Stevige rokers krijgen dochters, geheelonthouders kunnen op een zoon rekenen. Die eenvoudige boodschap verkondigen Deense en Japanse medici vandaag in het vakblad The Lancet.
De onderzoekers vroegen naar de rookgewoontes van de ouders van zo'n twaalfduizend pasgeborenen. Vaders en moeders die in de maanden voorafgaand aan de bevruchting veel hadden gerookt -beiden meer dan 20 sigaretten per dag- kregen gemiddeld acht zonen voor elke tien dochters. Bij niet-rokende stellen was die verhouding omgekeerd: twaalf zonen op tien dochters. De verschillen kunnen niet worden verklaard door het roken tijdens de zwangerschap. Bij rokende vrouwen is de doorbloeding van de placenta weliswaar slechter en daarvan zouden aanstaande jongetjes eerder de dupe kunnen worden. Maar rokende vaders kregen over de hele linie minder zonen, of hun partners rookten of niet.
De onderzoekers vermoeden dat het roken de omstandigheden tijdens de bevruchting beïnvloedt en dat vooral mannelijke zaadcellen daar last van hebben. Ze zwemmen minder goed, ze bevruchten moeizamer of de embryo's die ze produceren, zijn kwetsbaarder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.