalen veel aan de kerk. Van den Berg voelt er weinig voor, maar heeft ,,de financiële kaart getrokken. Om te laten voelen dat het zo niet kan''.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.